Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

woensdag 29 april 2015

#Persbericht 29-04-2015#: “Vlaanderen zet maximaal in op trajectcontrole”#

De komende maanden zullen er langs de Vlaamse autosnelwegen twee bijkomende trajecten met trajectcontrole gepland worden en langs gewestwegen komen er acht installaties met trajectcontrole. Dit blijkt uit een schriftelijke vraag die Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) stelde aan Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts (N-VA). De eerder aangekondigde mogelijkheid van mobiele trajectcontroles wordt nog verder onderzocht. “In het kader van het verhogen van de verkeersveiligheid is trajectcontrole een dankbaar hulpmiddel. Niet om de Vlaming te bestraffen, maar juist om de mentaliteit te wijzigen en de overtuiging dat hard rijden niet altijd sneller is,” stelt Marino Keulen vast. “Het is positief om vast te stellen dat de minister de komende maanden enkele trajecten en installaties langs Vlaamse wegen gaat uitrollen.”
Bij trajectcontrole wordt de automobilist gedwongen om constant aan eenzelfde snelheid te rijden daar er voor het hele traject een gemiddelde genomen wordt. Bij een flitscamera volstaat het om op het juiste moment op de rem te gaan staan en te voldoen aan de snelheidsnorm. “Op het vlak van mentaliteitswijziging in het verkeer liggen er heel wat kansen voor trajectcontrole. De stijgende verkeersdoden, evenwel niet allemaal te wijten aan overdreven snelheid, duiden de urgentie van het probleem. Trajectcontrole is hiervoor een hulpmiddel,” volgens Keulen.

Op de autosnelwegen bestaan er momenteel drie trajecten met trajectcontrole (op de E17 Gent richting Kortrijk en Gent richting Antwerpen en op de E40 tussen Erpe-Mere en Wetteren in beide richtingen. Minister Weyts wil hier nog twee trajecten aan toevoegen: op de E313 tussen Antwerpen-oost en Ranst (in de richting van Luik) en op de E40 tussen Sint-Stevens-Woluwe en Heverlee (eveneens in de richting van Luik). In juli 2015 wordt dit project aanbesteed en tegen de zomer van 2016 zouden beide installaties operationeel moeten zijn. Hiervoor is een budget van 365 000 euro voorzien.

Daarnaast staan er op gewestwegen voor 2015 acht nieuwe installaties op stapel, telkens in beide richtingen. De besprekingen hieromtrent lopen nog met de desbetreffende politiezones en mogen nog niet vrijgegeven worden. Wat mobiele trajectcontrole betreft, is men nog bezig met studiewerk vooraleer hier concrete projecten rond gedaan zullen worden.

“Mobiele trajectcontrole is een interessante piste, maar moet eerst grondig onderzocht worden voordat het in de praktijk gebracht mag worden. Buitenlandse voorbeelden, uit Flevoland (Nederland) bijvoorbeeld, tonen aan dat de technische problemen niet onderschat mogen worden. Het is beter dat de minister hier zijn tijd voor neemt en op korte termijn inzet op vaststaande trajectcontroles,” besluit Marino Keulen.

woensdag 22 april 2015

#Mijn actuele vraag #aan Vlaams minister, Ben Weyts, over het uitstellen van de invoering van een kilometerheffing voor vrachtwagens in België#

Bekijk hier het beeldfragment van mijn tussenkomst vandaag in de plenaire vergadering in het Vlaams Parlement.

#Persbericht 22-04-2015 : “Zwaar aangedaan over jobverlies bij Celanese”#

De aangekondigde afdanking van 95 medewerkers bij filtersigarettenfabrikant Celanese, van de 241 werknemers, komt hard aan in Lanaken.

Ik ben deze ochtend om half elf ingelicht geworden over de afdanking van 95 medewerkers bij Celanese in Lanaken. Celanese is een belangrijke werkgever waar vele Lanakenaren aan het werk zijn. Het staat bekend als een betrouwbaar bedrijf. Celanese heeft bijgedragen aan de welvaart in Lanaken en omstreken.

