Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

vrijdag 11 december 2015

#Persbericht Marino Keulen 10-12-2015# :“Communicatiebureau voor de Noord-Zuidverbinding Limburg moet zorgen voor meer inhoudelijke informatie”#

“Draagvlak is er voldoende, maar er is nood aan een overlegstructuur en meer inhoudelijke communicatie”, antwoordde minister Weyts op de vraag van Marino Keulen (Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open Vld) of er werkelijk een noodzaak voor meer draagkracht was bij de Noord-Zuidverbinding Limburg. Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) had in deze zin een offerte uitgeschreven om een communicatiebureau aan te stellen. “Voor een project dat in de uitvoeringsfase zit is, creëert men enkel maatschappelijk draagvlak door daadkracht te tonen en het project te realiseren en niet door het te verpakken in slogans en een nieuw logo”, aldus Keulen
In de commissie Mobiliteit en Openbare Werken van het Vlaams Parlement stelden Marino Keulen en collega’s Ceyssens en Danen vragen aan Vlaams minister van Mobiliteit Weyts over de offerte die AWV uitgeschreven heeft voor een communicatiebureau voor de Noord-Zuidverbinding in Limburg.
Marino Keulen stelde dat het een vreemd gegeven is om een nieuw communicatiebureau aan te stellen voor een draagvlak te creëren voor beslist beleid, te meer omdat in de periode 2006-2010 er reeds een communicatiebureau aangesteld was voor de Noord-Zuid. “Voor de omleidingsweg is er in Limburg voldoende draagvlak, meer dan 95% van de Limburgers is voor de realisatie van dit project. Enerzijds omdat dit een acuut inter-Limburgs mobiliteitsprobleem oplost en de verkeersveiligheid verhoogt en anderzijds omdat het de leefbaarheid van de dorpskernen aan de Grote Baan in Houthalen-Helchteren aanpakt”, stelt Marino Keulen vast. “Bovendien zal men door het inschakelen van een communicatiebureau de tegenstanders van de omleidingsweg niet bekeren. Wel moet de minister zijn administraties opdracht geven om in contact te treden met de buurtbewoners en zo een draagvlak creëren en allerhande mogelijkheden van NIMBY afwijzen door te luisteren naar hen en eventuele problemen aan te pakken.”
Minister nuanceert fel
De minister is van mening dat er wel nood is aan een overlegstructuur met de betrokken actoren en buurtbewoners, want er is nood aan informatie. Daarom focust het communicatiebureau op de inhoud en absoluut niet op de verpakking. Het wordt zeker geen flitsende campagne, maar eerder een structuur om de werken aan de Noord-Zuidverbinding in Limburg te begeleiden.
De informatie waar de minister op doelt zijn bijvoorbeeld de beslissingen van overheidsdiensten betreffende de Noord-Zuid, de voortgang van de werken en de timing, onteigeningen, de zakelijke informatie van ingenieurs vertalen naar begrijpbare mensentaal, vragen en antwoorden voor buurtbewoners en weggebruikers omtrent de werken …
“Het antwoord van de minister stemde mij uiterst tevreden, want er is geen nood aan verpakking, maar wel aan voldoende bereikbare informatie voor alle betrokkenen. Zo vermijdt men misverstanden en ontstaat er een heldere communicatie. Daarom pleit ik voor het instellen van een 0800-nummer waar burgers terecht kunnen met hun vragen en een eenduidig antwoord kunnen verkrijgen”, aldus Keulen. “Grote projecten worden bedreigd door dubbelzinnige communicatie en dreigen daardoor al eens te verzanden in discussies en stellingenoorlogen. Daarom is het te hopen dat het aan te stellen communicatiebureau voor een goede begeleiding zorgt”, besluit Marino Keulen.

#Persbericht Marino Keulen 09-12-2015#:“Minister blijft terughoudend over nultolerantie voor alcohol achter het stuur”#

Afgelopen weekend lanceerden een aantal provinciegouverneurs een oproep om een nultolerantie voor alcohol achter het stuur in te stellen. Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) stelde een actuele vraag aan minister Weyts hierover. “De provinciegouverneurs geven een sterk signaal en het is een te onderzoeken voorstel. De minister heeft echter een aantal criteria opgesomd om zijn terughoudendheid te staven”, stelt Keulen vast.
Na een teleurstellende Verkeersveilige Nacht, waarbij ongeveer 5% van de gecontroleerde automobilisten een te hoog promillage alcohol in hun bloed hadden, lanceerde enkele provinciegouverneurs een voorstel rond nultolerantie voor alcohol achter het stuur.
“De minister blijft terughoudend en heeft hier enkele argumenten voor gegeven: zoals de focus op de hardleerse overtreders, de onhaalbaarheid van nultolerantie wegens alcohol in allerhande etenswaren en het feit dat er geen causaal verband is met de hoogte van het promillage en het aantal verkeersdoden (zoals cijfers in Nederland en het Verenigd Koninkrijk bewijzen waar men respectievelijk 0,5 en 0,8 promillage heeft als grens)”, aldus Marino Keulen. “De minister wil wel blijvend inzetten op sensibilisering.”
“Persoonlijk ben ik voorstander van een nultolerantie omdat men op die manier een duidelijk contract afsluit met de burger. Rijden en drinken gaan niet samen, daar is iedereen van overtuigd, maar door een beperkte pakkans en de mogelijkheid om na één of twee glazen toch nog een derde en een vierde te drinken en finaal boven de grens te zitten, ontstaat er onduidelijkheid. Wanneer minister Weyts ook nog eens bij zijn federale collega van Binnenlandse Zaken aandringt op meer controles, dan kan men echt werk maken van verkeersveiligheid en minder verkeersdoden”, vervolgt Keulen.
“Als men wil drinken, moet dit kunnen, maar dan moet men een BOB meenemen. Verkeer hangt samen met discipline, zowel voor andere weggebruikers als voor de regels. Daarom moet de pakkans vergroot worden. Als het publiek de indruk krijgt dat snel rijden, teveel drinken, onverzekerd en ongekeurd rondrijden, ongestraft kan, dan zullen een heel aantal automobilisten de regels aan hun laars lappen. Dat kan niet de bedoeling zijn”, besluit Marino Keulen.

woensdag 9 december 2015

#Persbericht Marino Keulen 08-12-2015#:“Trambus pas beoordelen na uitgebreid proefproject”#

In de maand oktober hebben gedurende een tweetal weken twee trambussen rondgereden tussen Kortrijk-station en Kortrijk-Hoog. De Lijn deed dit in het kader van een voertuigentest met een trambus en hield na elke rit een korte enquête bij de reizigers. Door middel van een tiental vragen peilde men naar de tevredenheid van de gebruiker over het nieuwe voertuig. Uit het antwoord van minister Weyts op een schriftelijke vraag van Marino Keulen blijkt dat de reiziger het voertuig met een algemene tevredenheid van 8,5 op 10 beoordeelde.
Een trambus is een bus op wielen die kenmerken van een tram bezit (zoals lengte en aantal toegelaten plaatsen) en daardoor in Frankrijk vaak in hoogwaardige openbare verbindingen ingezet wordt door gebruik te laten maken van een vrij busbaan. Zodoende kan de trambus in een eigen bedding rijden (eveneens als een echte tram). “In Vlaanderen is dit type voertuig onbekend en vanuit die optiek heeft De Lijn een voertuigentest gedaan. Zo konden de reizigers in Kortrijk hier kennis van nemen. Bovendien is het de bedoeling om op termijn deze verbinding te voorzien van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) en was dit een kans om te kijken of een trambus een optie is”, stelt Marino Keulen vast.
In totaal heeft De Lijn bij 2.120 reizigers een enquête afgenomen. “Dit is een vrij representatieve staal, alleen moeten we wel in acht nemen dat het hier slechts over een voertuigentest gaat. Doordat de trambus niet in een eigen vrije bedding heeft kunnen rijden en geen aangepaste haltes had, hebben de reizigers geen kennis kunnen maken met de eigenschappen van een trambus als hoogwaardig en snel openbaar vervoer”, aldus Keulen.
“Om een echt proefproject op te zetten zal De Lijn met een heel aantal andere factoren rekening dienen te houden zoals vrije busbaan, aangepaste halte-infrastructuur, frequentie … Pas bij een uitgebreid proefproject zal moeten blijken of een trambus ook een optie is om het Vlaamse collectieve vervoer van de toekomst mee vorm te geven. Een voertuigentest is een goed initiatief om de reiziger er vertrouwd mee te maken, maar vertelt weinig over de performantie van het concept.”, besluit Marino Keulen.

