Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

woensdag 18 januari 2012

Oppositie dient motie van wantrouwen in tegen Vlaams minister Muyters

18/01/2012 - Na een interpellatie en vragen van de Vlaamse volksvertegenwoordigers Marino Keulen, Hermes Sanctorum en Lode Vereeck aan minister Philippe Muyters, hebben Open Vld, Groen en LDD in het Vlaams Parlement een motie van wantrouwen ingediend. Alle oppositiepartijen maar ook de meerderheidspartijen, zelfs N-VA, hadden de N-VA-minister zwaar op de korrel genomen voor zijn communicatie over het uitstel van de hervorming van de Belasting op Inverkeerstelling (BIV). ‘Voor de oppositie volstonden de excuses van Muyters niet, die inzake minachting voor het Parlement niet aan zijn proefstuk toe is’, zegt Keulen. "Deze oppositie heeft bewezen constructief mee te werken bvb. in dossiers als I-Cleantech of Vlaams Energiebedrijf. De minister begrijpt niet dat het parlement de regering controleert, niet omgekeerd."

Het is voor het eerst in de geschiedenis van het Vlaams Parlement dat een motie van wantrouwen tegen een minister wordt ingediend. In een motie van wantrouwen zegt het Vlaams Parlement dat het geen vertrouwen meer heeft in de volledige Vlaamse Regering of in één of meer ministers. In de motie moet ook een opvolger worden aangeduid voor de minister in wie het Parlement het vertrouwen heeft verloren.

De oppositie nam in de commissie geen vrede met de excuses van Muyters. Hij had in zijn communicatie aan burgers over het uitstel van de invoering van de nieuwe BIV beweerd dat het de schuld van de oppositie was dat de nieuwe regeling niet op 1 januari kon ingaan. De minister was “het slachtoffer van een politiek spel gespeeld door Vld, Groen en LDD”. Hij betreurde dat, “niet in het minst omdat we zo goed als zeker zijn dat het parlement geen enkele inhoudelijke wijziging aan de formule zal doorvoeren.”

Daarmee gaf hij uiting aan een groot misprijzen van het Parlement. En daarbovenop overtrad hij verschillende regels tegen de ministeriële deontologie. Een minister hoort immers uit te voeren wat het Parlement hem opdraagt, en niet omgekeerd. Bovendien had Muyters zwart op wit gelogen. Dat hij onwaarheden had geschreven, werd hem trouwens ook door de parlementsleden van de meerderheid verweten.

Bovendien vertelde hij een nieuwe leugen in de media, toen hij om een reactie werd gevraagd op de beschuldigingen van Marino Keulen. Toen zei hij dat de vertraging te wijten was aan de hoorzittingen die door de oppositie werden gevraagd. De aanwezige parlementsleden moesten de minister ook hier terechtwijzen: de timing van de agendering van zijn ontwerp van decreet in de bevoegde parlementscommissie maakte immers een goedkeuring ervan vóór 1 januari onmogelijk. De hoorzittingen werden pas gevraagd na de indiening van een amendement door de meerderheid om de inwerkingtreding uit te stellen tot 1 maart. En tenslotte waren ook parlementsleden van de meerderheid vragende partij voor die hoorzittingen.

Voor de oppositie waren deze leugens en dit schromelijk gebrek aan deontologie de druppels die de emmer deden overlopen. Muyters was immers zeer recent nog eens in conflict gekomen met het Parlement, toen vernomen werd hoe de minister een betwiste belegging in commercial paper van de inmiddels ter ziele gegane Gemeentelijke Holding had verricht. Het Rekenhof stelde dat Muyters daarbij verschillende regels en procedures had overtreden en de verplichte informatie over de belegging veel te laat had overgemaakt aan het Vlaams Parlement. Ook in het dossier over de Hasseltse topsportschool voor handbal was er een mail van minister Muyters die de sluiting van de school aan een ouder aankondigde, terwijl de minister in het Parlement en in de media verklaarde dat de beslissing nog niet genomen was.