De oorzaak van de afdanking zou het verminderd roken zijn, zeker binnen Europa. Er zijn wereldwijd drie producenten van sigarettenfilters die gevestigd zijn in de Verenigde Staten, Mexico en Europa (Lanaken). Nu blijkt dat door de daling in de sigarettenconsumptie en door het feit dat wij op vlak van energiekosten en bruto loonkosten, minder performant zijn dan de vestingen in de VS en Mexico. Mede daardoor vallen hier de ontslagen te betreuren.

Het komt erop aan om alsnog zo veel mogelijk jobs in de vestiging Lanaken te redden. Voor de mensen die spijtig genoeg afgedankt worden is er nood aan bijzondere begeleiding door de VDAB.

Dit is een zwarte dag voor Lanaken. Iedereen leeft mee met de getroffen gezinnen.

#Persbericht 22-04-2015# : “Uplace betaalt jaarlijks 500 000 euro aan De Lijn voor eigen ontsluiting”#

Uit een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) blijkt dat Uplace jaarlijks 500 000 euro (excl. BTW) zal bijdragen voor de bediening door De Lijn. Dit zal resulteren in een hoogfrequente busverbinding tussen Vilvoorde IC-Station, Uplace en Zaventem Luchthaven. Dit bedrag is voor een periode van vier jaar voorzien. “Men gaat uit van 25% van de bezoekers die het shoppingcenter zullen bezoeken door gebruik te maken van openbaar vervoer. Dat is een ruim cijfer en uit de realiteit zal moeten blijken of dit haalbaar is. Dat neemt niet weg dat er wel een goede ontsluiting moet voorzien worden. Daarom is het positief om vast te stellen dat Uplace hier zelf aan meebetaalt,” stelt Marino Keulen.
De match tussen Uplace en openbaar vervoer is cruciaal om de zware verkeerscongestieproblemen in het betrokken gebied niet nog verder te verergeren. De afgelopen maanden zijn er verschillende studies gepubliceerd om te bewijzen dat er bijna niemand of juist heel veel mensen het openbaar vervoer gaan gebruiken om te gaan shoppen in Machelen. “Het project is voorzien in een zone die zeer congestiegevoelig is, bijgevolg is een goede ontsluiting met het openbaar vervoer broodnodig,” oordeelt Marino Keulen. “Toch blijft het moeilijk om in te schatten hoeveel mensen gebruik zullen maken van het openbaar vervoer om er te geraken. Het gegeven dat Uplace hier zelf aan wil meebetalen is wel positief.”

Van zodra het Brabantnet gerealiseerd is met drie tramlijnen in en rond Brussel, zal Uplace ontsloten worden per (snel)tram en niet langer per bus. Bijgevolg vervalt de bijdrage van 500 000 euro per jaar dan ook. “De realisatie van Brabantnet is een investering van 494 miljoen euro die De Lijn via Publiek-Private Samenwerking hoopt te realiseren en die per jaar 32 miljoen euro aan exploitatiekosten zal genereren,” aldus Keulen. “Dit zou, volgens De Lijn, resulteren in 30 000 nieuwe openbare vervoersgebruikers op deze lijnen.”

“Deze investeringen in het openbaar vervoersnet zijn positief en dienen niet enkel voor de ontsluiting van Uplace, maar passen in een bredere aanpak van de files in en rond Brussel”, besluit Marino Keulen.

Bekijk hier de schriftelijke vraag alsook het antwoord.

dinsdag 21 april 2015

#Persmededeling 21 april 2015#: “Aanpak zwarte punten Rijksweg (N78) Maasmechelen”#

