Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

vrijdag 28 oktober 2016

Belga 28-10-2016 : De Lijn gaat interventiemoto's nog enkel inzetten in Oost-Vlaanderen en Antwerpen.

BRUSSEL 28/10 13:43 (BELGA)
Om efficiëntieredenen gaat De Lijn in de toekomst haar moto's enkel nog inzetten voor interventies in de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen en dit vooral in de steden Antwerpen en Gent. In Limburg worden ze sinds het najaar van 2015 niet meer gebruikt en ook in Vlaams-Brabant zal het gebruik worden stopgezet. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts op een schriftelijke vraag van Marino Keulen (Open Vld).
De Lijn investeerde sinds 2001 in de aankoop van interventiemoto's in het kader van het Veiligheidsplan. Ze worden vooral gebruikt voor interventies van controleurs bij gevallen van agressie of ongevallen. Momenteel bezit De Lijn 15 moto's in Vlaams-Brabant, 9 in Antwerpen, 5 in Oost-Vlaanderen en 4 in Limburg. De voertuigen zijn gemiddeld ach t jaar oud en boekhoudkundig volledig afgeschreven. De totale aankoopprijs van de moto's bedroeg 173.400 euro. Voor het materiaal aan kleding en helmen werd nog eens 182.794 euro betaald.
"De meerwaarde van de moto's is zowel in Limburg als in Vlaams-Brabant onvoldoende. De motards kunnen immers moeilijk worden ingezet voor andere taken dan interventie. Door het dichter busnetwerk en tramexploitatie in Antwerpen en Gent is het aantal interventies bij agressie, ongevallen en doorstromingsproblemen hoger en blijft de inzet daar efficiënt. Ook het groot aantal evenementen in beide provincies maakt dat de inzet van moto's hier nuttig blijft", aldus Ben Weyts. 

maandag 24 oktober 2016

Persbericht 23-10-2016 : “Minister Weyts is bezig met nog bijkomende trambus-studies voor Vlaamse vertrammingsprojecten”

De Lijn heeft reeds twee trambus-studies uitgevoerd voor twee trajecten in het kader van Brabantnet en laat er nog drie andere uitvoeren. Dit blijkt uit een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) aan bevoegd minister Weyts. “Het doel van deze trambus-studies is om de uitrol van een hoogwaardig openbaar vervoer te versnellen door het inzetten van trambussen in plaats van sneltrams,” legt Keulen uit. “Zo komt er nog een studie voor de trajecten The Loop in Gent, Spartacus lijn 2 (Hasselt-Maasmechelen) en Kontich-Berchem Station.”

De beide afgeronde studies tonen aan dat voor het traject Heizel-Zaventem (ringtram) de inzet van een trambus een zeer valabele piste is om versneld hoogwaardig openbaar vervoer te realiseren. Voor het traject Willebroek-Brussel is dit niet het geval, daar de trambus niet de gewenste snelheid kan behalen en de overstap naar de bestaande traminfrastructuur in het centrum onmogelijk is. Wel onderzoekt men voor dit traject of men met behulp van doorstromingsmaatregelen (bv. rijden op de pechstrook) niet op korte termijn tot een vlottere busverbinding kan komen.

Voor drie andere tracés is men bezig met een trambus-studie. Het betreft The Loop in Gent, Spartacus lijn 2 (Hasselt-Maasmechelen) en Kontich-Berchem Station. De studies zijn lopende en deze zullen besproken worden binnen de taskforce Doorstroming.


“Het is positief dat minister Weyts werk maakt van hoogwaardig openbaar vervoer en de twee afgeronde studies geven een goed beeld weer van de mogelijkheden. Voor mij is echter één zaak van cruciaal belang, het dient structureel hoogwaardig openbaar vervoer te zijn en men dient verder te kijken dan louter de korte termijn. Een trambus kan een opstap naar een definitieve tramverbinding zijn, maar kan deze nooit vervangen. Als een trambus toch de definitieve vervoersmodus wordt op een traject, is het belangrijk dat deze volledig op een eigen vrije bedding zich kan verplaatsen. Alleen op die manier creëren we hoogwaardig openbaar vervoer waar de reiziger wel bij vaart,” besluit Marino Keulen.

donderdag 20 oktober 2016

Persbericht 19-10-2016 : “Laatste obstakel opgeruimd: natuurbegraafplaats Rekem kan volgend jaar in gebruik genomen worden (Vlaamse primeur!)”

