Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

woensdag 30 april 2014

Kandidaat van de dag: Geert Jansen --- voorlaatste opvolger Vlaamse Lijst --- Lommel



Geert Jansen --- voorlaatste opvolger Vlaamse Lijst--- Lommel

We moeten de kansen op werkplekleren uitbreiden, zeker voor afgestudeerden die in hun eerste jaar niet onmiddellijk werk vinden. Deze ervaring geeft vertrouwen en meer kansen op de arbeidsmarkt.




Verkeersveiligheid is een prioriteit. Bij de aanleg van nieuwe wegen, fiets- en voetpaden moet rekening gehouden worden met de veiligheidsimpact. Door investeringen in fiestpaden en -infrastructuur, maken we van Vlaanderen een echt fietsland.



Investeren in bakstenen moet beloond worden. Nieuwe woonvormen moeten er voor zorgen dat we zijn allen een eigen stekje kunnen blijven behouden. Investeren in een eigen woning levert meer inkomsten voor de overheid, dan wanneer het naar sociale huurwoningen gaat.


Verantwoord bosbeheer

Laatste tijd word ik vaak aangesproken door burgers-natuurliefhebbers over de kappingen in onze bossen. Vooral dan in de bossen van Gellik. Deze kappingen zijn onderdeel van een groot ecologisch plan waarbij uitheemse boomsoorten zoals Amerikaanse vogelkers en Corsicaanse den fors worden gekapt om nadien te worden vervangen door inheemse bomen en struiken (Zomereik, Beek, Ruwe berk, ...).
Het geheel kadert in een goed uitgebalanceerd bosbeheersplan. De uitvoering wordt opgevolgd door de gemeentelijke diensten, het Agentschap voor Natuur en Bos en het Instituut voor Bos en Natuuronderzoek.
Hierbij vindt u een tekst waar het geheel - visie en maatregelen - uitgebreid worden geduid.

De laatste jaren vinden tal van kappingen plaats in onze bossen. We beseffen dat dit voor veel inwoners vreemd overkomt. Waarom worden er bomen gekapt in een beschermd natuurgebied? Waarom laat men de natuur niet spontaan ontwikkelen?

De bossen in het Nationaal Park Hoge Kempen bestaan voor het overgrote deel uit aangelegde productiebossen. Gedurende de twintigste eeuw, tot omtrent de jaren zeventig, was het bosbeheer hoofdzakelijk gericht op het produceren van hout voor de industrie. Natte gebieden werden hiervoor drooggelegd, er werd geëxperimenteerd met exoten zoals Amerikaanse eik, Corsicaanse den en Amerikaanse vogelkers, een dicht boswegennet werd aangelegd (dambordpatroon), bossen werden kaalgekapt en herbeplant met vaak eenzelfde boomsoort. Soorten die hier van nature thuishoorden zoals Zomereik, Ruwe berk en Beuk waren destijds voor de mijnbouw niet interessant. Ze groeiden te traag of hadden geen economische waarde. Dit heeft voor gevolg dat een groot aantal van onze huidige bossen eenvormig en structuurarm zijn.

Actueel vraagt de samenleving veel meer van het bos dan enkel hout. Het moet er aangenaam wandelen, fietsen en paardrijden zijn. Ook de aandacht voor ecologie droeg er toe bij dat we op korte termijn (enkele tientallen jaren) helemaal anders zijn gaan kijken naar onze bossen.

Het streefbeeld voor veel van onze bossen is dan ook serieus bijgesteld en een omvormingsbeheer is dan ook aan de orde. Er is gekozen voor een gericht ingrijpen. Dit houdt in dat er op korte termijn meer bosbeheerwerken worden uitgevoerd dan pakweg 10 jaar geleden. Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik zullen op grote schaal gekapt worden en er zullen open plekken in het bos gecreëerd worden zodat inheemse boomsoorten zich kunnen vestigen en een ongelijkjarig structuurrijk bos ontstaat. Dit alles gebeurt volgens de richtlijnen van het uitgebreid bosbeheerplan. De effecten van de ingrepen worden opgevolgd. Dit gebeurt in samenwerking met verschillende universitaire instellingen, het Agentschap voor Natuur en Bos en het Instituut voor Bos en Natuuronderzoek.

