Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

dinsdag 31 maart 2009

Burgerparticipatie in Vlaamse steden op nieuwe wegen

31/03/2009 - Participatie en inspraak zijn hot items geworden in het stadsbestuur en houden veel meer in dan het de jongste dagen veelbesproken referendum over de Lange Wapper doet vermoeden. Dat zei Vlaams minister Marino Keulen bij de voorstelling van het rapport ‘Burgerparticipatie in Vlaamse steden' vandaag in het Vlaams Parlement.

In zowat alle Vlaamse steden lopen vandaag initiatieven om de betrokkenheid van de inwoners bij de stad of de wijk te verhogen. Met nieuwe participatiepraktijken pogen de stadsbesturen om de samenhorigheid binnen een snel veranderende stedelijke samenleving te bevorderen. Om de lokale besturen hierbij te ondersteunen, riep minister Keulen een werkgroep Participatie in het leven. Hierin nemen sleutelfiguren uit de stedelijke politiek en ambtenarij zitting, samen met deskundigen uit het werkveld en de Vlaamse overheid.

De werkgroep werkte 18 maanden lang aan een eigentijdse en ruim gedragen visie op participatie en aan een inspirerend beleidskader voor lokale bestuurders en burgers. Het rapport dat wordt voorgesteld bevat ook 50 relevante aanbevelingen voor een lokaal participatiebeleid en geeft aan hoe de Vlaamse overheid een meer participatief bestuur in de steden kan aanmoedigen en ondersteunen.

Sociaal kapitaal

Volgens minister Keulen zijn de steden voortrekkers in het opzetten van participatietrajecten. In een aantal gevallen is sprake van echt vernieuwende praktijken of experimenten. In die gevallen doet een stadsbestuur meer dan het louter communiceren van beleidsplannen die ze zelf heeft opgesteld. Burgers en verenigingen worden betrokken bij de opmaak en uitvoering van plannen en beleid. Een echt participatiebeleid behelst meer dan het zoeken naar een draagvlak bij de bewoners voor het gevoerde beleid: het geeft ruimte aan burgerinitiatieven en onderzoekt hoe besturen maximaal kunnen inzetten op het sociaal en cultureel kapitaal dat in de steden aanwezig is.

Meer burgerbetrokkenheid en participatie is niet enkel een wens van de stadsbesturen. Ook de burgers zelf zijn vragende partij. Getuige de enorme toename van buurtverenigingen en actiecomités. De resultaten van de Stadsmonitor 2008 geven aan dat maar liefst 60% van de stadsbewoners zich de problemen in zijn buurt of wijk aantrekt en bereid is zelf de handen uit de mouwen te steken. Slechts 30% van de 15.000 bevraagde stadbewoners vindt dat er voldoende inspraakmogelijkheden worden geboden door de stad. Voor minister Keulen een bewijs dat inzetten op meer participatie loont.

Toch blijkt participatie in de praktijk vooral een opdracht voor ambtenaren, colleges en frontlijnwerkers. De mogelijke bijdrage van de privé-sector tot de burgermaatschappij blijft onderbelicht, net zoals ook de gemeenteraad onzichtbaar is in het debat.

Voor de auteurs van het rapport hebben de gemeenteraadsleden nochtans een belangrijke(re) rol te vervullen in het lokale participatiedebat. Het nieuwe gemeentedecreet dicht de gemeenteraad een expliciete rol toe op vlak van participatie. Artikel 199 stelt: "de gemeenteraad neemt initiatieven om de betrokkenheid en de inspraak van de burgers of van de doelgroepen te verzekeren bij de beleidsvoorbereiding, bij de uitwerking van de gemeentelijke dienstverlening en bij de evaluatie ervan."

Uit het boek ‘Burgerparticipatie in Vlaamse steden. Naar een innoverend participatiebeleid' blijkt dat de steden volop aan het experimenteren zijn met vernieuwende participatiemethoden. In bijlage vindt u enkele interessante gevalstudies beknopt samengevat.

Kandidaat-burgemeesters Rand: Keulen blijft op zijn lijn

31/03/2009 - Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen is niet van plan om de kandidaat-burgemeesters van de faciliteitengemeenten Kraainem, Linkebeek en Wezembeek-Oppem te benoemen.