Het Vlaams Parlement heeft vandaag het decreet houdende wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging goedgekeurd. Dit decreet ruimt de laatste obstakels op en maakt de weg vrij voor natuurbegraafplaatsen. Vlaams volksvertegenwoordiger en burgemeester van Lanaken Marino Keulen (Open Vld) is hierover verheugd: “vorig jaar rond deze tijd is de natuurbegraafplaats van Rekem voorgesteld, maar moest men wachten op een decretaal kader om het begraven op deze plaats mogelijk te maken. Met dit decreet wordt dit nu mogelijk.”

De natuurbegraafplaats van Rekem ligt rond het oude kerkhof van het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum aan de Daalbroekstraat. Het is de bedoeling dat er biologisch afbreekbare urnen kunnen begraven worden tussen de bomen en struiken. Er komen bankjes voor rouwende familieleden die een moment van bezinning willen op de begraafplaats en aan de ingang komt een gedenkplaat met de namen op van alle begraven overledenen. Individuele graven zijn dus niet mogelijk.

“Het is de bedoeling dat tegen Allerheiligen volgend jaar de natuurbegraafplaats in gebruik kan genomen worden. Hiervoor dienen nog enkele praktische elementen besproken te worden: welke urnen mogen gebruikt worden, is de begraafplaats enkel voor inwoners van Lanaken, wie neemt het beheer van de begraafplaats op zich (de gemeente of het Agentschap Natuur en Bos), wat is de hoogte van de concessievergoeding …” aldus Keulen.


De natuurbegraafplaats van Rekem is een pilootproject en een primeur voor Vlaanderen. “Het is de bedoeling dat mettertijd natuurbegraafplaatsen ook gecreëerd worden in andere Vlaamse gemeenten,” besluit Marino Keulen.

vrijdag 14 oktober 2016

Persbericht 13-10-2016 : “De sneltramverbinding tussen Hasselt en Maastricht zit terug op het goede spoor”

Deze namiddag, in de commissie Mobiliteit en Openbare Werken van het Vlaams Parlement, heeft Marino Keulen (Open Vld) een vraag gesteld over de stand van zaken met betrekking tot Spartacus lijn 1. Bevoegd minister Weyts antwoorde dat men bezig is met de finalisering van een addendum bij de eerder getekende kaderovereenkomst en dat dit ongeveer binnen een drietal weken afgerond zal worden. “Minister Weyts is een man van zijn woord en blijft doorzetten in het Spartacusdossier. Dat is zeer positief voor de mobiliteit van onze provincie," stelt Keulen vast.

In dit addendum staat dat lijn 1 Hasselt-Maastricht als tijdelijke eindhalte Mosae Forum heeft en het de uitgesproken ambitie is om op termijn deze lijn door te trekken naar het station van Maastricht. De eerder opgenoemde compensaties (zes miljoen euro voor het vervroegen van de eindhalte tot Mosae Forum, één miljoen euro voor investeringen in de Vlaamse haltes langs lijn 1 en actief inzetten op grensoverschrijdende projecten zoals de elektrificatie van de spoorverbinding Antwerpen-Weert op Nederlands grondgebied en een busverbinding tussen Sittard en Maaseik) blijven gehandhaafd.

Het was een constructief overleg stelde minister Weyts, maar de laatste punten moeten nog uitgeklaard worden. Nadien moet dit voorstel nog goedgekeurd worden door de Vlaamse Regering en de Raad van Bestuur van VVM De Lijn. Dit zal ongeveer zo’n drietal weken duren.

In de marge van dit antwoord stelde de minister dat zijn kabinet een rol zal opnemen in de ‘overkoepelende procesbepaling’ zodat problemen onmiddellijk besproken kunnen worden tussen de Vlaamse en Nederlandse partners. “Dat is een logische evolutie,” aldus Marino Keulen. “Nu kan de minister met zijn kabinet korter op de bal spelen bij eventuele problemen of vragen en is er een directe lijn tussen beide partners.”