Uit recente cijfers viel te vernemen dat er nog vier zwarte kruispunten zijn op de N78 te Maasmechelen. Marino Keulen, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open Vld, peilde in een schriftelijke vraag naar de timing en het plan van aanpak hieromtrent. “Voor drie kruispunten (N78 met Weg naar Zutendaal, N78 met Windmolenweg en N78 met Breitwaterstraat) verloopt de aanbesteding in één dossier en worden binnenkort de onteigeningen afgerond en de werken gestart in het voorjaar 2016. Het vierde kruispunt (N78 met Ringlaan) wordt gekoppeld met werken aan een ander kruispunt (N78 met Industrielaan) en hier is nog geen timing voor vastgelegd,” stelt Marino Keulen.
De aanpak van zwarte punten is destijds nog opgestart door wijlen Steve Stevaert. Momenteel zijn er nog 74 over in heel Vlaanderen, waarvan 4 in Maasmechelen, allen gelegen op de Rijksweg (N78). Deze worden nu ook op korte tijd aangepakt. Zo krijgt het kruispunt N78 en de Weg naar Zutendaal een rotonde, komt er op de kruising N78 en Windmolenweg een aanpassing van het verkeerslichtengeregeld kruispunt en zal er aan de Breitwaterstraat enkel nog rechts in – en rechts uitgereden kunnen worden. Daarbij wordt er ook nog een fietstunnel voorzien om veilig de Rijksweg over te kunnen steken voor de zwakke weggebruikers. Deze drie dossiers zijn goed voor een kostprijs van 4,8 miljoen euro. Na het afronden van de onteigeningen, zullen deze werken mogelijk uitgevoerd worden in het voorjaar van 2016.

Het vierde zwarte kruispunt is de Rijksweg met de Ringlaan. Dit zwarte punt zal samen aangepakt worden met de kruising N78 en Industrielaan een beetje verderop. Het verkeerslichten geregeld kruispunt van de Ringlaan met de Rijksweg zal dan een aanpassing ondergaan. De kostprijs hiervan is 366 909,40 euro. Wanneer deze werken aanvatten is nog niet bekend, maar dit zal waarschijnlijk gebeuren nadat de andere drie kruispunten aangepakt zijn.

“De aanpak van deze zwarte punten op de Rijksweg is cruciaal voor een vlottere doorstroming en een betere verkeersveiligheid. De werken zullen wat ongemak met zich meebrengen voor de automobilist en de omwonenden, maar nadien kan men de vruchten plukken van een veiligere Rijksweg,” besluit Marino Keulen.

Hierbij de parlementaire vraag alsook het antwoord.

vrijdag 17 april 2015

#Persbericht 17-04-2015#:“Tracéstudie IJzeren Rijn eerste stap in de goede richting”#

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Weyts (N-VA), kondigde in februari aan dat hij een studie besteld heeft om de haalbaarheid van het IJzeren Rijntracé te onderzoeken. Met deze studie, waarvoor Europese subsidies aangevraagd worden, wil de minister drie mogelijke tracés onderzoeken om de IJzeren Rijn tussen Antwerpen en het Ruhrgebied te reactiveren. Uit een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) blijkt dat de scope van de studie drie elementen bevat: technische, economische en ruimtelijke haalbaarheid. De totale kostprijs van de studie bedraagt 1 miljoen euro.
“Het reactiveren van de IJzeren Rijn is ontzettend belangrijk voor de haven van Antwerpen en de Vlaamse economie”, stelt Marino Keulen. “Daarom sta ik ook achter de minister en de geplande studie.” De studie zal voor elk tracé nagaan of het tracé ruimtelijk haalbaar is zonder schade te berokkenen aan het milieu, of het technisch haalbaar is en of de kostprijs binnen de perken blijft na een kosten – en batenanalyse (de economische haalbaarheid).

“De studie kost 1 miljoen euro. Voor deze studie rekent de minister op 50% Europese subsidies in het kader van het Trans European Transport Network en de overige 50% zal verdeeld worden over Nederland, Duitsland en Vlaanderen”, aldus Keulen. “Deze verdeling zal op korte termijn vastgelegd worden.”

Het uiteindelijke doel van de studie is om één voorkeurtracé voor de IJzeren Rijn over te houden en dit te realiseren. “Deze studie is een eerste stap, de realisatie van de IJzeren Rijn moet het einddoel worden. Ik vertrouw erop dat dit zal lukken wanneer Vlaanderen het voortouw blijft nemen in dit euregionale dossier”, besluit Keulen.