In de gemeentebossen van Gellik en Lanaken betreft het dunningen van naaldbos. Hier wordt er door de kapping meer ruimte gegeven aan oude dennen, berken en inlandse eiken. Deze boomsoorten krijgen dan voldoende licht en ruimte om uit te groeien tot zware bomen met een mooi ontwikkelde kruin. Dit voorjaar werden vooral Corsicaanse dennen en Amerikaanse eiken gekapt.

In de gemeentebossen van Rekem vonden recent kappingen plaats, in het bijzonder op de hellingen aansluitend aan de Vallei van de Ziepbeek. De eerstkomende jaren zal hier nog gekapt worden. Dit gebeurt overeenkomstig het uitgebreid bosbeheerplan en het natuurrichtplan. Uit onderzoek is gebleken dat naaldbomen de bodem verzuren. Vandaar dat er op grote schaal dennen gekapt worden rond de vallei. Het bos komt ijl te staan waardoor er ruimte ontstaat voor spontane verjonging van streekeigen loofbomen en struiken. Op deze wijze ontstaat een structuurrijk bos met oude en jonge bomen en open plekken.

De kappingen lijken op het eerste zicht heel wat schade toe te brengen aan het bos. Het zijn echter vooral de wegen (en bijgevolg ook de bezoeker) die schade ondervinden. In het bosperceel waar de kapping plaatsvindt, wordt de schade zoveel mogelijk beperkt. De harvester en uitrijcombinatie rijden enkel op de aangeduide pistes, dit om zo weinig mogelijk bodemverdichting te veroorzaken. Het gekapte hout wordt getransporteerd over de bestaande boswegen. Dit brengt zeker ’s winters in periodes met neerslag schade toe aan het wegdek. Een gedeelte van de inkomsten van de houtverkoop wordt gebruikt om deze wegen te herstellen.

Meer info

dinsdag 29 april 2014

Kandidaat van de dag - Jaak Gabriëls - lijstduwer opvolgers Vlaamse lijst --- Bree




Jaak Gabriëls : lijstduwer opvolgers Vlaamse lijst --- Bree

Als gewezen minister, parlementair en burgemeester voelt hij perfect aan wat er politiek loos is. Nu is het moment voor zekerheid en niet voor nieuwe avonturen. Open Vld heeft in het verleden steeds de weg geëffend. Nu staan we opnieuw klaar om het goede voorbeeld te geven !









De problemen benoemen is één ding ze oplossen een ander. De liberalen in de regering stroopten na jaren stilstand de mouwen op, en met succes want de economie herleeft in moeilijke tijden. Na 25 mei meer van dat met ons team vol ervaring en jong geweld.




Het verleden, het heden en de toekomst zijn steeds met elkaar verbonden. Daarom is het noodzakelijk dat we gezamenlijk onze schouders onder het Limburgse verhaal zetten. Weg van de klaagmuur, laten we zaken realiseren !

vrijdag 25 april 2014

HBvL dd. 25-04-2014 : 65 slimme zorgwoningen voor Lanaken

In het centrum van Lanaken bouwen projectontwikkelaar CornerstoneS en de vzw CareAssist 65 erkende assistentiewoningen. Assistentiewoningen zijn flats voor 65-plussers met veel aandacht voor zorg en veiligheid. De investering, geheel privé, bedraagt 14 miljoen. Tien procent van de woningen is al verkocht. De bouw start in november. Medio 2016 zouden de flats klaar zijn.