"Ik merk dat nu de verkiezingscampagne begonnen is, ook de niet-benoemde burgemeesters weer van zich laten horen. Maar ik blijf op mijn lijn en handhaaf de niet-benoeming."

De drie kandidaat-burgemeesters maakten bekend dat ze voor de derde keer een voordracht zullen indienen. "Dit is het begin van de kiescampagne van het FDF", zegt minister Keulen hierover. "Er is geen nieuw element in het dossier. En de reactie van mijnheer Thiéry (kandidaat-burgemeester van Linkebeek) laat uitschijnen dat ze hun gedrag niet gaan verbeteren", zegt Keulen. "Ik blijf dan ook op mijn lijn en handhaaf de niet-benoeming".

De drie burgemeesters verwijzen naar de aanbeveling van het congres van lokale besturen van de Raad van Europa om hen alsnog te benoemen. "Dit is een congres van burgemeesters, een politiek orgaan dat geen juridisch bindende uitspraken kan doen", zegt Keulen hierover.

"Ik pas de wet toe, als ze vinden dat ik dat niet correct doe moeten ze naar de Raad van State stappen om mijn beslissingen aan te vallen." Keulen zegt dat het belangrijk is dat de drie de komende regionale verkiezingen organiseren conform de wetten en decreten en de omzendbrief-Peeters. Volgens de minister heeft de Raad van State ook geoordeeld dat de omzendbrief-Peeters ook geldt voor verkiezingen die de federale regering organiseert, wat het geval is bij de regionale verkiezingen. "Als ze de verkiezingen correct organiseren, dan zal ik alles evalueren", zegt Keulen.

donderdag 26 maart 2009

Keulen verontwaardigd over Electrabel: 3.000 gezinnen betaalden te veel

26/03/2009 - Minister Keulen raadt de sociale huisvestingsmaatschappijen aan om gerechtelijke stappen te ondernemen als hun huurders te veel hebben betaald. Zowat 3.000 gezinnen betalen al vijf jaar te veel voor hun aardgasfactuur. Het gaat om bewoners van sociale woningen die recht hebben op het sociaal tarief, maar dat ten onrechte niet krijgen.

De inspectie RWO ontdekte enkele maanden geleden dat Electrabel het goedkopere sociaal tarief niet toekent aan huurders van een sociale woning in een appartementsblok met één centrale verwarmingsketel op aardgas en individuele tellers op de radiatoren of de thermostaat. Dat is nochtans flagrant in strijd met de wet. Sinds 2004 hebben sociale huurders met zo'n centrale aardgasketel recht op dat tarief.

Het gaat naar schatting om zowat 3.000 gezinnen. Afhankelijk van hun verbruik en hun huidig tariefplan betalen ze dit jaar om en bij de 150 euro te veel: voor een jaarlijks verbruik van 10.030 kilowattuur betalen ze dit jaar 703 in plaats van 550 euro aan Electrabel. Als dat prijsverschil de voorbije jaren in dezelfde lijn lag, betaalden 3.000 gezinnen grofweg ieder 750 euro te veel. Dat betekent dat Electrabel sinds 2004 zo'n 2,2 miljoen euro te veel incasseerde.

Vlaams minister voor Wonen Marino Keulen, bevoegd voor sociale woningen, schrijft alle sociale huisvestingsmaatschappijen aan met de vraag van Electrabel te eisen dat ze het sociaal tarief krijgen en laat onderzoeken hoe de gedupeerden hun geld kunnen terugvorderen. "Geld verdienen op kap van de zwaksten in de samenleving, dat kan echt niet door de beugel", besluit Marino Keulen ferm.

woensdag 25 maart 2009

Open Vld-Limburg keurt lijst Vlaamse verkiezingen goed

25/03/2009 - Het bestuur van Open VLD-Limburg heeft gisteravond haar lijst voor de Vlaamse verkiezingen van 7 juni goedgekeurd. Marino Keulen trekt de lijst, voor Lydia Peeters en Jaak Gabriels. Hilde Vautmans duwt. 

"Het is een mooie lijst met sterke kandidaten waar we de verkiezingen mee kunnen winnen", zegt lijsttrekker Marino Keulen.

