Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

vrijdag 11 december 2015

#Persbericht Marino Keulen 10-12-2015# :“Communicatiebureau voor de Noord-Zuidverbinding Limburg moet zorgen voor meer inhoudelijke informatie”#

“Draagvlak is er voldoende, maar er is nood aan een overlegstructuur en meer inhoudelijke communicatie”, antwoordde minister Weyts op de vraag van Marino Keulen (Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open Vld) of er werkelijk een noodzaak voor meer draagkracht was bij de Noord-Zuidverbinding Limburg. Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) had in deze zin een offerte uitgeschreven om een communicatiebureau aan te stellen. “Voor een project dat in de uitvoeringsfase zit is, creëert men enkel maatschappelijk draagvlak door daadkracht te tonen en het project te realiseren en niet door het te verpakken in slogans en een nieuw logo”, aldus Keulen
In de commissie Mobiliteit en Openbare Werken van het Vlaams Parlement stelden Marino Keulen en collega’s Ceyssens en Danen vragen aan Vlaams minister van Mobiliteit Weyts over de offerte die AWV uitgeschreven heeft voor een communicatiebureau voor de Noord-Zuidverbinding in Limburg.
Marino Keulen stelde dat het een vreemd gegeven is om een nieuw communicatiebureau aan te stellen voor een draagvlak te creëren voor beslist beleid, te meer omdat in de periode 2006-2010 er reeds een communicatiebureau aangesteld was voor de Noord-Zuid. “Voor de omleidingsweg is er in Limburg voldoende draagvlak, meer dan 95% van de Limburgers is voor de realisatie van dit project. Enerzijds omdat dit een acuut inter-Limburgs mobiliteitsprobleem oplost en de verkeersveiligheid verhoogt en anderzijds omdat het de leefbaarheid van de dorpskernen aan de Grote Baan in Houthalen-Helchteren aanpakt”, stelt Marino Keulen vast. “Bovendien zal men door het inschakelen van een communicatiebureau de tegenstanders van de omleidingsweg niet bekeren. Wel moet de minister zijn administraties opdracht geven om in contact te treden met de buurtbewoners en zo een draagvlak creëren en allerhande mogelijkheden van NIMBY afwijzen door te luisteren naar hen en eventuele problemen aan te pakken.”
Minister nuanceert fel
De minister is van mening dat er wel nood is aan een overlegstructuur met de betrokken actoren en buurtbewoners, want er is nood aan informatie. Daarom focust het communicatiebureau op de inhoud en absoluut niet op de verpakking. Het wordt zeker geen flitsende campagne, maar eerder een structuur om de werken aan de Noord-Zuidverbinding in Limburg te begeleiden.
De informatie waar de minister op doelt zijn bijvoorbeeld de beslissingen van overheidsdiensten betreffende de Noord-Zuid, de voortgang van de werken en de timing, onteigeningen, de zakelijke informatie van ingenieurs vertalen naar begrijpbare mensentaal, vragen en antwoorden voor buurtbewoners en weggebruikers omtrent de werken …
“Het antwoord van de minister stemde mij uiterst tevreden, want er is geen nood aan verpakking, maar wel aan voldoende bereikbare informatie voor alle betrokkenen. Zo vermijdt men misverstanden en ontstaat er een heldere communicatie. Daarom pleit ik voor het instellen van een 0800-nummer waar burgers terecht kunnen met hun vragen en een eenduidig antwoord kunnen verkrijgen”, aldus Keulen. “Grote projecten worden bedreigd door dubbelzinnige communicatie en dreigen daardoor al eens te verzanden in discussies en stellingenoorlogen. Daarom is het te hopen dat het aan te stellen communicatiebureau voor een goede begeleiding zorgt”, besluit Marino Keulen.