zondag 6 december 2015

#Persbericht Marino Keulen# 03-12-2015#: “Twaalf assen geselecteerd voor studies over vlotter busverkeer”#

In het kader van een vlottere doorstroming van het openbaar vervoer heeft minister Weyts een aantal studies besteld voor twaalf verschillende verkeersassen (zie bijlage). Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen stelde aan de minister hierover een schriftelijke vraag. “Doorstroming blijft in Vlaanderen een moeilijk gegeven, niet alleen de automobilist staat in de file ook de bussen en trams van De Lijn hebben af te rekenen met vertragingen door een gestremd verkeer. Daarom onderschrijf ik de ambitie van de minister om met enkele studies vlotter busverkeer stappen vooruit te zetten in deze problematiek. Voor een performant openbaar vervoer zijn stipte dienstregelingen onontbeerlijk”, stelt Keulen vast.
Vanuit de Taskforce Doorstroming, die minister Weyts terug heropgestart heeft dit jaar, werden twaalf assen vooropgesteld die onderzocht worden op slimme investeringen. “De minister heeft een budget van 17 miljoen euro per jaar voorzien voor doorstromingsmaatregelen, één miljoen hiervan wordt gebruikt voor de studies, de rest wil de minister slim inzetten. Dat kan ik alleen maar toejuichen, want onder het mom van doorstroming zijn er in het verleden wel eens lukraak kruispunten en wegen aangepakt, maar vaak zonder integrale visie. Die visie wil de minister nu ontwikkelen met behulp van de geplande studies”, aldus Marino Keulen.
Van de twaalf verkeersassen (verdeeld over de vijf Vlaamse provincies) zijn er reeds vijf bestudeerd in het recente verleden, voor de andere zeven wordt nu de studie aanbesteed en uitgevoerd. In 2016 worden deze studies afgerond en is het de ambitie van de minister om tegen het einde van volgend jaar al de eerste realisaties te kunnen aanbesteden.
“Wanneer we over performant openbaar vervoer spreken dat gaat het vaak over bussen die in een eigen vrije bedding rijden, dit soort oplossingen zijn in het volgebouwde Vlaanderen moeilijker te realiseren en daarvoor is het budget ook niet toereikend. Met 17 miljoen euro per jaar zijn de mogelijkheden op dat vlak beperkt. Door de verkeerslichtenregeling aan te pakken op één enkel kruispunt ontstaat nog geen hoogwaardig openbaar vervoer, dus daar zal men intelligent (bv. integrale aanpak van verkeerslichten op de hele vervoersas) met de middelen moeten omspringen om ook effectief vooruitgang te boeken op het terrein”, besluit Marino Keulen.

Bijlage: overzicht van de twaalf geselecteerde verkeersassen
Bijlage: twaalf geselecteerde verkeersassen studie vlotter busverkeer

Provincie Antwerpen
N12 Deurne tot Malle
N177 Jan Van Rijswijcklaan Antwerpen
Provincie Limburg
N702 Ginderoverstraat – Tuikabelbrug en Kiezelstraat – Dusartplein
N78 Maasmechelen (Vroenhoven – Kessenich)
Provincie Oost-Vlaanderen
Tramlijnen 1 en 4
Stadslijnen 3, 17-18, 38-39
Provincie Vlaams-Brabant
N202 Grimbergen
Geldenaaksebaan Leuven – Haasrode
N2 Leuven – Tielt-Winge
N3 Leuven – Tervuren

Provincie West-Vlaanderen
KORTRIJK N50 Doorniksewijk – toekomstig tracé HOV
ROESELARE - N32 Brugsesteenweg

Noot: De vier assen uit Vlaams-Brabant en de tramlijn 1 te Gent zijn reeds vervat in andere studies met betrekking tot een vlottere doorstroming.

#Persbericht Marino Keulen# 04-12-2015#: “Minister Weyts blijft afwachtende houding aannemen in dossier Spartacus lijn 1: Hasselt-Maastricht”#

Op een parlementaire vraag van Marino Keulen, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open Vld, heeft Vlaams minister voor Mobiliteit Weyts geantwoord dat hij drie criteria hanteert om een beslissing over de sneltramverbinding tussen Hasselt en Maastricht te nemen.
Het eerste criterium is de revisie van studiebureau TML op de cijfers van het verlies van vervoerswaarden zoals bestudeerd door Goudappel-Coffeng. Goudappel-Coffeng stelde dat indien de eindhalte van de sneltram niet aan het station van Maastricht lag, maar aan Mosae Forum, dit slechts een verlies van 4% reizigers zou betekenen. De minister wil deze cijfers eerst laten herbekijken door TML, op basis van het cijfermateriaal van Goudappel-Coffeng, en tegen het einde van dit jaar worden deze resultaten verwacht.
Een tweede criterium is de garantie de Maastricht kan geven over de tijdelijkheid van de halte Mosae Forum als eindhalte en de bereidheid om op een redelijke termijn de sneltram tot aan het station door te trekken.
Het laatste criterium is de uitspraak van de Raad van State in Nederland over het bestemmingsplan Mosae Forum. Op 10 november zijn de besprekingen geweest en op 23 december of uiterlijk 3 februari 2016 verwacht men een uitspraak. In Nederland werkt de Raad van State met vastgestelde termijnen van 6 of 12 weken.
“Dat de minister op basis van een aantal criteria een beslissing neemt over de sneltram is niet meer dan normaal, echter in dit hele dossier blijft hij vooral afwachten en schuift hij een definitieve beslissing voor zich uit. Wanneer de Raad van State een onderdeel van het bestemmingsplan vernietigt, bestaat in Nederland een bestuurlijke lus zodat men vrij eenvoudig dit defect kan repareren, zonder de hele procedure te moeten herdoen. Hierop hoeft de Vlaamse minister van Mobiliteit dus niet te wachten”, stelt Marino Keulen vast.
“De hink-stap-sprong, met Mosae Forum als ‘tijdelijke’ eindhalte, heb ik begin oktober al als mogelijkheid opgeworpen. Ik ben tevreden dat de minister deze piste volgt en hoop dat hij hierover duidelijke afspraken maakt met de gemeente Maastricht”, aldus Keulen.
“Het meest cruciale is de realisatie van deze sneltramverbinding en finaal het volledige Spartacusplan. De Limburgse mobiliteit heeft dit nodig en minister Weyts hoeft hierbij geen afwachtende houding aan te nemen. Ik hoop dan ook dat hij binnenkort een beslissing neemt over lijn 1. Dit project verdient, na 11 jaar van studiewerk en overleg, duidelijkheid.”, besluit Marino Keulen.