Bekijk hier de volledige lijst.


dinsdag 24 maart 2009

Doelstellingen Limburgplan gerealiseerd

24/03/2009 - De Vlaamse regering maakt vrijdag een stand van zaken op van het Limburgplan. Vlaams minister van Wonen Marino Keulen is er gerust op. Hij heeft zijn doelstellingen gerealiseerd.

Het Limburgplan werd in 2005 in het leven geroepen met als doel tegen 2009 de hoge werkloosheidscijfers in de provincie naar beneden te halen en de achterstand in de sociale huisvestingssector weg te werken. Om die doelstellingen te bereiken moest 225 miljoen euro worden geïnvesteerd in de bouw van 2.000 nieuwe huurwoningen en 880 koopwoningen.

Die doelstellingen zijn gehaald. In de praktijk zijn de afgelopen vier jaren 2.000 sociale huurwoningen gebouwd en 1.100 koopwoningen. Er zullen dus 220 koopwoningen meer zijn gebouwd dan opgelegd in het Limburgplan. Minister Keulen heeft ook het budget opgetrokken van 225 miljoen euro naar 250 miljoen euro.

Door de extra aandacht voor sociale huisvesting neemt de druk op de wachtlijsten af en worden jobs gecreëerd voor de bouwsector in de provincie Limburg. Want al die woningen moeten uiteraard ook worden gebouwd. En dat betekent werk!

Bekijk hier de reportage op TV Limburg.

vrijdag 20 maart 2009

Keulen zet licht op groen voor 125 betaalbare woningen in Zonhoven

20/03/2009 - Vlaams minister Marino Keulen heeft het licht op groen gezet voor de bouw van 125 betaalbare woningen aan Halveweg in Zonhoven. 

Een dag nadat het decreet 'Gronden en pandenbeleid' door het Vlaams Parlement werd goedgekeurd, zette de minister in Zonhoven zijn handtekening onder de onteigening van vier percelen grond. Het project is een ideale mix van 48 koopwoningen, 19 kavels en 58 huurwoningen.

Kempisch Tehuis en Vooruitzien slaan de handen in elkaar om respectievelijk 58 sociale huurwoningen en 48 koopwoningen te bouwen. Bovendien worden er nog een aantal bouwgronden aangeboden aan particulieren. "Sinds mijn aanstelling als minister heb ik mijn handtekening nog nooit moeten zetten onder zo'n groot project", aldus Keulen.

"Voor Zonhoven is dit het grootste project ooit", zegt burgemeester Johny De Raeve. "Hiermee zet onze gemeente een grote sprong voorwaarts om de doelstellingen te halen op het vlak van sociale woningbouw." Zonhoven telt nu 90 huurwoningen, dat is ongeveer 1,2 procent van het totale woningbestand. Dat is ongeveer hetzelfde als het Vlaamse gemiddelde. Daar komen in één klap dus 58 huurwoningen bij: een tussensprintje naar de doelstelling van 3 procent, zoals op Vlaams niveau is vooropgesteld.

Volgens Jo Bollen van cv Kempisch Tehuis en Bert Cox van cv Vooruitzien kan de aanbesteding voor de werkzaamheden aan de wegen dit jaar nog plaatshebben. "De bouw van de woningen verloopt in drie fases. De nieuwe woonwijk zal vermoedelijk binnen vijf à zes jaar af zijn."



Bron: Het Belang van Limburg
www.hbvl.be

Keulen en Van Mechelen informeren gemeenten over grond- en pandendecreet

20/03/2009 - De Vlaamse ministers Marino Keulen en Dirk Van Mechelen hebben het initiatief genomen om, zo snel als mogelijk na de goedkeuring van het grond- en pandendecreet afgelopen woensdagavond in het Vlaams Parlement, de gemeenten voor te lichten over inhoud en impact van dit decreet.

Het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO) heeft de lokale ambtenaren die in hun gemeente belast zijn met de taken die betrekking hebben op het grond- en pandendecreet al voorgelicht over dit decreet.

Via de website van RWO www.bouwenenwonen.be zijn de gevolgen van het goedgekeurde decreet per gemeente te raadplegen.