De uiteindelijke timing van de studie zal afhangen van de toekenning van Europese subsidies en het overleg tussen de drie partners.

woensdag 15 april 2015

#De Morgen opinie 15 april 2015#: "Geen openbaar vervoer meer, maar collectief vervoer"#

Vanaf 1 mei zal het aanbod van De Lijn, de Vlaamse openbare vervoersmaatschappij er anders uitzien. In het kader van besparingen worden een aantal lijnen geschrapt. Het gaat dan vooral om belbussen en vroege en late zondagsdiensten, waar weinig reizigers gebruik van maken, die niet langer ingericht zullen worden. Dit past in de door de Vlaamse Regering gevraagde besparingen. Besparingen die elk Vlaams beleidsdomein treffen en waar mijn partij volledig achter staat.

Het probleem is niet de afschaffing van enkele diensten, al is dit voor de getroffen reiziger allerminst een pretje, maar wel de performantie van De Lijn zelf. Ondanks een jaarlijkse overheidsdotatie van om en bij het miljard euro, is De Lijn er niet in geslaagd een modal shift tot stand te brengen. Er zitten vandaag niet minder mensen in de wagen ten voordele van het openbaar vervoer en de files blijven groeien. Het afschaffen van enkele diensten en het verhogen van het tarief is een kaasschaafmethode; er is echter nood aan een grondige hervorming van ons collectief vervoer.

De komende weken en maanden wordt er in het Vlaams parlement gedebatteerd over de toekomst van het collectief vervoer in Vlaanderen. Er dient een nieuwe beheersovereenkomst opgesteld te worden tussen de overheid en De Lijn en de regering heeft een nieuw begrip gelanceerd waaraan de organisatie van het collectief vervoer in Vlaanderen dient te voldoen: basisbereikbaarheid, een collectief vervoer op basis van de vraag.

Waarom spreek ik over collectief vervoer en niet over openbaar vervoer? Omdat dit gezamenlijk vervoer niet noodzakelijk georganiseerd moet worden met publieke middelen. Is het een kerntaak van een overheid is om het collectief geregeld vervoer te organiseren? Met minder geld is het niet evident om een aanbod op maat van elke Vlaming te voorzien. Daarom is het goed om te kijken naar alternatieven.

Een mogelijkheid waar ik voor pleit is het Nederlandse model. Hierbij is er een gebiedsgerichte werking waarbij voor elk gebied een concessie met één aanbieder afgesloten wordt. Op deze manier ontstaat er een marktwerking waarbij er om de markt concurrentie mogelijk is. De reiziger zelf zal niet tussen twee bussen kunnen kiezen om zijn traject af te werken, maar de (private) aanbieder die de gunning wil binnenhalen zal concurrentieel uit de hoek moeten komen.

Zowel naar service, tarifering als dienstverlening toe levert dit niets dan voordelen op voor de reiziger. Daarbij komt ook nog dat er een kleinere overheidsdotatie nodig is. Zodoende kan de Vlaamse overheid een deel van de huidige dotatie aan De Lijn spenderen aan andere domeinen. In Nederland werkt dit en voor Vlaanderen is dit zeker een mogelijkheid waar ik in geloof.

De overheid heeft in dit verhaal een controlerende en regulerende functie. Van het zorgen voor afstemming tussen gebieden tot het sociaal corrigeren van tarieven voor doelgroepen; hiervoor blijft de overheid bevoegd. De overheid organiseert en de partner opereert.

Is hierin dan geen ruimte meer voor De Lijn? Zeker wel, de bestaande knowhow hoeft niet verloren te gaan. De Nederlandse VSN heeft zichzelf ook geprivatiseerd tot Connexxion en opereert als private partner in een aantal regio’s van Nederland en concurreert hiermee met grote Europese spelers als Arriva, Keolis en Veolia.

Het is daarom dat Open Vld gelooft in marktwerking. Binnen de Europese Unie wordt er gewerkt aan een nieuwe richtlijn die tegen 2019 verdere stappen zal zetten naar de liberalisering van het publieke collectieve vervoer. Dit is een kans om de stap naar de toekomst niet te missen. De reiziger is niet gebaat bij het schrappen van lijnen, maar verdient stipte verbindingen en een aantrekkelijke en betaalbare service. Zoiets is enkel mogelijk wanneer de Vlaamse markt opengesteld wordt.