#Persbericht gemeente Lanaken#01-12-2015# :GRATIS energielening en NIEUWE subsidies voor leegstaande woningen.#

Lees hier het persbericht.

vrijdag 20 november 2015

#Persbericht 19-11-2015# : “Indexering tarieven De Lijn heeft positieve impact op de kostendekkingsgraad”#

Op 22 oktober pakte de krant De Tijd uit met het nieuws dat De Lijn vanaf 1 februari 2016 de tarieven van een aantal abonnementen en dagpassen ging indexeren. Vlaams Volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) stelde hierover een schriftelijke vraag aan minister Weyts om de achterliggende redenen te leren kennen van deze prijsverhoging en over de manier van communiceren. “De voornaamste reden voor indexering is de impact van de inflatie en het gegeven dat men de tarieven wil mee laten evolueren met deze inflatie,” stelt Marino Keulen vast. “Dat is perfect verdedigbaar, alleen moeten we er als Vlaamse meerderheid op toezien dat de reiziger er performant en stipt vervoer voor in de plaats krijgt.”
“De manier van communiceren was niet uitzonderlijk volgens de minister, zeker omdat het kabinet van minister Weyts op de hoogte was van de communicatie, maar kwam vooral doordat één krant de nieuwe tarieven te weten gekomen was. Hierdoor moest De Lijn wel een persbericht uitsturen met een toelichting over de nieuwe tarieven. De minister stelt voorts dat het geen bijzonder feit was dat de Raad van Bestuur van De Lijn communiceerde over de nieuwe tarieven,” aldus Keulen.
De indexering van de tarieven past in het volgen van de inflatie. De geplande indexering zorgt voor een verhoging van de kostendekkingsgraad met 0,1%. “Dat is een beperkte verhoging, maar past wel in de filosofie om ons collectief vervoer performanter te maken en vooral een hogere kostendekking na te streven,” vervolgt Marino Keulen. “In 2014 bedroeg de kostendekkingsgraad 15,8%. Het is de ambitie van de Vlaamse regering om dit cijfer de komende jaren te laten stijgen. Enerzijds door de inkomsten te verhogen (via tariefaanpassingen, meer controles op zwartrijden, hogere boetes en meer reizigers proberen aan te trekken) en anderzijds door de uitgaven voor de interne organisatie van De Lijn te beperken,” besluit Keulen.
De indexering heeft enkel betrekking op de abonnementen en dagpassen, de losse tickets (lijnkaarten, biljetten en sms-tickets) worden nog niet geïndexeerd omdat dit tot onwerkbare bedragen zou lijden. De niet-geïndexeerde tickets zullen pas een indexering krijgen van zodra het zal leiden tot werkbare bedragen, maar dit is voorlopig nog niet aan de orde.

zondag 15 november 2015

#Persbericht politie Lanaken-Maasmechelen 14-11-2015#

Tijdens de actiedag ‘1dagniet’ van vrijdag 13 november 2015 vonden diverse grensoverschrijdende gemengde mobiele en statische patrouilles aangestuurd door middel van de intelligente ANPR-camera’s plaats in de onmiddellijke omgeving van de grensovergangen gelegen aan wijken en toegangswegen van Lanaken, Maasmechelen en Maastricht. Een 60-tal leden van de politie Lanaken-Maasmechelen, het Basisteam Maastricht, het interventiekorps en de Wegpolitie van de federale politie Limburg, de politie Maasland en de douanen en accijnzen werden daarbij ingezet. Inbrekers werden niet gevat maar er werd wel een man uit Lanaken gearresteerd voor drugsbezit. Er werd ook een geseind voertuig aangetroffen. Daarnaast werden diverse verkeersboetes uitgeschreven en voor duizenden euro’s achterstallige penale boetes geïnd. Op deze actiedag vonden zowel in Maastricht als in de gemeenten Lanaken en Maasmechelen geen inbraken plaats. De bedoeling is om dergelijke grensoverschrijdende acties en patrouilles in het kader van woninginbraken regelmatig te voorzien. Er werd goed gewerkt en prima samengewerkt met diverse politiediensten maar we willen ook even stilstaan bij onze collega’s in Frankrijk en Parijs die politiewerk moeten doen van een heel andere orde.

donderdag 29 oktober 2015

#Persbericht Marino Keulen 28-10-2015 : “Burgers betrekken bij verkeersveiligheid is een absolute must”#

Marino Keulen, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open Vld, is voorstander van het concept waarbij burgers aan kunnen geven op welke plaatsen snelheidscontroles nodig zijn in hun gemeente. Zoals vandaag een krantenartikel het voorbeeld van een Brusselse politiezone aanhaalde. Hij ondervroeg hierover vandaag Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts in het Vlaams Parlement.
“Wanneer gemeentebesturen hun burgers bevragen is verkeersveiligheid bijna overal prioriteit nummer één,” stelt Marino Keulen vast. “Handhaving en controle zijn vereisten om aan verkeersveiligheid te werken. Door de burger hierbij te betrekken responsabiliseert men en confronteert men de burger met zijn eigen dubbelzinnigheid. Immers de meeste snelheidsovertredingen in wijken gebeuren door de inwoners zelf. Het is dan ook belangrijk om hen een spiegel voor te houden.”
“Door meer snelheidscontroles te organiseren vergroot men de pakkans. Vandaag schort het in Vlaanderen hieraan. Er is een te lage pakkans waardoor de zware voet kan toeslaan. Overtreders lopen te weinig kans op betrapping. In die zin is de aanpak van de Brusselse politiezone eentje die navolging verdient in Vlaanderen,” aldus Keulen.
Minister Weyts vond het voorbeeld uit de Brussels politiezone een goed voorbeeld, maar stelde dat in de meeste politiezones reeds op basis van klachten over te snel rijden in een straat er metingen uitgevoerd worden. Wanneer deze metingen aantonen dat er effectief te snel gereden wordt, dan voert de politie snelheidscontroles uit. De minister wilde niet zo ver gaan om er een heuse volksraadpleging van te maken, maar stelde wel betrokkenheid van onderuit op prijs. Vanuit het Vlaams Huis van de Verkeersveiligheid wil hij initiatieven nemen om good practices rond betrokkenheid te verzamelen en te delen met politiezones. Daar is absoluut nood aan.
“Verkeersveiligheid is een prioriteit voor deze Vlaamse Regering, maar terzelfdertijd een moeilijk verhaal. Vele elementen spelen een rol: infrastructuur, verkeerseducatie, attitudes van weggebruikers en handhaving. Door burgers hierbij te betrekken vergroot men het draagvlak en dit heeft een positief gevolg voor de verkeersveiligheid en de ambitie van Vlaanderen om tegen 2050 nul verkeersdoden te tellen,” besluit Keulen.

#Plenaire vergadering 28-10-2015# Actuele vraag van Marino Keulen aan Ben Weyts, Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn, over flitscontroles op verzoek van burgers#

Bekijk hier het fragment.

dinsdag 20 oktober 2015

Persbericht Marino Keulen 19-10-2015#:“Minister Weyts blijft achter uitvoering tijdelijke maatregelen Noord-Zuidverbinding in Houthalen-Helchteren staan”#

Normaal gezien zouden afgelopen zomer tijdelijke maatregelen uitgevoerd zijn aan de Noord-Zuidverbinding (N715) om de leefbaarheid in de kernen Houthalen en Helchteren te verbeteren in afwachting van de realisatie van de omleidingsweg. Door allerhande problemen zijn de tijdelijke maatregelen nog niet uitgevoerd, zo lopen er onder andere een aantal juridische procedures ingesteld door een buurtbewoner. Uit het antwoord op een schriftelijke vraag van Marino Keulen, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open Vld, blijkt dat minister van Mobiliteit Weyts achter de uitvoering van de tijdelijke maatregelen blijft staan en dat dit voor de werken aan het kruispunt N715 en N719 voorzien is voor het voorjaar van 2016 behoudens de uitspraken va de rechtbank en de weersomstandigheden.
“Na de problematieken van afgelopen zomer en de niet-realisatie van de tijdelijke maatregelen is het positief om vast te stellen dat minister Weyts blijft vasthouden aan de een vlotte doorstroming op de N715 in afwachting van de realisatie van de omleidingsweg. Voor de mobiliteit in Noord-Limburg is dit van cruciaal belang,” aldus Marino Keulen.
In het kader van een vlottere doorstroming komen er aan het kruispunt tussen de N715 en de N719 verlengde afslagstroken. Van zodra de gemeente Houthalen-Helchteren een signalisatievergunning aflevert, gestart kan worden met de werken. Ondertussen heeft men vanuit de Vlaamse administratie overlegmomenten gepland met de buurtbewoners waaruit enkele kleinere aanpassingen gebeurd zijn aan de plannen die tegemoet kwamen aan de lokale bezwaren.
De minister is van mening dat de werken kunnen beginnen terwijl de juridische procedure lopende is. Deze procedure heeft betrekking op het al dan niet bouwvergunningsplichtig zijn van de werken. De uitspraak wordt verwacht tegen maart 2016 en enkel bij een negatieve uitspraak kunnen de lopende werken op het terrein stilgelegd worden. Een eventuele beroepsprocedure werkt niet opschortend.
“Voor de buurtbewoners is de realisatie van deze tijdelijke maatregelen een absolute noodzaak om de leefbaarheid te verhogen in afwachting van de realisatie van de omleidingsweg. Daarom steun ik de ambities van de minister volmondig om ondanks de lopende juridische procedure toch verder te gaan met de tijdelijke maatregelen,” besluit Keulen.