Ten derde kan het departement RWO steeds telefonisch of via e-mail (vragen@rwo.vlaanderen.be) gecontacteerd worden door politieke en ambtelijke lokale verantwoordelijken. Zij kunnen er van gespecialiseerde gewestelijke ambtenaren alle informatie bekomen over het decreet die ze wensen te krijgen.

Particulieren op hun beurt kunnen steeds terecht bij de 1700-lijn en op de gemeenten zelf.

Op deze wijze willen Van Mechelen en Keulen tegemoet komen aan de informatienoden van de lokale besturen bij de invoering van het nieuwe decreet, dat van kracht wordt op 1 september.

Uitbouw Wooninspectie loont in strijd tegen huisjesmelkerij

20/03/2009 - Het aantal gevallen van huisjesmelkerij in Vlaanderen is vorig jaar bijna verdubbeld: van 757 processen-verbaal in 2007 naar 1.462 tijdens de eerste negen maanden van 2008. Dat blijkt uit het zevende jaarrapport van de Wooninspectie.

De Wooninspectie verbaliseerde vorig jaar 1.462 woonentiteiten. Dat zijn plaatsen waar één huishouden woont. Het ging om 731 kamers, 594 studio's en appartementen, en 137 woningen. Het jaar voordien waren dat 757 woonentiteiten. Gevaar op elektrocutie blijft het grootste probleem. In zes op tien woonidentiteiten maakten de inspecteurs hiervoor een pv op. Ook vochtproblemen (drie op tien woonentiteiten) blijven hoog scoren. Daarnaast zijn brandgevaar, sanitair, verlichting en verluchting vaak voorkomende problemen.

178 in Limburg

In Limburg werden vorig jaar bij 50 acties in Limburg processen-verbaal opgemaakt voor 178 woonentiteiten. Drie gemeenten steken er erg boven uit: Heusden-Zolder (48), Bilzen (34) en Sint-Truiden (23). De andere processen-verbaal werden opgesteld in Wellen (12), Tongeren (11), Maaseik (8), Beringen (6), Bree (5), Zonhoven (5), Riemst (4), Gingelom (4), Borgloon (4) en Maasmechelen (3). In Lommel, Hasselt, Diepenbeek en Alken ging het telkens om twee pv's, in Nieuwerkerken, Genk en Kortessem om één vaststelling.

"Betere werking"

"De toename is vooral het gevolg van de doeltreffendere werking van de Wooninspectie", meent Vlaams minister van Wonen Marino Keulen (Open Vld). "Het personeel dat de afgelopen jaren is aangeworven, is nu volledig operationeel, en dat merk je aan de cijfers."

De stijging van de huisjesmelkerij was het sterkst in Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen. In grote steden als Gent en Antwerpen is er geen echte toename. De inspectie controleerde in 2008 in eenderde van de Vlaamse gemeenten en stelt vast dat vooral op het platteland meer geverbaliseerd werd.

Herstelvordering

De Wooninspectie verbaliseerde vorig jaar 384 verhuurders. 44 huisjesmelkers werden veroordeeld, onder wie één in Limburg.

Uit het rapport blijkt ook dat de Wooninspectie tevreden is over de herstelvordering. Dat is de nieuwe regeling waardoor de rechter het herstel van de woning kan verplichten. "Vaak is het net dat duwtje in de rug dat de verhuurders nodig hebben om de woning op te knappen.", klinkt het.

Folders

Minister Keulen maakte gisteren ook bekend dat de Wooninspectie folders met de nodige informatie en telefoonnummers zal geven aan bewoners van gecontroleerde panden. De brochure bestaat in 16 talen, onder andere in het Russisch, Albanees, Arabisch, Chinees, Servo-Kroatisch, Spaans en het Turks.

Yves LAMBRIX
Bron: Het Belang van Limburg
www.hbvl.be


vrijdag 13 maart 2009

Eerste ISO 9001-certificaat in sociale huisvesting

13/03/2009 - De sociale huisvestingsmaatschappij Ons Dak in Maaseik bestaat 80 jaar. Op zich al een hele prestatie, maar van de gelegenheid wordt eveneens gebruik gemaakt om aan te kondigen dat de maatschappij erin geslaagd is om met steun van minister van Wonen Marino Keulen een ISO 9001: 2008 erkenning te bekomen.