#Persbericht Marino Keulen 09-12-2015#:“Minister blijft terughoudend over nultolerantie voor alcohol achter het stuur”#

Afgelopen weekend lanceerden een aantal provinciegouverneurs een oproep om een nultolerantie voor alcohol achter het stuur in te stellen. Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) stelde een actuele vraag aan minister Weyts hierover. “De provinciegouverneurs geven een sterk signaal en het is een te onderzoeken voorstel. De minister heeft echter een aantal criteria opgesomd om zijn terughoudendheid te staven”, stelt Keulen vast.
Na een teleurstellende Verkeersveilige Nacht, waarbij ongeveer 5% van de gecontroleerde automobilisten een te hoog promillage alcohol in hun bloed hadden, lanceerde enkele provinciegouverneurs een voorstel rond nultolerantie voor alcohol achter het stuur.
“De minister blijft terughoudend en heeft hier enkele argumenten voor gegeven: zoals de focus op de hardleerse overtreders, de onhaalbaarheid van nultolerantie wegens alcohol in allerhande etenswaren en het feit dat er geen causaal verband is met de hoogte van het promillage en het aantal verkeersdoden (zoals cijfers in Nederland en het Verenigd Koninkrijk bewijzen waar men respectievelijk 0,5 en 0,8 promillage heeft als grens)”, aldus Marino Keulen. “De minister wil wel blijvend inzetten op sensibilisering.”
“Persoonlijk ben ik voorstander van een nultolerantie omdat men op die manier een duidelijk contract afsluit met de burger. Rijden en drinken gaan niet samen, daar is iedereen van overtuigd, maar door een beperkte pakkans en de mogelijkheid om na één of twee glazen toch nog een derde en een vierde te drinken en finaal boven de grens te zitten, ontstaat er onduidelijkheid. Wanneer minister Weyts ook nog eens bij zijn federale collega van Binnenlandse Zaken aandringt op meer controles, dan kan men echt werk maken van verkeersveiligheid en minder verkeersdoden”, vervolgt Keulen.
“Als men wil drinken, moet dit kunnen, maar dan moet men een BOB meenemen. Verkeer hangt samen met discipline, zowel voor andere weggebruikers als voor de regels. Daarom moet de pakkans vergroot worden. Als het publiek de indruk krijgt dat snel rijden, teveel drinken, onverzekerd en ongekeurd rondrijden, ongestraft kan, dan zullen een heel aantal automobilisten de regels aan hun laars lappen. Dat kan niet de bedoeling zijn”, besluit Marino Keulen.

woensdag 9 december 2015

#Persbericht Marino Keulen 08-12-2015#:“Trambus pas beoordelen na uitgebreid proefproject”#

In de maand oktober hebben gedurende een tweetal weken twee trambussen rondgereden tussen Kortrijk-station en Kortrijk-Hoog. De Lijn deed dit in het kader van een voertuigentest met een trambus en hield na elke rit een korte enquête bij de reizigers. Door middel van een tiental vragen peilde men naar de tevredenheid van de gebruiker over het nieuwe voertuig. Uit het antwoord van minister Weyts op een schriftelijke vraag van Marino Keulen blijkt dat de reiziger het voertuig met een algemene tevredenheid van 8,5 op 10 beoordeelde.
Een trambus is een bus op wielen die kenmerken van een tram bezit (zoals lengte en aantal toegelaten plaatsen) en daardoor in Frankrijk vaak in hoogwaardige openbare verbindingen ingezet wordt door gebruik te laten maken van een vrij busbaan. Zodoende kan de trambus in een eigen bedding rijden (eveneens als een echte tram). “In Vlaanderen is dit type voertuig onbekend en vanuit die optiek heeft De Lijn een voertuigentest gedaan. Zo konden de reizigers in Kortrijk hier kennis van nemen. Bovendien is het de bedoeling om op termijn deze verbinding te voorzien van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) en was dit een kans om te kijken of een trambus een optie is”, stelt Marino Keulen vast.
In totaal heeft De Lijn bij 2.120 reizigers een enquête afgenomen. “Dit is een vrij representatieve staal, alleen moeten we wel in acht nemen dat het hier slechts over een voertuigentest gaat. Doordat de trambus niet in een eigen vrije bedding heeft kunnen rijden en geen aangepaste haltes had, hebben de reizigers geen kennis kunnen maken met de eigenschappen van een trambus als hoogwaardig en snel openbaar vervoer”, aldus Keulen.
“Om een echt proefproject op te zetten zal De Lijn met een heel aantal andere factoren rekening dienen te houden zoals vrije busbaan, aangepaste halte-infrastructuur, frequentie … Pas bij een uitgebreid proefproject zal moeten blijken of een trambus ook een optie is om het Vlaamse collectieve vervoer van de toekomst mee vorm te geven. Een voertuigentest is een goed initiatief om de reiziger er vertrouwd mee te maken, maar vertelt weinig over de performantie van het concept.”, besluit Marino Keulen.