vrijdag 16 oktober 2015

#Persbericht Marino Keulen#15-10-2015# : “De uitrol van ReTiBo gaat een beslissende fase in”#

Uit een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) blijkt dat de uitrol van ReTiBo (Registratie – Ticketing – Boordcomputer), het registratie en ticketingsysteem van De Lijn, in een laatste fase is aanbelandt. In 2016 start De Lijn met het omzetten van alle vervoerbewijzen naar de Mobib-kaart. Met behulp van deze kaart wordt elke reiziger bij op – en afstappen van de bus geregistreerd. “Vanaf het moment dat dit werk afgerond is, waarschijnlijk ergens einde 2016, dan zal De Lijn beschikken over data van elke reiziger en van elke rit en kan men het aanbod nog performanter en efficiënter organiseren wat de reiziger ten goede komt,” stelt Marino Keulen vast.
Na het installeren van boordcomputers in het voertuigenpark van De Lijn, afgerond in oktober 2014, kon men beginnen met het verspreiden van abonnementen op de Mobib-kaart. Met behulp van deze kaart registreert elke reiziger zich bij op – en afstappen van elk voertuig. Op deze kaart kan de reiziger op termijn elk abonnement van een openbare vervoermaatschappij plaatsen in heel België. De eerste groep die hiervoor uitgenodigd werden, waren de 65-plussers. Vanaf 1 september 2015 hebben 312.000 Vlaamse senioren (ongeveer 35% van de aangeschreven mensen) hiervan gebruik gemaakt. Vanaf 2016 zal dezelfde beweging gebeuren voor alle betalende abonnementen. Nadien, begin 2017, ook voor de occasionele reiziger waarvan elke rit via magneetkaart of sms nu reeds geregistreerd wordt.
“Het ReTiBo-project heeft meermaals vertragingen opgelopen, maar nu lijkt het erop dat het project in de laatste fase zit en dat vanaf 2017 De Lijn accurate gegevens heeft over de reizigersaantallen en dergelijke. Dat is een belangrijke stap voorwaarts in het performant maken van ons collectief vervoer en dat is een belangrijk uitgangspunt voor deze Vlaamse Regering,” besluit Marino Keulen.

#Persmededeling Marino Keulen# 15-10-2015#:“Onderzoek naar foute VEN-kaart in GRUP Noord-Zuid Limburg is opgestart”#

Deze namiddag heeft Marino Keulen, Vlaams volksvertegenwoordiger, een actuele vraag gesteld aan minister Schauvliege over een fout die gemaakt is in het dossier van de Noord-Zuidverbinding Limburg. Minister Schauvliege had al eerder een onderzoek bevolen en herhaalde dit in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement.
“De hele situatie heeft iets van een goedkoop misdaadromannetje waar men op zoek moet gaan naar de dader. In dit geval is het echter een vermijdbare fout die gemaakt is door iemand met mogelijk grote gevolgen voor de mobiliteit in Limburg. 98% van de Limburgers is voorstander van de Noord-Zuidverbinding, de tegenstanders zijn fanatiek en proberen met alle middelen dit project tegen te werken. De realisatie van de Noord-Zuidverbinding loopt mogelijk verder vertraging op en dat is nefast voor de geloofwaardigheid van de politiek. Limburg heeft al meer dan veertig jaar nood aan een goede verbinding tussen Noord – en Zuid-Limburg, wanneer men dit niet kan realiseren gelooft niemand nog in de daadkracht van de politiek,” stelt Marino Keulen vast.
Uit het antwoord van de minister bleek dat ze enerzijds een onderzoek ingesteld heeft naar de oorzaak van de fout en anderzijds dat dit maar één van de elementen is in de lopende procedure bij de Raad van State. “De minister is van mening dat de Vlaamse Regering een sterk dossier heeft en dat de verkeerde kaart niet doorslaggevend zal zijn en bijgevolg de gevolgen minimaal zullen zijn,” aldus Keulen.
“De realisatie van de Noord-Zuid is onderdeel van het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat (SALK) en staat met stip op één. Daarom is de realisatie ervan zo belangrijk, grote infrastructuurprojecten zijn de lakmoesproef voor het SALK en voor de geloofwaardigheid van de Limburgse politiek,” besluit Marino Keulen.

donderdag 15 oktober 2015

#Persbericht 13-10-2015#:“Een gemiste kans om geen Groene Golf Team te gebruiken om de doorstroming te verbeteren op Vlaamse wegen”#

Een vlotte doorstroming op onze wegen is een prioriteit voor de Vlaamse Regering, één manier om dat te bereiken is door middel van de verkeerslichtenregeling aan te passen zodat een constante stroom aan voertuigen bereikt wordt én het mogelijk wordt om deze lichten te beïnvloeden ten voordele van bussen en trams van De Lijn. Momenteel heeft het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) twee proefprojecten opgestart, waarvan er één ondertussen is afgelopen, op gewestwegen om de regeltechnieken van verkeerslichten te evalueren. In Gent is het verkeerscoördinatiecentrum operationeel en in Antwerpen loopt de gunningsprocedure. “Het is positief om vast te stellen dat minister Weyts een heel aantal initiatieven ontplooit, maar het blijft een gemiste kans dat men in Vlaanderen geen gebruik maakt van een Groene Golf Team naar Nederlands voorbeeld,” stelt Marino Keulen vast.
“Een Groene Golf Team onderzoekt de doorstroming en de verkeerslichtenregeling op alle wegen en bekijkt waar er quick wins liggen om met een aantal kleine ingrepen voor verbeteringen te zorgen. In Nederland heeft dit team zijn nut bewezen, waarom in Vlaanderen dan niet?” vraagt Keulen zich af. Uit het antwoord op een schriftelijke vraag aan de Vlaamse minister van Mobiliteit blijkt dat men binnen AWV over voldoende expertise beschikt met betrekking tot verkeersregeltechnieken om deze taak op zich te nemen. Een apart team is hier volgens de minister niet nodig.
“Het blijft wachten op de grondige evaluatie van de twee proefprojecten en de werking van de verkeerscoördinatiecentra in Antwerpen en Gent. Van zodra dit gebeurd is, kan de minister eventueel verdere stappen ondernemen om de doorstroming op Vlaamse wegen te verbeteren en misschien komt het Groene Golf Team dan terug in beeld,” besluit Marino Keulen.

maandag 12 oktober 2015

#Persbericht Marino Keulen# 10 oktober 2015#:“Grondig onderzoek nodig om vermijdbare fout in dossier Noord-Zuid uit te klaren”#

Met ontzetting heeft Marino Keulen, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open Vld, kennis genomen van het krantenartikel over een mogelijke stommiteit die een bom legt onder de Noord-Zuid in Het Belang van Limburg van vandaag. “Minister Schauvliege start een onderzoek om te kunnen bekijken hoe dit is kunnen gebeuren en daar kan ik alleen maar achter staan. Een grondig onderzoek moet duidelijkheid scheppen over het hoe en het waarom dit is kunnen gebeuren,” aldus Keulen.
“De realisatie van de Noord-Zuid is een uitermate belangrijk dossier voor Limburg, een verkeerd opgenomen kaart in het GRUP geeft nu weer munitie om dit dossier opnieuw te kelderen. Dat is hemeltergend,” stelt Keulen vast. “In een dossier waar men reeds meer dan 40 jaar mee bezig is en waar het verworden is tot een procedurele kwestie en men op elk detail in die procedure dient te letten en fouten dient te vermijden, is het onbegrijpelijk dat dit is kunnen gebeuren. Zeker omdat juist het correct volgen van elke procedure van cruciaal belang is om de Noord-Zuid te realiseren. Dan is het verontrustend om een dergelijke misser vast te stellen.”
“99% van de Limburgers is voorstander van de realisatie van de Noord-Zuid. Diegene die tegen dit dossier zijn proberen met allerhande procedurele kwesties het te doen kelderen. Daarom is het voor mij onverteerbaar dat juist vermijdbare fouten in de procedure dit dossier weer voor enkele jaren uitgesteld dreigt te worden en dat is een ramp voor de mobiliteit in Noord-Limburg,” vervolgt Keulen.
Daarom steunt Marino Keulen Minister Schauvliege in haar oproep naar een grondig onderzoek. “Zelf zal ik Minister-President Geert Bourgeois ondervragen over deze situatie om uit te klaren wat er fout is gelopen en waarom niemand dit eerder, voordat men het GRUP goedkeurde, heeft kunnen opmerken,” besluit Keulen.