"Het behalen van zo'n ISO 9001-certificaat is een primeur in de wereld van de sociale huisvesting", zegt minister Keulen, "en toont aan dat er binnen de sector continu gewerkt wordt aan het leveren van kwaliteit en klantgerichtheid bij het verlenen van dienstverlening."

Het certificaat geeft aan dat het kwaliteitsmanagementsysteem van de sociale huisvestingsmaatschappij Ons Dak voldoet aan de internationaal gestandaardiseerde kwaliteitsvereisten, opgesteld vanuit de ISO-organisatie (International Organization for Standardization). Om dit te bekomen, heeft de huisvestingmaatschappij een grondige analyse gemaakt van haar interne werking. Op deze manier zijn een aantal belangrijke wijzigingen doorgevoerd, zowel op het vlak van personeelsbeleid, dossierbehandeling als klantgerichtheid.

Om een dergelijke ISO 9001: 2008 standaard te bereiken, dienen alle bestaande processen binnen het bedrijf in kaart gebracht worden. Op deze manier wordt duidelijk of de verschillende processen op elkaar afgestemd kunnen worden, welke gebruiken binnen het bedrijf contraproductief of tegenstrijdig werken, of er voldoende goed werkende controle aanwezig is en waar er bijkomende voorzieningen nodig blijken te zijn. Uiteindelijk resulteert dit in een kwalitatief hoogstaande organisatie- en managementstructuur, waarbij de klantgerichtheid centraal staat.

Voor Ons Dak betekent dit dat de klanten, de huurders dus, veel beter en efficiënter verder geholpen kunnen worden. Minister Keulen voegt hieraan toe dat er sowieso een verdere professionalisering van de sector bezig is en het de bedoeling is de erkenningen van de SHM's structureel te gaan evalueren, waarbij de nadruk zal gelegd worden op performantie, kostenefficiëntie en dienstverlening. Met deze internationale erkenning, heeft Ons Dak uit Maaseik een voortrekkersrol op zich genomen, besluit de minister.

dinsdag 10 maart 2009

Keulen geeft groen licht voor fietspad in Bilzen

10/03/2009 - Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen heeft de machtiging verleend om in Bilzen langs de N2 over te gaan tot onteigeningen om rioleringen en een fietspad te kunnen aanleggen.

De gemeenteraad van Bilzen had eerder al de onteigening goedgekeurd. Daarna had de minister van Openbare Werken ermee ingestemd. Met de toestemming van minister Keulen kan de gemeente Bilzen (Mopertingen) nu effectief tot de onteigening overgaan.

De onteigening is noodzakelijk om fietspaden en riolering aan te leggen langs de Maastrichterstraat (gewestweg N2 Mopertingen-Waltwilder) te Bilzen. Door het fietspad zal de verkeersveiligheid voor fietsers langs deze drukke verkeersader sterk verbeteren. De rioleringswerken zijn noodzakelijk voor het milieu en om enkele prangende problemen met wateroverlast op te lossen.

vrijdag 6 maart 2009

Minderhedendecreet wordt Integratiedecreet

06/03/2009 - Op voorstel van minister van Inburgering Marino Keulen heeft de Vlaamse regering vandaag het ontwerp van integratiedecreet definitief goedgekeurd. Dit ontwerp wijzigt het minderhedendecreet uit 1998 fundamenteel. Het maakt onder meer komaf met de tweedeling tussen autochtonen en allochtonen die dit minderhedendecreet bevatte.

De voorbije jaren heeft minister Keulen de klemtoon gelegd op het nieuwe inburgeringsbeleid, dat vandaag helemaal op kruissnelheid zit. Zo volgden in 2008 15.000 mensen een inburgeringstraject. Het nieuwe ontwerp van integratiedecreet sluit hierbij aan maar gaat al verder dan in het regeerakkoord was overeengekomen. "We hebben eerst de focus gelegd op een beleid dat de individuele bagage geeft aan een nieuwkomer om aan te sluiten bij onze samenleving. Het integratiebeleid moet nu het samenleven in diversiteit in wijken en dorpen, in verenigingen en op werkvloeren, zo harmonieus mogelijk laten verlopen", zegt Marino Keulen.

