Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

maandag 20 november 2017

Persbericht 19-11-2017 : “De cijfers van de reactiedag van 10 oktober jl. toont nog maar eens de noodzaak van een gegarandeerde dienstverlening bij De Lijn aan”

Uit cijfers die Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) opvroeg bij Vlaams minister Weyts blijkt dat de stakingsbereidheid bij chauffeurs van De Lijn tijdens de reactiedag van 10 oktober jl. opnieuw meer dan 50% bedroeg. “De laatste drie stakingsacties van de vakbonden tonen een duidelijk beeld bij de chauffeurs van De Lijn. Telkens vraag ik de cijfers op en telkens blijkt dat meer dan de helft van de chauffeurs het werk neerleggen en zo de reizigers gijzelen. Het stakingsrecht ontken ik absoluut niet, maar elke Vlaming heeft wel het recht om wanneer men afhankelijk is van het openbaar vervoer op de school of de werkplek te raken,” stelt Marino Keulen vast. “Minister Weyts maakt werk van een gegarandeerde dienstverlening en dient hier sneller stappen te zetten.”
Op het federale niveau heeft men reeds stappen gezet naar een continuïteit van de dienstverlening gebaseerd op de werkwilligen. Dit geldt voor stakingen door de vakbond vooraf aangekondigd. Drie dagen voor de stakingsdag dient het personeel aan te geven of men werkt of niet, zodat de stakingsdag zelf de NMBS een aanbod heeft. Zodoende kan men de dag voor de staking communiceren naar de reizigers.
Op Vlaams niveau wenst de minister niet zo ver te gaan en zal pas tegen het einde van het jaar duidelijk worden welke prioritaire lijnen bediend zullen worden bij een staking. Bijgevolg is een gegarandeerde dienstverlening pas mogelijk tegen het voorjaar van 2018.
Uit de cijfers van de reactiedag van 10 oktober jl. (zie tabel 1) vallen enkele regionale verschillen op (in Antwerpen en Oost-Vlaanderen is het stakingscijfer groter dan in Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen), maar globaal genomen kan gesteld worden dat 1 op de 2 ritten uitgevoerd door De Lijn niet reden die dag. “De minister had geen cijfers over de stakingsbereidheid bij de chauffeurs van de pachters, maar stelt wel dat: ‘op basis van de meldingen op het terrein kan wel gesteld worden dat hier significant minder niet-gereden ritten waren’. Eenzelfde situatie deed zich voor tijdens de voorgaande stakingen. Daarom mijn oproep aan de minister om de reizigers niet in de kou te laten staan en dringend werk te maken van de uitrol van een gegarandeerde dienstverlening op het terrein”, besluit Keulen.
  

Bijlage 1: cijfers over de staking bij VVM De Lijn


Aantal voorziene diensten (chauffeurs)
Aantal niet-uitgevoerde diensten
% niet-uitgevoerde diensten
Antwerpen
979
602
61%
Oost-Vlaanderen
613
367
60%
Vlaams-Brabant
721
284
39%
Limburg
343
158
46%
West-Vlaanderen
466
186
40%
Totaal
3.122
1.597
51%
Aantal voorziene ritten
Aantal niet-gereden ritten
% niet-gereden ritten
Antwerpen
7.783
4.942
63%
Oost-Vlaanderen
4.702
2.889
61%
Vlaams-Brabant
4.313
1.597
37%
Limburg
2.780
1.215
44%
West-Vlaanderen
4.542
1.843
41%
Totaal
24.120
12.486
52%

maandag 13 november 2017

Persbericht 12-11-2017 : “Op termijn ook gedoofde verlichting mogelijk op bepaalde gewestwegen door een nieuwe lichtvisie”

                         
“Op de snelwegen kennen we het principe al dat er ’s nachts geen verlichting brand en minister Weyts is van plan om dit ook mogelijk te maken op gewestwegen”, stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) vast. Dit blijkt uit een schriftelijke vraag aan de bevoegde minister.
Voor de autosnelwegen bestaat er al sinds 2011 een lichtvisie waarbij de snelwegen opgedeeld zijn in enkele zones: plaatsen waar permanent de verlichting aan is (bv. Antwerpse of Brusselse ring), plaatsen waar er helemaal geen verlichting meer is (bv. E314 tussen Maasmechelen en Lummen) en plaatsen waar er dynamische verlichting is (bv. E313 tussen Lummen en Ranst). “Deze techniek van dimmen en doven wil de minister nu ook naar de gewestwegen brengen. Eind dit jaar komt er een gewestelijke lichtvisie”, aldus Keulen.

De laatste twee tot drie jaar werden alle nieuwe installaties van het gewest wel uitgerust met ledverlichting en een interface om ze dimbaar te maken, maar nog niet elke installatie kan gedimd of gedoofd worden. Wel is het de ambitie van de minister om dit als standaard praktijk uit te rollen. “Op welke plaatsen het licht effectief gedoofd kan worden, dient locatie per locatie bepaald te worden. In het kader van een verantwoord beleid rond lichtvervuiling is het positief dat Vlaanderen hier verder op inzet. Al hoop ik wel dat vanuit het oogpunt sociale veiligheid op de plaatsen waar huizen staan langs gewestwegen en dus mensen wonen de straatverlichting blijft branden”, besluit Marino Keulen.

dinsdag 7 november 2017

Persbericht 05-11-2017 : “Zelfrijdende shuttles in stedelijke centra weldra geen fictie meer?”

Een haalbaarheidsstudie zal moeten aantonen of er zelfrijdende shuttlebusjes vanaf 2020 zullen rondrijden in Genk en Mechelen. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister Weyts op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld). “Het is positief dat De Lijn open staat voor de vragen van steden en gemeenten om de mogelijkheden rond zelfrijdende shuttles te onderzoeken. Naast de haalbaarheidsstudie zijn ook de juridische obstakels rond zelfrijdende voertuigen op de openbare weg nog een kwestie om verder te onderzoeken”, stelt Keulen vast.
De haalbaarheidsstudie wordt dit en volgend jaar uitgevoerd en zal focussen op verschillende invalshoeken of het mogelijk is een autonome shuttle te laten opereren in stedelijke centra: verkeerstechnisch, infrastructureel, ruimtelijk, financieel,… De steden Genk en Mechelen participeren voor 50% mee en voor elke stad wordt een aparte studie gedaan.
De snelheid van de shuttles is een specifiek punt van onderzoek gelet op het feit dat deze sterk afhankelijk is van de lokale verkeerscomplexiteit. In de meest eenvoudige verkeerssituaties zal de maximale snelheid waarschijnlijk wel hoger liggend dan 20 km/u. De gemiddelde snelheid zal veelal tussen de 10 km/u en 20 km/u liggen.
“De haalbaarheidsstudies zullen moeten uitwijzen op welke manier de zelfrijdende shuttles ingezet worden in het stadsvervoer; als een lus doorheen het centrum of als een pendel tussen een randparking en het centrum. Het is positief dat De Lijn meegaat in deze piste van enkele Vlaamse steden en we op die manier moderne technologieën omarmen. Het is evenwel onduidelijk of dit een aanvulling op het stadsvervoer dan wel een vervanging van bestaande ritten wordt. Dat dient nog verder uitgeklaard te worden”, besluit Marino Keulen.