vrijdag 9 oktober 2015

#Persbericht Marino Keulen 08-10-2015# : “Minister Weyts doet genuanceerde uitspraken over Spartacus lijn 1”#

Tijdens de zitting van de commissie Mobiliteit en Openbare Werken in het Vlaams Parlement ondervroeg Marino Keulen minister Weyts over de uitspraken van Minister-President Bourgeois in verband met Spartacus en de beslissing van de Nederlandse partners om Mosae Forum als tijdelijke eindhalte te kiezen voor de sneltram tussen Hasselt en Maastricht.
“De minister antwoorde zeer genuanceerd op mijn vragen en die van mijn collega’s (Lode Ceyssens en Rob Beenders) en weigerde harde uitspraken te doen om de onderhandelingspositie van Vlaanderen niet te verzwakken. Dat is een goede houding en ik ben er dan ook van overtuigd dat de uitspraken van de minister vertrouwen wekken en uitzicht geven om het project finaal te realiseren,” stelt Keulen.
Minister Weyts stelde dat er reeds een vier of vijftal overlegmomenten plaatsgevonden hadden met de Nederlandse partners. Tevens stelde de minister duidelijk dat de kaderovereenkomst tussen de Vlaamse en de Nederlandse partners stelt dat men van station tot station dient te gaan. De minister heeft akte genomen van de studies van de Nederlandse partners, onder andere over de afname van 4% van de vervoerswaarde wanneer Mosae Forum de tijdelijke eindhalte wordt. Toch dringt de minister aan op een second opinion om de cijfers te bekijken. Bovendien loopt er nog een procedure voor de Nederlandse Raad van State en wil de minister ook deze afwachten.
Marino Keulen vindt de genuanceerde houding van de minister lovend, maar stelt wel duidelijk: “er is finaal nood aan een onderhandelde oplossing en niemand heeft er baat bij om het te laten komen tot een juridische procedureslag waar de uitkomst allerminst zeker is.” Als alternatief ziet hij een hink-stap-sprong. “Mosae Forum dient als tijdelijke eindhalte, op 900m van het station in Maastricht in vogelvlucht, en op termijn kan men dan de brug oversteken naar het station. In afwachting van deze stap, wordt wel voorzien in een frequente busverbinding tussen Mosae Forum en het station van Maastricht. Dat lijkt mij een redelijke manier om de onderhandelingen vlot te trekken.”

woensdag 7 oktober 2015

#Persbericht Marino Keulen 06-10-2015# : “Overgangsmaatregel voor eurovignet is goede zaak voor de vrachtwagenbestuurders”#

Vandaag is tijdens de commissie Financiën in het Vlaams parlement een voorstel van decreet besproken en goedgekeurd betreffende de overgangsmaatregelen inzake het eurovignet. In het kader van de invoering van de kilometerheffing voor vrachtwagens vanaf april 2016 dient men tot deze datum in het bezit te zijn van een eurovignet, omdat men dit vignet als Belgische vrachtwagenbestuurder enkel voor de duur van 12 maanden kan kopen was er een overgangsmaatregel nodig voor de bedrijven die vanaf april starten met de kilometerheffing voor vrachtwagens en geen eurovignet meer nodig hebben op de Belgische wegen vanaf die datum.
Elke vrachtwagen op Belgische wegen dient in het bezit te zijn van een eurovignet waarbij Belgische bedrijven dit enkel kunnen kopen voor 12 maanden. Door de start van de kilometerheffing vanaf april 2016 voor vrachtwagens zal men vanaf 1 november 2015 een eurovignet kunnen kopen tot en met april 2016. Dit kan momenteel enkel vanaf de aankoopdatum tot en met diezelfde dag in april. Dit zorgt er dus voor dat een bedrijf tot maximaal 30 dagen te lang betaald voor een eurovignet.
“Met dit voorstel van decreet komt er een rekenkundige oplossing en zal een bedrijf dat op 15 november een eurovignet koopt dit kunnen gebruiken tot einde maart en voor de restperiode van 15 dagen in april het verschil terugbetaald krijgen van de Vlaamse belastingsdienst,” stelt hoofdindiener Marino Keulen.
“Doordat het Vlaams Gewest stopt met de verkoop van jaarvignetten voor eigen onderdanen, hetzelfde doet men in het Waalse en is men van plan in het Brusselse Gewest, helpt men met deze oplossing de sector opdat die niet tweemaal voor het gebruik van onze wegen dient te betalen. Het is een vorm van essentiële fair play vanuit de overheid om de invoering van de kilometerheffing voor vrachtwagens zo optimaal mogelijk te laten gebeuren,” aldus Keulen.
Het voorstel van decreet van Marino Keulen, Paul Van Miert, Koen Van den Heuvel, Annick De Ridder, Peter Van Rompuy en Matthias Diependaele is unaniem goedgekeurd in de commissie Financiën en zal volgende week tijdens de plenaire vergadering besproken en gestemd worden. Dit decreet dient op korte termijn in voege te treden opdat bedrijven tijd genoeg hebben om een eurovignet aan te vragen en de bijbehorende formaliteiten correct te vervullen.

vrijdag 2 oktober 2015

#Persbericht Marino Keulen 01-10-2015#: “De enige juiste oplossing voor de sneltram is een onderhandelde oplossing”#