Hartje Lanaken, tussen Molenweideplein en de Arkstraat, ligt een nu wat "verloren hoek". Niet onze woorden, maar die van burgemeester Marino Keulen. "Qua dorpskernvernieuwing is dit nu al een geslaagd project. Maar 65 assistentiewoningen komen ook tegemoet aan een reële behoefte in deze tijden van vergrijzing en wachtlijsten. In Lanaken hebben we 6.700 zestigplussers. Dat is 30 procent van de bevolking, iets hoger dan het Limburgse gemiddelde. Dit is dus een mooi project dat we onze volle steun zullen geven."DigitaalHet project is evenwel privé. Centen en risico's zijn voor CornerstoneS, een nog jonge Vlaamse projectontwikkelaar die zich toelegt op de niche van de assistentiewoningen. Met de vergrijzing een groeimarkt. Lanaken is hun derde project, hun eerste in Limburg. Maar ook in de centra van Bree en Borgloon bereiden ze projecten voor. Voor de zorg-expertise gaat CornerstoneS voor heel Vlaanderen in zee met de Breese vzw CareAssist, deel van de Curaedis Group. Die hun adagium is dat ze mee willen helpen aan "betaalbare huisvesting met een zorgmogelijkheid". Of zoals Peter Smolders van CareAssist zegt: "Hoogwaardige toegankelijke flats, met digitaal platform, oproepsysteem en verpleging aan een concurrentiële dagprijs kunnen aanbieden, dat is de bedoeling."PrijsConcreet zijn er drie formules en twee type woningen. Een woning van 65 m² met één slaapkamer kost 220.000 euro. Een van 80 m² met twee slaapkamers 260.000 euro. Er kan puur geïnvesteerd worden. Beheersinstantie CareAssist neemt dan de praktische beslommeringen op zijn schouders. Interessant voor wie geld te veel heeft: bij erkende assistentiewoningen voorziet de wet dat de eigenaar geen grondbelasting moet betalen en dat de btw 12 in plaats van 21 procent bedraagt.Andere mogelijkheid. De koper, die dan wel een 65-plusser moet zijn, gaat er ook zelf wonen. Dan betaalt hij of zij 15 euro extra per dag per persoon voor basiszorg en dienstverlening. In dat basispakket zit permanentie, verpleging, woonassistentie, een personenalarm en een uitgebreid IT-pakket in de vorm van een op maat van oudere mensen gemaakte software op een tablet. Optioneel zijn er ook 'butlerfuncties': maaltijden, wellness, pedicure, kapper, taxidienst of feestjes geven in de ontmoetingsruimte. Voor die dienstverlening moet wel extra betaald worden.Mensen kunnen ook zo'n assistentiewoning huren. De dagprijs ervoor zal variëren tussen 35 à 42 euro per persoon per dag. "Maar daarbij zullen we ook in onderhandeling gaan met OCMW's, mutualiteiten en overheden om het zorgdossier van onze bewoners te optimaliseren en te kijken voor welke premies ze in aanmerking komen", zegt Erik Leijssen van Care Assist. "Stel nu dat iemand 1.200 euro huur per maand betaalt, dan is het best mogelijk dat hij of zij 400 euro kan recupereren."Booming businessLimburg is nog even een jonge provincie, maar zal Vlaanderen snel inhalen. "Limburg zal zelfs drie keer sneller verouderen dan de rest van Vlaanderen, en dat op korte termijn", weet Peter Smolders. "Binnen twee jaar zullen behoeften zoals deze beginnen boomen. Binnen vijf jaar zitten we op een top."Kortom, er zal vraag zijn. Tien procent van de Lanakense assistentiewoningen is in voorverkoop al verkocht. Zonder dat er een steen gelegd is. "Een goed teken", zegt Koen Ickroth van Cornerstones. "We verwachten in Lanaken dat veel kopers effectief ook hier zullen willen wonen."Jan BEX

woensdag 16 april 2014

Persmededeling : RUP Wonen Hangveld en Gauwakkerstraat Rekem afgeslankt.

Bestuur houdt rekening met bezwaren omwonenden
Het schepencollege gaat voor een afgeslankte versie van het Ruimtelijk Uitvoeringsplan Wonen
Hangveld en Gauwakkerstraat. Het gemeentebestuur hield rekening met de talrijke opmerkingen en
bezwaren van de omwonenden. Er zullen nog 16 bouwkavels gerealiseerd worden binnen het
deelplan Gauwakkerstraat.
Schepen voor Ruimtelijke Ordening Sofie Martens: “Met ons bestuur willen we de kaart voor jonge,
startende gezinnen trekken en hun de kans bieden om in onze gemeente een eigen bouwkavel te
verwerven en een stekje uit te bouwen. Het RUP Wonen Hangveld en Gauwakkerstraat paste hier in.
Tijdens de lopende procedure ontvingen we heel wat bezwaren van omwonenden. Daar houden we
rekening mee. We hebben dan ook besloten om dit project niet in z’n totaliteit door te zetten en alleen
door te gaan met het RUP Gauwakkerstraat.”
Burgemeester Keulen: “Binnen het deelplan Gauwakkerstraat zullen 16 bouwloten gerealiseerd
worden. We willen hiermee jonge mensen de kans bieden om in Lanaken te blijven wonen. We blijven
de kaart trekken van de jonge starters om het voor hun mogelijk te maken om in Lanaken te wonen.
We zullen ons de volgende maanden dan ook concentreren op de verdere ontwikkeling van enkele
binnengebieden in onze gemeente om zo meer bouwloten vrij te maken voor jonge gezinnen. Zowel in
Veldwezelt (Holtstraat-Lindestraat-Geerenweg), Rekem (Groenstraat, Burgemeester Delwaidelaan-
Schoolstraat), Gellik (Dorpsstraat-Kerkstraat) en Lanaken (Postweg-Hoenderbroekstraat) staan
projecten op stapel waarmee op korte termijn 182 bouwkavels kunnen gerealiseerd worden. Ongeveer
25% daarvan zal gebouwd worden door het Maaslands Huis (huurwoningen) en de Kleine
Landeigendom (koopwoningen). Nog eens minstens 20 bouwloten zijn kavels van maximum 4are en
vallen onder de noemer ‘betaalbaar wonen’ “.
Het RUP Wonen Hangveld en Gauwakkerstraat zal in mei door de gemeenteraad behandeld worden.