In Nederland dient wel nog de degradatie van het hoofdspoor naar lokaal spoor te gebeuren en dient Maastricht een nieuw bestemmingsplan (luik: ruimtelijke ordening) op te stellen.

maandag 10 oktober 2016

#Persbericht Marino Keulen 09-10-2016#:“Haltes Spartacus lijn 2 Hasselt-Genk-Maasmechelen zijn bekend”#

Op 28 juni heeft de Regionale Mobiliteitscommissie (RMC) Limburg de startnota van de sneltramverbinding Hasselt-Genk-Maasmechelen (Spartacus lijn 2) goedgekeurd. In deze startnota staat naast het vastgelegde (en reeds gekende) tracé ook de mogelijke halteplaatsen van de sneltramverbinding opgesomd. Dat blijkt uit een schriftelijke vraag die Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) aan bevoegd minister Weyts hierover stelde. “Het is positief voor de mobiliteit in Limburg dat er werk gemaakt wordt van Spartacuslijn 2. Een timing voor lijn 2 kon evenwel niet gegeven worden, maar de minister stelde wel dat een mogelijkheid van de inzet van trambussen onderzocht wordt om de lijn sneller operationeel te maken,” legt Keulen uit.
Het eigenlijke tracé voor de sneltramverbinding tussen Hasselt en Maasmechelen is in februari 2013 al vastgelegd door de Vlaamse Regering. De keuze viel toen op het Caetsbeek Noord/E314-tracé. In de startnota heeft De Lijn dit gedetailleerd uitgewerkt. Het traject en de haltes binnen de stad Hasselt waren al bekend, aangezien dit samenvalt met lijn 1. Vanaf de Universitaire Campus in Diepenbeek zal de sneltram via de Universiteitslaan (N702) naar Genk sporen om er via de Westerring (N76) en de Europalaan naast de autosnelweg E314 door te lopen tot aan de Rijksweg (N78) in Maasmechelen om daarna te eindigen aan de hoofdtoegangspoort van het Nationaal Park Hoge Kempen.
De mogelijke haltes vanaf Diepenbeek waren nog niet bekend aangezien hierover overleg diende te gebeuren met de respectievelijke gemeenten, maar in de startnota staan deze voor het eerst wel opgenomen. Er zullen in totaal 8 bijkomende haltes zijn (naast de vier reeds bekende haltes in Hasselt) op dit traject en nog drie bijkomende worden verder onderzocht. Het betreft de volgende haltes:
·        Universitaire campus Diepenbeek als gemeenschappelijke halte met de lijn Maastricht – Hasselt;
·        halte Wetenschapspark is optioneel en afhankelijk van de keuze van de kruispuntoplossing die uit de verdere uitwerking binnen de projectnota zal volgen;
·        halte Genk-Zuid is optioneel en de beslissing hierover valt bij de uitwerking van de inpasbaarheid op het vak tussen het Albertkanaal en de Meeënweg te Genk;
·        Genk Hooiplaats;
·        Genk Station;
·        Genk Shopping;
·        Genk Heempark (met last mile oplossing naar het Ziekenhuis Oost-Limburg);
·        Carpoolparking Maasmechelen;
·        Maasmechelen Centrum;
·        Eisden is een optionele halte ter hoogte van shopping M2;
·        eindhalte aan de hoofdpoort van het nationaal park.
De zeer specifieke invulling zal door De Lijn verder uitgewerkt worden in een projectnota.

“De minister kon in zijn antwoord geen richting geven met betrekking tot een exacte timing voor lijn 2, maar hij wil wel snel resultaat boeken en onderzoekt of een trambus reeds op het traject kan ingezet worden. Voor Open Vld is dit een valabele piste, met evenwel de bedenking dat een trambus hooguit een opstap naar een volwaardige sneltramverbinding kan zijn,” besluit Marino Keulen.

donderdag 6 oktober 2016

#Persbericht Marino Keulen 06-10-2016#:“Marino Keulen (Open Vld) pleit voor cofinanciering Vlaamse spoorprioriteiten”#