Vandaag heeft de gemeente Maastricht de resultaten van de variantenstudie voor de sneltram Hasselt-Maastricht bekend gemaakt. Door de gekende moeilijkheden met de Wilhelminabrug en de bijbehorende financiële meerkosten, heeft men ervoor gekozen om de tijdelijke eindhalte in Maastricht-West te leggen aan het Mosae Forum. Dit in tegenstelling tot eerder genomen engagementen om de sneltram van station tot station te laten rijden. Vlaams parlementslid Marino Keulen reageert: “Dit besluit hebben we spijtig genoeg zien aankomen en lag in de lijn van eerder gedane uitspraken. Ik roep minister Weyts dan ook op om overleg te plegen met de Nederlandse partners en te komen tot een onderhandelde oplossing. De toekomst van de interLimburgse mobiliteit hangt af van het Spartacusproject en we mogen dit kind niet met het badwater weggooien.”
Het uitgangspunt van het contract tussen de Vlaamse en Nederlandse partners dat men in 2014 ondertekent heeft is een sneltramverbinding van station tot station. “Pacta sunt servanda. Dit is contractueel vastgelegd en dient het uitgangspunt te blijven van een sneltramverbinding tussen Hasselt en Maastricht,” aldus Keulen.
Het contract stipuleert zeer duidelijk dat de sneltramverbinding van station tot station loopt en het Maastrichtse voorkeurstracé, over de Wilhelminabrug, is hierin opgenomen. Er staat evenwel ook in dat bij onvoorziene omstandigheden (zoals de meerkosten van 20 tot 40 miljoen euro om over de brug te geraken ) men overleg zal plegen om na te gaan hoe de overeenkomst op een aanvaardbare wijze, voor alle partijen, uitgevoerd kan worden. “Dit is uiteraard voer voor juristen en advocaten, maar ik hoop dat een juridische procedure niet nodig zal zijn en dat men er middels overleg uitkomt. Een onderhandelde oplossing verkies ik boven een onnodige juridische veldslag waarvan de uitkomst allerminst vaststaat,” stelt Marino Keulen.
“Spartacus lijn 1 is een noodzakelijk element voor de Limburgse mobiliteit en als dusdanig opgenomen in meerdere regeerakkoorden en het SALK. Verschillende diensten en lokale besturen werken al 11 jaar aan dit project en dit mag niet zomaar teniet gedaan worden. Gemeenten hebben reeds heel wat werk verzet en hier vele werkuren aan gespendeerd: inrichtingsplannen gemaakt, hoorzittingen georganiseerd, gemeenteraadsbeslissingen genomen … Bovendien hebben er reeds onteigeningen plaatsgevonden. De tellers staan niet op nul. Lijn 1 is in het stadium van uitvoering, waar lijnen 2 (Hasselt-Genk-Maasmechelen) en 3 (Hasselt-Neerpelt) zich nog in een beginfase situeren en een hele procedurele weg dienen af te leggen. Het zou niet serieus zijn om nu te stellen dat we overgaan tot de orde van de dag en beginnen met lijn 2. Finaal dient het volledige Spartacusproject er te komen, maar men dient de vooropgestelde volgorde wel te respecteren,” vervolgt Keulen.
Daar het contract uitgaat van het principe van overleg bij problemen, roept Keulen de minister dan ook op om te gaan praten met de Nederlandse partners en te komen tot een onderhandelde oplossing: “Indien de gemeente Maastricht kan garanderen dat de reiziger vanaf de tijdelijke eindhalte aan de Maasboulevard met een frequente bus tot aan het station kan geraken, slechts 900 meter in vogelvlucht, dan is dat een te overwegen optie. Uiteraard in afwachting van een definitieve tramverbinding tot aan het station van Maastricht.”
Uit cijfers die de gemeente Maastricht naar buiten bracht, blijkt dat de invloed op de vervoerswaarden minimaal zijn. Slechts 4% van de reizigers op een weekdag haakt af wanneer de sneltram niet tot aan het station zou rijden. Dit toont aan dat er voldoende potentieel is voor een tijdelijke eindhalte aan het Mosae Forum. “Minister Weyts heeft begin september in een krantenartikel aangekondigd dat hij een nieuwe kosten-batenanalyse zou laten uitvoeren wanneer het station niet de eindhalte werd. Ik wacht dan ook op deze analyse en stel voor dat dit meegenomen wordt in de overweging,” stelt de Limburgse liberale volksvertegenwoordiger.
“In het contract is geen compensatie voorzien bij eventuele niet-realisatie van het project. Het contract is een inspanningsverbintenis met een gezamenlijke risicobeheersing. Bijgevolg is het zaak om de geleverde inspanningen te laten renderen en eventuele afspraken vast te leggen om op een redelijke termijn de Maas over te steken tot aan het station,” stelt Keulen resoluut vast. In Nederland is men, evenals in België, bezig met het verhogen van bruggen over kanalen en bevaarbare waterlopen waar binnenvaart is. Dit om te voldoen aan de Europese richtlijn die stelt dat elke brug 9m10 dient te zijn en toelaat om schepen met vierlagen containers te laten passeren. “Op termijn dient ook de Wilhelminabrug verhoogd te worden en dit is een opportuniteit om als surplus de tramverbinding naar het station door te trekken,” pleit Keulen.
“Het is essentieel om te komen tot een onderhandelde oplossing en daarom roep ik minister Weyts ook op om te praten met de Nederlandse partners,” besluit Marino Keulen.


Dit heeft tot gevolg dat het totale budget voor de Nederlandse partners oploopt van de voorziene 62,5 miljoen euro naar circa 99 miljoen euro.

dinsdag 29 september 2015

#Persbericht 27 september 2015#:“Trajectcontrole op gewestwegen zorgt voor een betere verkeersveiligheid”#

Verkeersveiligheid is een prioriteit voor de huidige Vlaamse Regering. In juni kondigde minister van Mobiliteit Ben Weyts vier trajectcontroles op gewestwegen aan en nu blijkt uit het antwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen dat voor drie van de vier projecten de conceptstudie is afgerond en de afronding van drie trajectcontroles kan beginnen. Dit is voorzien voor begin volgend jaar.
De drie trajectcontroles waar de conceptstudie voor afgerond is, zijn: de N18 in Balen, de N126 in Geel en de N42 in Oosterzele. Voor de R13 in Turnhout dient de conceptstudie nog afgerond te worden. Voor de drie projecten die het verste staan gaat het om een totaalkostprijs van net geen €400.000.
Marino Keulen is verheugd: “trajectcontrole heeft reeds zijn nut en deugdelijkheid bewezen op autosnelwegen. Het maant automobilisten aan om een constantere snelheid aan te houden en dit zorgt voor een verhoging van de verkeersveiligheid. Het is positief om vast te stellen dat de minister dit principe nu ook gaat toepassen op gewestwegen. Zeker voor gewestwegen waar relatief veel verkeersdoden te betreuren vallen, is dit een optie om te zorgen voor meer verkeersveiligheid – en verantwoordelijkheid bij automobilisten.”
De realisatie van deze vier projecten is een samenwerking tussen het gewest en de lokale politiezone. Het gewest komt tussen voor ongeveer 45% van de kosten, de rest wordt gefinancierd door de lokale politiezone.
In de nabije toekomst zullen nog vier andere gewestwegen voorzien worden van trajectcontroles, maar hierover lopen de onderhandelingen met de desbetreffende politiezone nog.

woensdag 23 september 2015

#Persbericht Marino Keulen en Lydia Peeters (Open Vld)#: “De vooruitgang van de Limburgse economie kan hand in hand gaan met het behoud van natuur”#

De afgelopen weken is er heel wat commotie ontstaan over het verdwijnen van natuur in Limburg om te zorgen voor extra tewerkstelling. Voor volksvertegenwoordigers Marino Keulen en Lydia Peeters is het duidelijk dat beiden belangrijk zijn voor de toekomst van Limburg. “Limburg staat bekend als een groene provincie en het is onze ambitie om dit zo te houden, dit mag echter de nood aan extra tewerkstelling niet in de weg staan,” stelt Keulen. “Om de Limburgse economie terug zuurstof te geven na de sluiting van Ford-Genk werd het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat (SALK) in het leven geroepen, dan zou het bizar zijn om bedrijven die willen uitbreiden en voor extra jobs zorgen die mogelijkheid te ontnemen omdat dit in een natuurgebied voorzien is. Bovendien zijn alle wettelijke procedures gevolgd en dient er voorzien te worden in natuurcompensaties. Limburg krijgt extra jobs zonder dat er natuur sneuvelt,” vult Peeters aan.
In juli heeft de Vlaamse Regering beslist om een deel van de Groene Delle tot industriegebied om te vormen en begin september raakte bekend dat transportbedrijf Essers gaat uitbreiden en hiervoor een natuurgebied van ongeveer 12 hectare dient te wijken na een gunstig milieueffectenrapport om dit natuurgebied te wijzigen in industriegebied. In totaal werden er 18 verschillende locaties onderzocht en de gekozen locatie kwam uit de procedure als meest geschikt.
“Beide beslissingen hebben nogal wat kwaad bloed gezet bij natuurverenigingen en oppositiepartijen en dat valt te begrijpen wanneer de natuur zou sneuvelen zonder meer. Voor elke hectare waardevolle natuur die verdwijnt, dient men echter minstens een hectare natuur te compenseren op een andere plaats. Voor het gebied waar Essers gaat uitbreiden betekent dit dat 12 hectare verdwijnt, maar ergens anders 14 hectare dient bij te komen. Bijgevolg spreken we niet over verlies van natuur, maar enkel nog over de creatie van extra arbeidsplaatsen in een provincie die economisch zwaar getroffen is door de sluiting van de Ford-fabriek,” stelt Lydia Peeters vast.
“Een bedrijf als H. Essers is waardevol voor de Limburgse economie. Momenteel zijn ze de grootste werkverschaffer van onze provincie die bovendien een goede naam hebben internationaal en zorg besteden voor hun werknemers. Ook duurzaamheid dragen ze hoog in het vaandel en blijkt uit hun eco-efficiënt wagenpark en duurzame gebouwen. Wanneer een dergelijk bedrijf wil uitbreiden in onze provincie en voor extra tewerkstelling wil zorgen van ongeveer 400 jobs, is het absurd om dat tegen te houden met het voorwendsel dat er natuurgebied moet wijken. Of beter gezegd, verplaatst wordt, want ergens anders dient men een nieuw natuurgebied te voorzien. De natuur is belangrijk, maar kan best hand in hand samengaan met de economie,” aldus Marino Keulen.
Beide parlementsleden hopen dan ook dat de ontwikkeling van dergelijke nieuwe industriegebieden snel kan aanvangen en de tewerkstelling in de provincie Limburg vooruit helpt. “Er is nog een hele weg af te leggen voordat de tewerkstelling in Limburg terug op het peil van voor de sluiting van Ford-Genk zit. Hiervoor zijn er meerdere bedrijven zoals Essers nodig,” besluit Keulen.