In de schoot van de regering en het parlement zal deze discussie gevoerd worden. Hieruit moet blijken op welke manier het collectief streekvervoer georganiseerd kan worden. Het enige juiste uitgangspunt moet de reiziger zijn en blijven.

donderdag 9 april 2015

#Persbericht Marino Keulen 9 april 2015#: “Europese subsidies voor verhogen 33 bruggen over het Albertkanaal aangevraagd”#

In het kader van het Trans European Transport Networks (TEN-T) heeft Vlaanderen subsidies aangevraagd voor de verhoging van de resterende 33 bruggen over het Albertkanaal en de verbreding van het stuk tussen Antwerpen en Wijnegem. Dit blijkt uit een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) aan Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Weyts (N-VA).
Volgens een Europese richtlijn dient de doorvaarhoogte onder elke brug 9m10 te zijn. NV De Scheepvaart heeft de afgelopen jaren reeds een heel aantal bruggen aangepast aan deze minimumhoogte. Er blijven echter nog 33 bruggen over tussen Antwerpen en Kanne (het Vlaamse deel van het Albertkanaal) die niet beantwoorden aan deze minimum doorvaarhoogte. Om deze noodzakelijke verhoging te realiseren rekent men op Europese subsidies. In het kader van TEN-T kan men maximaal 40% van de totale kostprijs gesubsidieerd krijgen. Voor de 33 bruggen gaat het over een bedrag van maximaal 94,5 miljoen euro (op een totale kostprijs van 236,2 miljoen euro).
Voor de verbreding van het Albertkanaal tussen Antwerpen en Wijnegem werd een Europese subsidie van 30,7 miljoen euro (op een totale kostprijs van 76,7 miljoen euro) aangevraagd. In de loop van de komende weken en maanden beslist de Europese Unie over alle dossieraanvragen en kent men de subsidies toe. Op basis van deze toekenning zal ook door Vlaanderen een timing en planning opgemaakt worden.

“Het Albertkanaal is een logistieke ader voor Vlaanderen en Europa”, stelt Marino Keulen. “De verhoging van de laatste bruggen over het Albertkanaal is noodzakelijk om de Europese doorvaarhoogte van 9m10 te bereiken en laat grote binnenscheepvaart (tot vier lagen containers) toe. Dit is belangrijk voor de ontsluiting van de Antwerpse haven over het water en past ook in de verkeersveiligheid: om meer vrachtwagens van onze drukke snelwegen te halen.”

dinsdag 7 april 2015

#Persbericht#07 april 2015 : “Trambus kan interessante optie zijn, maar werpt heel wat vragen op”#

Vandaag lanceerde CD&V een voorstel van resolutie om de geplande sneltrams in Vlaams-Brabant (Brabantnet) en Limburg (Spartacus) te vervangen door trambussen. “CD&V stelt een alternatief voor omdat de projecten van Brabantnet en Spartacus steeds weer vertraging oplopen”, stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld). “Het is een interessant voorstel, maar roept heel toch wat bedenkingen op en zal de beide tramprojecten alleszins niet versnellen. Integendeel, CD&V wil dat De Lijn opnieuw gaat studeren en de trambus als alternatief bekijkt. In plaats van tijdswinst, zal dit studiewerk voor de verschillende tramprojecten minstens maanden duren.”
CD&V haalt de mosterd van de trambus onder andere in Metz waar in het stadscentrum in eigen bedding deze moderne bussen rondrijden in een tramachtige opstelling. In het voorstel van resolutie willen ze dat De Lijn voor Brabantnet en Spartacus ook de trambus als alternatief vervoermiddel bestudeert in plaats van de voorziene sneltram. Volgens CD&V is het idee van een trambus nooit serieus bekeken, maar wel goedkoper dan een sneltram.

Beide tramprojecten passen in de visie van de Vlaamse regering om het openbaar vervoer te verknopen en stedelijke gebieden te verbinden met de buitenstedelijke gemeenten. Daarom is Brabantnet en Spartacuslijn 1 (Hasselt-Maastricht) ook opgenomen in het Vlaamse regeerakkoord en maakt Spartacus tevens deel uit van het Strategisch Actieprogramma Limburg in het Kwadraat (SALK).