Om de Vlaamse spoorprioriteiten uit 2013 te realiseren, moeten we niet wachten op NMBS/Infrabel en het federale niveau, maar zelf het heft in handen nemen stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) vast. Daarom roept hij vandaag bevoegd minister Weyts op om met geld over de brug te komen en zo een prioriteit als spoorlijn 18 (Hasselt-Neerpelt) aan te leggen met Vlaams geld.
“Limburg heeft nood aan bijkomende spoorinitiatieven en voor de Vlaamse Regering is spoorlijn 18 Hasselt-Neerpelt de prioriteit der prioriteiten. Om dit te bespoedigen en gezien de besparingsoperatie bij de NMBS en Infrabel is het noodzakelijk dat Vlaanderen dit project co-financiert,” is de stelling van Keulen. “Dat zal dan ook de basis van mijn pleidooi zijn in de commissie van Mobiliteit en Openbare Werken van vandaag. Met prefinanciering alleen zullen we de NMBS en Infrabel nooit tot enige vooruitgang in Limburgse spoordossiers bewegen, daarom moeten we als Vlaanderen zelf het geld op tafel leggen.”
Bij cofinanciering betaalt de Vlaamse regering-zelf de investering. In geval van prefinanciering schiet de Vlaamse Regering het geld voor maar moet de nationale spoormaatschappij dat nadien terugbetalen. De realisatie van de spoorlijn 18 tussen Hasselt en Neerpelt is perfect uitvoerbaar en kan op korte termijn gebeuren tegen een minimum aan investeringen. De exploitatie van de spoorlijn zal wel bij de NMBS liggen.

“De spoorlijn zelf ligt in Limburg en dus volledig op Vlaams grondgebied. Het zijn de Limburgers die hierdoor worden bediend. Onze provincie is sedert jaar-en-dag het stiefkind inzake spoorinvesteringen. Dit Vlaams geld in de vorm van cofinanciering kan een versnelling en verruiming betekenen inzake het spooraanbod in Limburg. Op die manier is deze Vlaamse cofinanciering goed besteed geld. De NMBS en Infrabel moeten tegen 2019 3 miljard euro besparen. Als Limburg met andere woorden moet wachten op de nationale spoorwegmaatschappij om deze spoorverbinding Hasselt-Neerpelt uit te voeren, gaat dat nog jaren duren wegens een gebrek aan geld. Die tijd van nog langer wachten is er niet (meer),” besluit Marino Keulen.

#Persbericht Marino Keulen 05-10-2016#:“Bijkomende sanering terreinen Ford-Genk noodzakelijk”#

Er was reeds bekend dat vijf zones op de terreinen van Ford-Genk gesaneerd moesten worden door OVAM, maar uit het antwoord van bevoegd minister Muyters op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) blijkt dat er nog twee bijkomende zones zijn. Dit brengt het totaal op zeven te saneren gebieden.
OVAM heeft nog zeven bijkomende zones onderzocht op de site en twee ervan dienen verder gesaneerd te worden. Daardoor zullen in het totaal zeven verschillende zones gesaneerd dienen te worden. Momenteel worden de te saneren zones in kaart gebracht en de bijbehorende kostenraming geactualiseerd. De toerekening van de saneringskost zal gebeuren op basis van het uitgeefbaar grondaandeel. Concreet betekent dit dat 53% van de saneringskosten aan de ontwikkelaar van zone C (dus NV De Scheepvaart) zullen worden toegerekend, 42% aan de ontwikkelaar van zone B en 5% aan de ontwikkelaar van zone A. Deze laatste twee ontwikkelaars zullen in de loop van het voorjaar 2017 bekend raken.
Dit najaar zal de aanbesteding van de bodemsaneringsprojecten plaatsvinden en het is de bedoeling om de saneringswerken maximaal te integreren bij de overige werken op het terrein (sloopwerken, aanleg infrastructuur …) zodat de opstart van nieuwe economische activiteiten minimaal gehinderd worden.

“Het saneren van de terreinen van de voormalige Fordfabriek in Genk is een essentieel onderdeel van de herontwikkeling, maar mag deze zo min mogelijk in de weg staan. Indien de bodemsanering voorspoedig verloopt, zullen nieuwe opstartende bedrijven zeer weinig hinder hiervan ondervinden en daar kan de Limburgse economie alleen maar wel bij varen,” aldus Keulen.