vrijdag 18 september 2015

#Persbericht Marino Keulen# 18-09-2015#:“Auditieve en visuele halteaankondiging in elke lijnbus is een stap voorwaarts voor de reiziger”#

In het kader van toegankelijkheid werkt De Lijn actief aan de introductie van auditieve en visuele halteaankondiging op lijnbussen. Tegen einde 2015 zal ongeveer 43% van de lijnbussen hiermee uitgerust zijn en het is de bedoeling om op termijn elke bus hiermee uit te rusten. Vanaf einde 2016 zal het systeem volledig operationeel zijn. Dit blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Mobiliteit Weyts op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld).
“Met auditieve en visuele halteaankondiging zet De Lijn een stap vooruit om reizigers tijdens hun rit te informeren over de voortgang van hun busrit. Het is een vorm van noodzakelijke dienstverlening naar de reizigers toe en slechthorende en – ziende personen in het bijzonder. In juni vorig jaar heeft De Lijn een app gelanceerd voor halteaankondiging en moesten reizigers zichzelf behelpen om te weten wanneer hun halte daar was, nu zet men eindelijk de stap naar halteaankondiging in de bus. Tegen het einde van dit jaar zal ongeveer 43% van het wagenpark hiermee uitgerust zijn (via het led-scherm vooraan de bus) en bij elke nieuw aangekochte bus zal dit reizigersinformatiesysteem standaard aanwezig zijn zodat op termijn elke lijnbus hiervan voorzien is. Op de ingebruikname van het systeem is het wel nog wachten totdat ReTiBo volledig operationeel is,” stelt Marino Keulen.
Met de invoering van ReTiBo (Registratie-Ticketing-Boordcomputer) komt het project van halteaankondiging in een versnelling terecht en zal tegen einde 2016 het systeem effectief operationeel worden. Het reizigersinformatiesysteem kondigt via de boordcomputer een accurate halteaankondiging visueel en auditief aan. Voor elke lijn wordt wel nog een testrit voorzien om de correctheid te verifiëren.
Per bus kost het ongeveer €5.000 om dit systeem te voorzien (via een TFT-scherm voor de visuele aankondiging in de bus en het audiosysteem voor de auditieve aankondiging). Bij de aankoop van nieuwe bussen zit dit reeds vervat in de openbare aanbesteding.
“De Lijn dient mee te evolueren op het vlak van digitale en innovatieve vooruitgang en het reizigersinformatiesysteem is daar een goed voorbeeld van. Van zodra de lijnbussen die voor 2008 aangekocht zijn uit roulatie gaan, vermoedelijk rond het jaar 2020, zal het volledige wagenpark dit systeem gebruiken,” besluit Keulen.

zaterdag 22 augustus 2015

maandag 13 juli 2015

#Persbericht Marino Keulen 12-07-2015#:“Wifi-aanbod op bussen en trams van De Lijn uitbreiden”#

Sinds december 2014 is De Lijn gestart met gratis wifi aan te bieden op 87 trams en 55 bussen. Na een zestal maanden vond Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen het tijd om te vragen naar een eerste evaluatie aan bevoegd minister van Mobiliteit Weyts. “Een grondige evaluatie heeft nog niet plaats gevonden, al monitort De Lijn wel de gebruikers ervan. Zo blijkt dat er op de voertuigen waar wifi aanwezig is dagelijks 2.000 gebruikers zijn. In totaal hebben reeds 36.000 unieke gebruikers zich aangemeld om van deze diensten gebruik te kunnen maken. Daar het voorlopig over een beperkt proefproject gaat, ben ik er wel van overtuigd dat De Lijn op de ingeslagen weg verder dient te gaan en deze dienst moet uitbreiden naar alle beschikbare voertuigen om zo het comfort voor de reiziger te verhogen”, stelt Marino Keulen vast.
In een tijd waar connectiviteit belangrijk is, is het positief dat De Lijn meegaat in deze trend en gratis wifi aanbied voor reizigers die zich geregistreerd hebben via de website www.lijnnet.be. Zo heeft elke gebruiker recht op een limiet van 250 megabyte per maand, maar dit is ruim voldoende voor het volgen van sociale media en het consulteren van nieuwssites. “Uit de cijfers blijkt dat slechts in 5% van de gevallen de gebruiker de limiet bereikt heeft. Bijgevolg voldoet dit aanbod momenteel. Uit de stijgende maandelijkse unieke gebruikers, deze zomer zal dit nog verder stijgen daar de wifi ook aangeboden wordt op de kusttram, blijkt duidelijk dat de reiziger dit prettig vindt”, aldus Keulen.
Daarom roept Marino Keulen de minister en De Lijn op om dit project verder te zetten en uit te breiden op termijn naar het volledige voertuigenpark. “Wanneer we de reiziger comfort bieden om op de tram of bus zijn mails te checken of zijn status te updaten, dan kan dit mee ervoor zorgen dat men sneller de wagen thuislaat en het openbaar vervoer neemt om naar het werk te gaan”, besluit Keulen.
Een grondige evaluatie van dit project zal gebeuren na de publiekstest op de kusttram met alle betrokken actoren.

donderdag 9 juli 2015

#Persmededeling Marino Keulen#09-07-2015# : Bezorgd over de voortgang van de infrastructuurprojecten van SALK in Limburg”#

Wat is het doel van het Strategisch Actieprogramma Limburg in het Kwadraat? Ik ging er altijd vanuit dat dit tweeledig was: zorgen voor een economische doorstart van de provincie Limburg na de aankondiging van de sluiting van Ford-Genk én zorgen voor de versnelling van een heel aantal projecten die bijdragen aan deze economische doorstart. Zo verwees het SALK naar verschillende infrastructuurprojecten als de ‘randvoorwaarden’ om onze provincie er boven op te helpen. Een betere ontsluiting van onze provincie werd dus als essentieel beschouwd.
Wat betreft de economische doorstart van onze provincie liggen heel wat projecten op schema. Zo is men actief bezig met het activeren van de economie (denk aan de erkenning van onze provincie als ontwrichte zone en de regionale steunkaart waarbij bedrijven strategische transformatiesteun kunnen verwerven), het herscholen van werkzoekenden en het begeleiden van voormalige Fordwerknemers. Ook in domeinen als sociale economie en toerisme zet men stappen vooruit. In het onderwijs heeft men sinds september 2015 de opleiding handelswetenschappen aan de UHasselt gestart en ingezet op werkplekleren. Zo neemt de Universiteit Hasselt een unieke positie in waar een nieuwe opleiding toegevoegd is zonder bestaande opleidingen te schrappen.
Over de versnelling van infrastructurele projecten maak ik mij oprecht zorgen. SALK verbindt alle partijen ertoe om de opgenomen projecten te realiseren. Alleen stel ik vast dat in de praktijk een aantal projecten vertraging oplopen. De Noord-Zuidverbinding en Spartacus lijn 1 (Hasselt-Maastricht) zijn voorbeelden van infrastructuurdossiers die essentieel zijn voor de ontsluiting van onze provincie en de inter-Limburgse mobiliteit, maar waar de stilstand dreigt. Voor andere projecten zoals de verhoging van de bruggen over het Albertkanaal zijn de Europese subsidies toegekend en kan men verder werken. De omleidingsweg rond Tongeren en Neerpelt en de aansluiting van Sint-Truiden met de E40 zitten in de studiefase. Dit verloopt moeizaam. Men zou zich de vraag kunnen stellen: welke meerwaarde biedt de ‘SALK-stempel’ in al deze dossiers?
Elke partij heeft zich geëngageerd om SALK te realiseren, het is integraal opgenomen in het Vlaams Regeerakkoord en het slagen van SALK is essentieel voor enerzijds de geloofwaardigheid van de politiek en anderzijds voor de toekomst van onze provincie. De realisatie van deze infrastructuurprojecten zijn de lakmoesproef van SALK. Als deze projecten nog lang uitblijven, zal dit wegen op het beeld van SALK. Het succes van SALK zal hier in grote mate van afhangen.
Ik hoop dan ook dat de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken tijdens de commissie van deze namiddag mijn bezorgdheid kan wegnemen.