In het nieuwe voorontwerp werd het woord ‘allochtoon' geschrapt. Het integratiebeleid richt zich tot alle Vlamingen, van welke origine ook. Het beleid vertrekt van de zienswijze dat iedereen inspanningen moet leveren voor het welslagen van een samenleving in diversiteit.

De reikwijdte van het decreet wordt dus verbreed naar de gehele samenleving maar besteedt wel nog bijzondere aandacht aan Vlamingen die bij de geboorte geen Belg waren of van wie minstens één van de ouders bij de geboorte geen Belg was. Uit statistische vaststellingen blijkt dat er nog bijzondere doelgroepen zijn van Vlamingen met minder (start-)kansen op terreinen als werk of onderwijs. Het integratiebeleid neemt deze Vlamingen met vaak wortels in andere culturen als doelgroep, zonder deze mensen een etiket op te kleven zoals het minderhedendecreet dat wel deed met de definitie van een ‘allochtoon'.

Het nieuwe ontwerp van integratiedecreet maakt van de integratiesector een scharnier voor de "secundaire inburgering". Na het behalen van een inburgeringsattest zorgt de integratiesector voor de doorstroming van de nieuwe Vlaming naar voorzieningen die zijn verdere integratie, emancipatie en opleiding kunnen verbeteren.

De regie voor het lokale integratiebeleid komt bij de gemeentebesturen te liggen. Het ligt immers voor de hand dat een integratiebeleid voor een kosmopolitische stad als Antwerpen geheel anders moet zijn dan dit voor een plattelandsgemeente. Dit gaat gepaard met een sterke planlastvermindering (een afschaffing van boekwerken als de omgevingsanalyse, meerjarenplan, jaarverslag, ...) en de invoering van concreet meetbare doelen (bijvoorbeeld: meer diversiteit in het verenigingsleven), waarvan de realisatie mee bepalend is voor de verdere financiering van de dienst.

De integratiesector telt overkoepelende Vlaamse diensten, acht (hoofdzakelijk provinciale) integratiecentra en 34 lokale integratiediensten. Hij stelt zo'n 225 voltijdse medewerkers tewerk en draait op een jaarbudget van circa 20 miljoen euro.

Keulen versoepelt eigendomsvoorwaarde renovatiepremie

06/03/2009 - Op voorstel van Vlaams minister van Wonen Marino Keulen heeft de Vlaamse regering enkele bepalingen in het besluit op de renovatiepremie gewijzigd. Het gaat vooral om enkele versoepelingen van de eigendomsvoorwaarde die stelde dat men tot drie jaar tot voor de aanvraag geen andere woning in volle eigendom mag hebben.

Heel wat kandidaat-renoveerders bleken echter wel in dat geval en zagen om die reden hun aanvraag voor een renovatiepremie onontvankelijk verklaard. Nogal wat mensen kopen immers een huis wanneer ze gaan samenwonen of huwen, met de bedoeling het later, als het gezin zijn definitieve vorm heeft gekregen, opnieuw te verkopen en een andere woning te kopen die beter op die gezinssamenstelling is afgestemd.

Minister Keulen heeft de eigendomsvoorwaarde daarom versoepeld. Voortaan mag afgeweken worden van de regel dat tot drie jaar vóór de aanvraag geen andere woning in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik mag geweest zijn als:
  • die vorige woning onteigend werd
  • die vorige woning werd gesloopt en de aanvrager heeft op de aanvraagdatum geen bouwperceel in eigendom
  • die vorige woning een krot is en de aanvrager was de laatste bewoner van deze woning
  • die vorige woning op de aanvraagdatum van de renovatiepremie verkocht is en de aanvrager de vorige woning bewoonde tot de verhuizing naar de nieuwe woning.