zondag 6 december 2015

#Persbericht Marino Keulen# 03-12-2015#: “Twaalf assen geselecteerd voor studies over vlotter busverkeer”#

In het kader van een vlottere doorstroming van het openbaar vervoer heeft minister Weyts een aantal studies besteld voor twaalf verschillende verkeersassen (zie bijlage). Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen stelde aan de minister hierover een schriftelijke vraag. “Doorstroming blijft in Vlaanderen een moeilijk gegeven, niet alleen de automobilist staat in de file ook de bussen en trams van De Lijn hebben af te rekenen met vertragingen door een gestremd verkeer. Daarom onderschrijf ik de ambitie van de minister om met enkele studies vlotter busverkeer stappen vooruit te zetten in deze problematiek. Voor een performant openbaar vervoer zijn stipte dienstregelingen onontbeerlijk”, stelt Keulen vast.
Vanuit de Taskforce Doorstroming, die minister Weyts terug heropgestart heeft dit jaar, werden twaalf assen vooropgesteld die onderzocht worden op slimme investeringen. “De minister heeft een budget van 17 miljoen euro per jaar voorzien voor doorstromingsmaatregelen, één miljoen hiervan wordt gebruikt voor de studies, de rest wil de minister slim inzetten. Dat kan ik alleen maar toejuichen, want onder het mom van doorstroming zijn er in het verleden wel eens lukraak kruispunten en wegen aangepakt, maar vaak zonder integrale visie. Die visie wil de minister nu ontwikkelen met behulp van de geplande studies”, aldus Marino Keulen.
Van de twaalf verkeersassen (verdeeld over de vijf Vlaamse provincies) zijn er reeds vijf bestudeerd in het recente verleden, voor de andere zeven wordt nu de studie aanbesteed en uitgevoerd. In 2016 worden deze studies afgerond en is het de ambitie van de minister om tegen het einde van volgend jaar al de eerste realisaties te kunnen aanbesteden.
“Wanneer we over performant openbaar vervoer spreken dat gaat het vaak over bussen die in een eigen vrije bedding rijden, dit soort oplossingen zijn in het volgebouwde Vlaanderen moeilijker te realiseren en daarvoor is het budget ook niet toereikend. Met 17 miljoen euro per jaar zijn de mogelijkheden op dat vlak beperkt. Door de verkeerslichtenregeling aan te pakken op één enkel kruispunt ontstaat nog geen hoogwaardig openbaar vervoer, dus daar zal men intelligent (bv. integrale aanpak van verkeerslichten op de hele vervoersas) met de middelen moeten omspringen om ook effectief vooruitgang te boeken op het terrein”, besluit Marino Keulen.