dinsdag 8 april 2014

Vraag aan Minster Crevits en antwoord met betrekking tot spitsstroken - veiligheidsbeleid

In de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken van donderdag 20 februari 2014 werd mijn vraag om uitleg met als titel “Vlaanderen investeert liever in beton dan in slimme technologie” behandeld (Stuk 874 (2013-2014)).

In verband met de aangepaste berichtgeving en snelheidsaanpassing op de dynamische verkeersborden, gaf de minister meer verduidelijking, meer specifiek omtrent hoe er automatisch gemeten wordt, hetgeen leidt tot automatische aanpassing, wanneer er manueel ingegrepen wordt en volgens welke principes.

Uiteraard wordt er rekening gehouden met de effectieve locatie. Zo gaf de minister mee dat wat betreft het stuk autosnelweg E313-E34 tussen Antwerpen en de afsplitsing in Ranst, de maximum snelheid zou beperkt worden tot 100 km/u. Dit omdat de pechstrook een spitsstrook werd, waardoor er vier rijstroken zijn in plaats van drie. Dit principe wordt ook gehandhaafd wanneer er weinig of geen verkeer is, de weersomstandigheden goed zijn en de spitsstrook niet in gebruik is. De reden daarvoor zijn veiligheidsoverwegingen.

Dezelfde infrastructuursituatie doet zich voor op de E40 tussen de Brusselse Ring en de splitsing in Bertem. Daar is de maximum snelheid 120 km/u. Er wordt zelfs geen onderscheid in snelheid gemaakt per rijstrook maar de 120 km/u geldt voor alle drie de rijstroken op het moment dat de spitsstrook niet in gebruik is. Er wordt dus ook niet geopteerd om bijvoorbeeld op de linker rijstrook 120 km/u toe te laten, de middelste rijstrook 110 km/u en de rechter rijstrook 100 km/u.

Het is dus niet duidelijk welk verkeers- en veiligheidsbeleid er gevoerd wordt bij de spitsstroken. Deze onduidelijkheid kan doorgetrokken worden naar het beleid omtrent de inzet van het dynamisch verkeersmanagement, aangezien bij het toepassen van deze regels het verschillend toepassen ook aan het licht zou moeten komen.

Het zou dus niet slecht zijn mocht er duidelijkheid komen over dit beleid of op zijn minst een verklaring waarom identieke situaties leiden tot een ander beleid. Meerdere onderzoeken hebben al aangetoond dat een correct en eenduidig snelheidsbeleid aangepast aan de situatie leidt tot een goede naleving en dus tot meer verkeersveiligheid. Dit goed bewaken en toepassen leidt tot minder ongevallen en verkeersslachtoffers.