In de nieuwe voorwaarden voor de renovatiepremie stemt minister Keulen ook de renovatiepremie beter af op de dakisolatiepremie. Facturen voor dakisolatiewerkzaamheden met datum vanaf 1 januari 2009 zullen niet meer in aanmerking komen voor de berekening van de renovatiepremie, aangezien daarvoor vanaf 2009 een andere premie kan worden bekomen. Deze facturen zullen wel nog meetellen voor het bereiken van het minimuminvesteringsbedrag van 10.000 euro.

maandag 2 maart 2009

Stadsmonitor 2008: Kindvriendelijkheid verhogen grote uitdaging

02/03/2009 - De kindvriendelijkheid in de steden verhogen is dé grote uitdaging voor de toekomst. Daarom moet fors worden geïnvesteerd in meer kinderopvang, betere verkeersveiligheid, meer groen en een betere toegang tot sport-, speel- en vrijetijdsactiviteiten. 

Dat zei Vlaams minister van Stedenbeleid Marino Keulen bij de voorstelling van de Stadsmonitor 2008. Bij deze gelegenheid lanceerde de minister meteen ook de nieuwe ‘Thuis in de stad' campagne. Wie in de stad zijn woning vernieuwt, kan 1.500 euro winnen.

De belangrijkste doelstelling van het Vlaams stedenbeleid blijft jonge gezinnen aansporen om zich in de stad te vestigen of er te blijven wonen. Daartoe moet er ook in de toekomst fors geïnvesteerd worden in de kindvriendelijkheid van de Vlaamse steden: meer kinderopvang, betere verkeersveiligheid, meer groen en een betere toegang tot sport- speel- en vrijetijdsactiviteiten. Dat is de voornaamste conclusie die minister van Stedenbeleid Marino Keulen trekt uit de Stadsmonitor 2008.

De stadsmonitor is inmiddels aan zijn derde editie toe. Het instrument geeft in 129 indicatoren een zicht op de ontwikkelingen in de 13 Vlaamse centrumsteden (Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout) op gebieden als cultuur en vrije tijd, leren en onderwijs, ondernemen en werken, veiligheidszorg, wonen, mobiliteit, zorg en opvang en natuur- en milieubeheer. De stadsmonitor werd gerealiseerd door de Studiedienst van de Vlaamse regering en het team Stedenbeleid.

Voor enkele indicatoren werden de centrumsteden ook vergeleken met de stedelijke rand, de kleinere steden en het platteland. Uit deze vergelijking blijkt dat een aantal clichés over de steden niet kloppen: stedelingen voelen zich niet onveiliger dan de rest van Vlaanderen, wel integendeel; stadsbewoners hebben meer interesse voor politiek en zijn maatschappelijk meer betrokken; zij doen minstens evenveel aan vrijwilligerswerk en mantelzorg als de rest van Vlaanderen; en in de steden is een rijk potentieel aan burgerzin aanwezig: liefst 60% van de stadsbewoners trekt zich de problemen in zijn buurt of wijk aan en is bereid zelf de handen uit de mouwen te steken. Voor Keulen een bewijs dat inzetten op meer participatie loont. De minister noemt het een belangrijke uitdaging voor de stadsbesturen om ten volle beroep te doen op het sociaal kapitaal van de bevolking.

Stadsvlucht gestopt door immigratie
Tijdens de voorstelling van de stadsmonitor in Hasselt werd de klemtoon gelegd op wonen en participatie, twee thema's die de steden zelf naar voren schoven als belangrijkste prioriteiten voor het stedelijk beleid. Uit eerdere stadsmonitors bleek al dat de stadsvlucht van de jaren 90 gestopt is. Het aantal inwoners neemt toe dankzij vooral een positief migratiesaldo en een geboorte-overschot. Er doet zich echter nog altijd een belangrijke selectieve stadsvlucht voor bij jonge, in het bijzonder sociaal economisch sterkere, gezinnen. De (studenten)steden trekken meer twintigers aan, maar die verhuizen weer uit de stad wanneer ze gezinsuitbreiding plannen. Gezinnen met kinderen brengen letterlijk en figuurlijk leven in de stad. Ze zorgen voor stedelijke dynamiek en evenwicht in een verouderende samenleving.

De stadsmonitor geeft aan dat er met de kindvriendelijkheid van onze steden nog wat schort. Slechts de helft van de stadsbewoners is tevreden over de voorzieningen voor kinderen en jongeren in de buurt. Ook op gebied van tevredenheid kinderopvang in de buurt is er nog werk aan de winkel: slechts 1 op 2 inwoners vindt dat er voldoende kinderopvang is. Er zijn wel grote verschillen tussen de centrumsteden.

