Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

woensdag 15 april 2015

#De Morgen opinie 15 april 2015#: "Geen openbaar vervoer meer, maar collectief vervoer"#

Vanaf 1 mei zal het aanbod van De Lijn, de Vlaamse openbare vervoersmaatschappij er anders uitzien. In het kader van besparingen worden een aantal lijnen geschrapt. Het gaat dan vooral om belbussen en vroege en late zondagsdiensten, waar weinig reizigers gebruik van maken, die niet langer ingericht zullen worden. Dit past in de door de Vlaamse Regering gevraagde besparingen. Besparingen die elk Vlaams beleidsdomein treffen en waar mijn partij volledig achter staat.

Het probleem is niet de afschaffing van enkele diensten, al is dit voor de getroffen reiziger allerminst een pretje, maar wel de performantie van De Lijn zelf. Ondanks een jaarlijkse overheidsdotatie van om en bij het miljard euro, is De Lijn er niet in geslaagd een modal shift tot stand te brengen. Er zitten vandaag niet minder mensen in de wagen ten voordele van het openbaar vervoer en de files blijven groeien. Het afschaffen van enkele diensten en het verhogen van het tarief is een kaasschaafmethode; er is echter nood aan een grondige hervorming van ons collectief vervoer.

De komende weken en maanden wordt er in het Vlaams parlement gedebatteerd over de toekomst van het collectief vervoer in Vlaanderen. Er dient een nieuwe beheersovereenkomst opgesteld te worden tussen de overheid en De Lijn en de regering heeft een nieuw begrip gelanceerd waaraan de organisatie van het collectief vervoer in Vlaanderen dient te voldoen: basisbereikbaarheid, een collectief vervoer op basis van de vraag.

Waarom spreek ik over collectief vervoer en niet over openbaar vervoer? Omdat dit gezamenlijk vervoer niet noodzakelijk georganiseerd moet worden met publieke middelen. Is het een kerntaak van een overheid is om het collectief geregeld vervoer te organiseren? Met minder geld is het niet evident om een aanbod op maat van elke Vlaming te voorzien. Daarom is het goed om te kijken naar alternatieven.

Een mogelijkheid waar ik voor pleit is het Nederlandse model. Hierbij is er een gebiedsgerichte werking waarbij voor elk gebied een concessie met één aanbieder afgesloten wordt. Op deze manier ontstaat er een marktwerking waarbij er om de markt concurrentie mogelijk is. De reiziger zelf zal niet tussen twee bussen kunnen kiezen om zijn traject af te werken, maar de (private) aanbieder die de gunning wil binnenhalen zal concurrentieel uit de hoek moeten komen.

Zowel naar service, tarifering als dienstverlening toe levert dit niets dan voordelen op voor de reiziger. Daarbij komt ook nog dat er een kleinere overheidsdotatie nodig is. Zodoende kan de Vlaamse overheid een deel van de huidige dotatie aan De Lijn spenderen aan andere domeinen. In Nederland werkt dit en voor Vlaanderen is dit zeker een mogelijkheid waar ik in geloof.

De overheid heeft in dit verhaal een controlerende en regulerende functie. Van het zorgen voor afstemming tussen gebieden tot het sociaal corrigeren van tarieven voor doelgroepen; hiervoor blijft de overheid bevoegd. De overheid organiseert en de partner opereert.

Is hierin dan geen ruimte meer voor De Lijn? Zeker wel, de bestaande knowhow hoeft niet verloren te gaan. De Nederlandse VSN heeft zichzelf ook geprivatiseerd tot Connexxion en opereert als private partner in een aantal regio’s van Nederland en concurreert hiermee met grote Europese spelers als Arriva, Keolis en Veolia.

Het is daarom dat Open Vld gelooft in marktwerking. Binnen de Europese Unie wordt er gewerkt aan een nieuwe richtlijn die tegen 2019 verdere stappen zal zetten naar de liberalisering van het publieke collectieve vervoer. Dit is een kans om de stap naar de toekomst niet te missen. De reiziger is niet gebaat bij het schrappen van lijnen, maar verdient stipte verbindingen en een aantrekkelijke en betaalbare service. Zoiets is enkel mogelijk wanneer de Vlaamse markt opengesteld wordt.

In de schoot van de regering en het parlement zal deze discussie gevoerd worden. Hieruit moet blijken op welke manier het collectief streekvervoer georganiseerd kan worden. Het enige juiste uitgangspunt moet de reiziger zijn en blijven.