1. Wat zijn de principes van het verkeers- en veiligheidsbeleid bij spitsstroken?
ANTWOORD : De wegvakken met spitsstroken zijn uitgerust met rijstrooksignalisatieborden (RSS). Via deze rijstrooksignalisatieborden worden dynamisch snelheidsbeperkingen opgelegd in functie van de actuele verkeerssituatie. Deze snelheidsbeperkingen worden volledig automatisch bepaald op basis van verkeersmetingen door detectoren stroomafwaarts. Als deze detectoren een verstoring (vertraging/file) detecteren, dan wordt een beperking van 70 of 50 km/u geplaatst op RSS-borden stroomopwaarts. Om te vermijden dat het verkeer hiervoor bruusk moet remmen, wordt een geleidelijke snelheidsafbouw toegepast. De weggebruikers krijgen daardoor op achtereenvolgende portalen eerst een beperking van 110 km/u, vervolgens van 90 km/u dan 70 km/u en tenslotte van 50 km/u. Dit zorgt voor een veilige afbouw van de snelheid bij vlot verkeer. Om hierop alert te kunnen reageren, wordt de beeldstand van elk bord elke 10 seconden opnieuw berekend op basis van de meest recente metingen. Dit geldt voor alle zones met rijstrooksignalisatieborden.
Specifiek voor de spitsstrook geldt het principe dat tijdens de tijdsvensters waarbinnen deze voor het verkeer is gesloten, de spitsstrook wordt afgekruist door op het RSS bord een rood kruis te tonen. Tijdens de tijdsvensters waarbinnen de spitsstrook open is, wordt deze qua snelheidsbeperkingen als een gewone rijstrook behandeld. Alvorens de spitsstrook wordt opengesteld, wordt deze volledig geschouwd door middel van camerabeelden om te zien of deze obstakelvrij is. Als de spitsstrook open is en er komt een voertuig op de spitsstrook tot stilstand (bv. bij pech), wordt deze lokaal afgekruist.


2. Wat is de verklaring voor het feit dat twee identieke situaties toch leiden tot een verschillende toepassing van dit beleid?
ANTWOORD : Naar aanleiding van de ingebruikname van de spitsstrook op de E313-E34 werd tussen de Antwerpse ring en het knooppunt Ranst een maximumsnelheid van 100 km/u ingesteld.
Dit is om verschillende redenen ingegeven:
• De uitbouw van een spitsstrook naast drie bestaande rijstroken had tot gevolg dat alle rijstroken werden versmald. De breedte van deze rijstroken ligt net onder wat de ontwerpnorm strikt voorschrijft voor 120 km/u. De rijstroken zijn echter wel voldoende breed voor 100 km/u.
• De aansluiting van de E313 ter hoogte van het knooppunt Antwerpen-Oost stond als een gevaarlijk punt genoteerd. De ingestelde 100 km/u betreft voor deze specifieke locatie de optimale snelheid om een maximum aan capaciteit op een veilige manier af te wikkelen. Een hogere snelheid verhoogt ook de afstand tussen rijdende voertuigen, waardoor de netto capaciteit van de weg afneemt.
• De lagere snelheid komt (deels) tegemoet aan de talrijke klachten inzake geluidshinder langs een druk bewoonde woonzone.
• Bovendien is een deel van het traject gelegen langs een habitatzone (Ranst). Ook hierdoor dient de geluidshinder te worden beperkt.
Er werd voor deze locatie dus duidelijk rekening gehouden met veiligheidsoverwegingen en met de specifieke plaatsgesteldheid. De aangehaalde locaties (E313-E34 tussen knooppunt Antwerpen-Oost en de afsplitsing in Ranst versus E40 tussen de Brusselse Ring en de splitsing in Bertem) zijn dus slechts schijnbaar identiek.


3. Zijn er nog andere locaties waarbij er een afwijking is van het uitgetekende verkeers- en veiligheidsbeleid en indien dit zo is, welke locaties zijn dit en wat zijn er de afwijkingen?
ANTWOORD : Er zijn een aantal locaties waar rijstrooksignalisatie (RSS) aanwezig is en waar permanent een snelheidsbeperking geldt. Deze beperking is een plafondwaarde. Dit wil zeggen dat de snelheidsbeperking lager kan zijn in functie van de actuele verkeerssituatie, maar nooit hoger. Het betreft hier volgende locaties:
• R1 (Ring Antwerpen) tussen Antwerpen-West en Merksem (beide richtingen);
• R1 (Ring Antwerpen) tussen Antwerpen-West en Antwerpen-Centrum richting Nederland en Antwerpen-Centrum – Linkeroever richting Gent (Kennedytunnel);
• E313 Wommelgem – Antwerpen-Oost richting Antwerpen en Antwerpen-Oost – Ranst richting Luik;
• E17 viaduct van Gentbrugge;
• Aansluitlus van R1 binnenring naar E19 richting Brussel;
• Aansluitlus van E17 naar E40 richting Oostende;
• R1.