Stadsbewoners hebben veel burgerzin

Inzake participatie scoren de steden beter dan kan verwacht worden, gezien hun bevolking gemiddeld minder geschoold is, armer en meer werkloos dan het Vlaams gemiddelde. In onze steden steekt één op 7 bewoners wel eens de handen uit mouwen in de buurt. In Antwerpen en Hasselt is dit zelfs 1 op 5. Het verenigingsleven in de steden telt wel minder actieve lidmaatschappen dan op het platteland. Maar in steden zijn evenveel vrijwilligers en mantelzorgers aan het werk als in de rest van Vlaanderen: grootstedelingen springen zelfs iets meer in voor een zieke, gehandicapte of bejaarde buur, kennis of familielid.

Volgens minister Keulen komt uit de stadsmonitor als voornaamste conclusie naar voren dat het tegengaan van de stadsvlucht bij jonge gezinnen de belangrijkste doelstelling van het Vlaams stedenbeleid moet blijven. "Werk maken van de betaalbaarheid van de woningen alleen volstaat daarbij niet", aldus Keulen. "Ook de woonomgeving en de kind- en gezinsvriendelijkheid in de steden moeten verbeterd worden. De inspanningen op gebied van stadsontwikkeling lonen en moeten worden verder gezet en zelfs versterkt. En er moet verder geïnvesteerd worden in kinderopvang, verkeersveiligheid, groenvoorziening en sport-, speel- en vrije tijdsactiviteiten. Niet alleen kwantitatief, maar vooral kwalitatief: er bestaat immers een grote kloof tussen het objectief gemeten aanbod aan voorzieningen voor kinderen en jongeren en de graad van tevredenheid erover."

Thuis in de stad

Minister Keulen lanceerde bij de voorstelling van de stadsmonitor ook de nieuwe ‘Thuis in de stad' campagne. De campagne is gericht - hoe kan het ook anders - op twintigers en jonge gezinnen. Aan de campagne is een wedstrijd verbonden. Wie in de stad zijn woning vernieuwt, kan een cheque van 1500 euro winnen voor binnen- of buiteninrichting. Alle info op www.thuisindestad.be

Bekijk hier het item in het vrt-nieuws

zondag 1 maart 2009

Minister Keulen steunt Chiro bij inburgeringsproject

01/03/2009 - Chirogroepen in zes Limburgse gemeenten starten een proefproject om meer allochtone jongeren ertoe te bewegen zich aan te sluiten bij hun jeugdbeweging. Ook kinderen met taalachterstand moeten vlotter de weg vinden naar de Chiro. Vlaams minister van Inburgering Marino Keulen steunt het initiatief met 83.333 euro.

Met het project willen de initiatiefnemers op zoek gaan naar (allochtone) kinderen en jongeren uit de moeilijk bereikbare groep uit het beroeps- en buitengewoon onderwijs. Zo moet er een brug worden geslagen van het gespecialiseerde en professionele jeugdwerk naar de gewone Chirogroepen. Kinderen en jongeren die verbaal niet zo sterk zijn zullen met de hulp van dit project beter een goede plaats kunnen vinden in de jeugdbeweging.

"Een 139 Chiroleiders worden speciaal opgeleid hoe ze moeten omgaan met diversiteit, taal en spel in de vrije tijd", licht Marino Keulen toe. "De spelen worden zo gedaan dat taal voor kinderen met een achterstand op een speelse wijze wordt aangebracht. Het is niet de bedoeling dat ze een taalcursus geven. Verder gaan de 136 jeugdleiders ouders van vreemde jongeren thuis aanmoedigen om hun zoon of dochter bij de Chiro in te schrijven."

De zes gemeenten waar het project start zijn Beringen, Sint- Truiden, Overpelt, Maasmechelen, Hoepertingen (Borgloon) en Genk. Bij de Chiro Sint- Gerolf die middenin de multiculturele wijk Kolderbos in Genk actief is, werd het proefproject gelanceerd. De groep telt 104 leden onder wie een tiental Marokkanen en één kind van Chinese afkomst.

Het project past perfect binnen het inburgeringsbeleid van minister Keulen. Ook gouverneur Steve Stevaert steunt het initiatief.