Bijlage: overzicht van de twaalf geselecteerde verkeersassen
Bijlage: twaalf geselecteerde verkeersassen studie vlotter busverkeer

Provincie Antwerpen
N12 Deurne tot Malle
N177 Jan Van Rijswijcklaan Antwerpen
Provincie Limburg
N702 Ginderoverstraat – Tuikabelbrug en Kiezelstraat – Dusartplein
N78 Maasmechelen (Vroenhoven – Kessenich)
Provincie Oost-Vlaanderen
Tramlijnen 1 en 4
Stadslijnen 3, 17-18, 38-39
Provincie Vlaams-Brabant
N202 Grimbergen
Geldenaaksebaan Leuven – Haasrode
N2 Leuven – Tielt-Winge
N3 Leuven – Tervuren

Provincie West-Vlaanderen
KORTRIJK N50 Doorniksewijk – toekomstig tracé HOV
ROESELARE - N32 Brugsesteenweg

Noot: De vier assen uit Vlaams-Brabant en de tramlijn 1 te Gent zijn reeds vervat in andere studies met betrekking tot een vlottere doorstroming.

#Persbericht Marino Keulen# 04-12-2015#: “Minister Weyts blijft afwachtende houding aannemen in dossier Spartacus lijn 1: Hasselt-Maastricht”#

Op een parlementaire vraag van Marino Keulen, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open Vld, heeft Vlaams minister voor Mobiliteit Weyts geantwoord dat hij drie criteria hanteert om een beslissing over de sneltramverbinding tussen Hasselt en Maastricht te nemen.
Het eerste criterium is de revisie van studiebureau TML op de cijfers van het verlies van vervoerswaarden zoals bestudeerd door Goudappel-Coffeng. Goudappel-Coffeng stelde dat indien de eindhalte van de sneltram niet aan het station van Maastricht lag, maar aan Mosae Forum, dit slechts een verlies van 4% reizigers zou betekenen. De minister wil deze cijfers eerst laten herbekijken door TML, op basis van het cijfermateriaal van Goudappel-Coffeng, en tegen het einde van dit jaar worden deze resultaten verwacht.
Een tweede criterium is de garantie de Maastricht kan geven over de tijdelijkheid van de halte Mosae Forum als eindhalte en de bereidheid om op een redelijke termijn de sneltram tot aan het station door te trekken.
Het laatste criterium is de uitspraak van de Raad van State in Nederland over het bestemmingsplan Mosae Forum. Op 10 november zijn de besprekingen geweest en op 23 december of uiterlijk 3 februari 2016 verwacht men een uitspraak. In Nederland werkt de Raad van State met vastgestelde termijnen van 6 of 12 weken.
“Dat de minister op basis van een aantal criteria een beslissing neemt over de sneltram is niet meer dan normaal, echter in dit hele dossier blijft hij vooral afwachten en schuift hij een definitieve beslissing voor zich uit. Wanneer de Raad van State een onderdeel van het bestemmingsplan vernietigt, bestaat in Nederland een bestuurlijke lus zodat men vrij eenvoudig dit defect kan repareren, zonder de hele procedure te moeten herdoen. Hierop hoeft de Vlaamse minister van Mobiliteit dus niet te wachten”, stelt Marino Keulen vast.
“De hink-stap-sprong, met Mosae Forum als ‘tijdelijke’ eindhalte, heb ik begin oktober al als mogelijkheid opgeworpen. Ik ben tevreden dat de minister deze piste volgt en hoop dat hij hierover duidelijke afspraken maakt met de gemeente Maastricht”, aldus Keulen.
“Het meest cruciale is de realisatie van deze sneltramverbinding en finaal het volledige Spartacusplan. De Limburgse mobiliteit heeft dit nodig en minister Weyts hoeft hierbij geen afwachtende houding aan te nemen. Ik hoop dan ook dat hij binnenkort een beslissing neemt over lijn 1. Dit project verdient, na 11 jaar van studiewerk en overleg, duidelijkheid.”, besluit Marino Keulen.

#Persbericht gemeente Lanaken#01-12-2015# :GRATIS energielening en NIEUWE subsidies voor leegstaande woningen.#

Lees hier het persbericht.