Een trambus is een bus op wielen, maar met de eigenschappen van een tram (een afgescheiden bestuurderscabine, meer comfort, …) en dient in een eigen bedding te rijden. “Daarin ligt mogelijk een probleem voor deze trambus”, aldus Marino Keulen. “In Limburg zal het moeilijk worden om de trambus in een volledig vrijliggende busbaan te laten rijden, daar het originele Spartacusconcept een oude spoorbedding volgt. Dit zal betekenen dat er extra geld geïnvesteerd zal moeten worden in het storten van beton, het aanleggen van funderingen en dergelijke. Daar de verschillende trajecten gewestwegen volgen, zal hier een vrijliggende busbaan aangelegd dienen te worden. Door plaatsgebrek zal dit niet overal mogelijk zijn. Daarnaast neemt een trambus de problemen waar men in Maastricht mee worstelt niet weg. Ook de trambus (die kleiner en minder zwaar is dan een sneltram, maar nog steeds 22 ton weegt) zal problemen hebben met de stabiliteit van de Wilhelminabrug. Bovendien is dit een slecht signaal naar onze Nederlandse partners toe, alsof er nog tijd is om alles eens opnieuw te bekijken. Er is tijd genoeg verloren.”

“Dit neemt niet weg dat CD&V een interessante piste voorstelt, alleen is de timing slecht gekozen”.

vrijdag 3 april 2015

#Persbericht Marino Keulen# 3 april 2015 : “Het aantal klachten bij De Lijn stijgt: een kans voor de overheid om bij te sturen”#

Op 1 april stelt de Vlaamse Ombudsdienst traditiegetrouw zijn klachtenboek van het afgelopen jaar voor. Hierin worden alle klachten statistisch verzameld door de Vlaamse Ombudsdienst en geanalyseerd. Hieruit blijkt dat het aantal klachten toegenomen is, maar dat de afhandeling ervan ook steeds professioneler aangepakt wordt door de Vlaamse administraties. “Dat het aantal klachten stijgt is niet zorgwekkend, want de Vlaamse bevoegdheden staan nu eenmaal dichtbij de mensen,” stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld). “Het is eveneens positief om vast te stelen de mensen die een klacht indienen, geholpen worden en gehoor krijgen. Dit kan de dienstbaarheid van de overheid alleen maar vergroten.”
De Vlaamse Ombudsdienst verzamelde voor alle Vlaamse bevoegdheden in 2014 51.110 klachten. Dit is een stijging ten opzicht van 2013 met een 4.000-tal klachten. De hoofdmoot hiervan komt op naam van het departement Mobiliteit en Openbare Werken (35.168 klachten) en dan voornamelijk bij de openbare vervoersmaatschappij De Lijn (34.826 klachten). Voor De Lijn is dit een stijging met 6,54% van het aantal klachten ten opzichte van 2013. Deze stijging wordt door de Vlaamse Ombudsman verklaard door de laagdrempelige manier waarop reizigers een klacht kunnen formuleren. Zo is er in 2014 een forse toename (van 9%) van het aantal klachten via sociale media. De Vlaamse Ombudsdienst beschouwt dit als positief, want een sterk verhaal van een overheid start met een overheid die durft rapporteren over de eigen tekortkomingen.

“Het is belangrijk dat wanneer iemand een klacht neerlegt, deze persoon ook gelooft in een oplossing. Het is positief dat de drempel laag is om klachten neer te leggen, bv. via sociale media, en dat de gevoeligheid rond klachten is gegroeid”, aldus Keulen. “De overheid is hier ontvankelijk voor en wil met de klachten iets doen. Toch is het goed dat de ombudsdienst klachten filtert om de echte klachten te distilleren.”

“Wat betreft het aantal klachten bij De Lijn en de stijging ervan valt op dat het vooral de traditionele domeinen zijn zoals de stiptheid, het aanbod en de service die hoog scoren. Toch valt niet te ontkennen dat De Lijn werk hiervan maakt. Zowel door het opstarten van een centrale klantendienst die de klachten behandeld als door het evalueren van de klachten. Op termijn kan dit enkel positief zijn voor de werking van De Lijn,” besluit Marino Keulen.