donderdag 2 juli 2015

#Persbericht Marino Keulen 02-07-2015#:“BOB-concept zal niet verdwijnen”#

Voor Open Vld is het bij monde van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen duidelijk: “BOB mag niet verdwijnen”. Deze middag heeft Keulen minister Weyts hierover ondervraagd in het Vlaams parlement in de commissie Mobiliteit en Openbare Werken. “Nadat er eindelijk klaarheid geschonken was over de sensibiliseringscampagnes rond alcoholgebruik achter het stuur en het voortbestaan van BOB verzekerd was voor 2015, bleef het onduidelijk of dit concept ook na 2015 nog langs Vlaamse wegen te zien zou zijn”, aldus Keulen. De minister stelde dat het BOB-concept ook na 2015 zal gebruikt worden. “Dat verheugt ons zeer en is een positief signaal van de minister.”
In december 2014 heeft Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts een procedure opgestart om een gunning te bekomen voor de verkeersveiligheidscampagnes. Vanaf dat moment heeft Marino Keulen zijn zorgen over de toekomst van het BOB-concept geuit, zeker nadat duidelijk was dat het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) mee in de procedure moest stappen om kans te maken.
“Uiteindelijk heeft de minister een vergelijk gevonden met het BIVV om het BOB-concept te mogen gebruiken voor het jaar 2015. Zo is er in juni een campagne geweest en zal er in december eentje opgestart worden. De toekomst van BOB bleef onduidelijk”, stelt Marino Keulen vast. Tijdens de commissie kon de minister bevestigen dat de onderhandelingen met het BIVV nog lopen en dat de minister ervan uitging dat het in orde zou komen om de BOB-campagnes ook na 2015 te kunnen gebruiken.
“Het is positief dat er nog een toekomst is voor BOB, want ook in het buitenland bewijst dit concept zijn deugdzaamheid en zet het feestvierders aan om iemand aan te duiden om hen veilig naar huis te brengen. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de minister een vergelijk met het BIVV zal bereiken om BOB ook na 2015 te kunnen gebruiken”, besluit Keulen.

maandag 29 juni 2015

#Persbericht 28-06-2015#:“De structuur van ons openbaar vervoer is te duur”#

Momenteel zoekt men in Vlaanderen naar alternatieve vervoersconcepten om de bestaande dienstverlening met bussen, trams en belbussen aan te vullen en zo vraaggericht mogelijk te werken voor de reiziger. Een project dat reeds enige tijd in Limburg loopt is de OV-auto. Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) vroeg door middel van een schriftelijke vraag aan minister van Mobiliteit Weyts een evaluatie hiervan op.
Wat blijkt, de OV-auto is een manier om met taxi’s de belbusroutes over te nemen, maar is minstens zo duur als een belbus voor De Lijn. Per reiziger kost een OV-auto €21,1 per rit aan De Lijn. Ter vergelijking een belbus kost De Lijn €21,43 per reiziger per rit.
Het project is in Limburg enkele jaren geleden ingevoerd ter vervanging van een aantal minder bezette belbuslijnen. Momenteel doen 23 Limburgse taxibedrijven mee met dit project en rijden ze, wanneer opgeroepen door de belbuscentrale, mensen rond van belbushalte naar belbushalte. In 2014 hebben er 25.052 ritten plaatsgevonden met een OV-auto waar meestal één of twee passagiers gebruik van maken per rit. De reiziger zelf merkt geen verschil op, want men meldt zich bij de belbuscentrale en deze regelt alles. Dat is ook de reden waarom er weinig tot geen klachten over de werking De Lijn bereiken. Een grondige evaluatie, waar zowel de reiziger als de taxibedrijven bij betrokken werd, is evenwel nog niet gebeurd.
“De OV-auto in Limburg bewijst dat er alternatieven zijn op maat van de reiziger voor het geregeld stads – en streekvervoer in Vlaanderen. Het doel met echter zijn om dit kostenefficiënter te organiseren. De enige manier waarop dit haalbaar zal zijn is door het model grondig te veranderen. Geef private initiatieven een kans, zonder afbreuk te doen aan veiligheidsnormen en sociale dumping in de hand te werken. Dit is de enige oplossing die ik zie om een betaalbaar collectief vervoer te organiseren op maat van de reiziger”, aldus Keulen.
“In Vlaanderen stellen we zodanig hoge kwaliteitseisen op voor onze dienstverlening dat elke vorm van aanbod onmiddellijk veel te duur is voor de overheid. Men kan goedkoper werken zonder onveilig te werken of asociaal bezig te zijn. Private aanbieders en ondernemers (pachters van geregeld vervoer en taxibedrijven) verklaren mij dat dit mogelijk is om goedkoper te werken in een minder stringent kader. Daarom moet er in het nieuwe vervoersmodel ruimte zijn voor private initiatieven en marktwerking. Zodat niet alleen de reiziger er beter van wordt, maar ook de belastingbetaler”, besluit Marino Keulen.

donderdag 25 juni 2015

#Persbericht Marino Keulen 25-06-2015#:“Nood aan uitgeruste parkings langs Limburgse autosnelwegen”#

Doordat de gemeente Heusden-Zolder beroep heeft aangetekend tegen de beslissing om langs de E314 in Zolder een dienstenzone met tankfaciliteiten (dus een shop en tankstation) te voorzien, zorgt dit voor een verder uitstel om de faciliteiten langs Limburgse autosnelwegen te verhogen. Momenteel is er in Zolder een bestaande (vrachtwagen)parking langs de autosnelweg die het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) in concessie wou geven, samen met de parking in Zonhoven (eveneens langs de E314), om uit te baten. Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) stelt dat dit “een gemiste kans voor Limburg is, want momenteel zijn er in Limburg enkel faciliteiten in Tessenderlo voorzien langs de E313 en op geen enkele plaats langs de E314. Een sanitaire stop of een tankbeurt doen, blijft in Limburg een moeilijke oefening voor automobilisten.”
Uit een schriftelijke vraag aan Vlaams minister van mobiliteit Weyts blijkt dat door het beroep van de gemeente Heusden-Zolder ook de concessie in Zonhoven niet kan doorgaan, daar beide zones tegelijkertijd dienen ontwikkeld en uitgebaat te worden. Andere zones komen momenteel niet in aanmerking. Wanneer zou blijken dat Zonhoven en Zolder niet ontwikkeld kunnen worden kan eventueel een nieuwe locatiestudie in de toekomst een nieuwe zone aanwijzen, maar momenteel is dat niet aan de orde stelt de minister in zijn antwoord.
“Ik heb begrip voor de bezwaren van de gemeente Heusden-Zolder en het beroep dat ze aantekenden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, alleen blijft Limburg een blinde vlek voor vele automobilisten die een tussenstop willen maken langs de autosnelweg. Zo moet men op de E314 wachten tot in Rotselaar (Vlaams-Brabant) wanneer men vanuit Nederland langs de E314 ons land binnenrijdt. Wel zijn er ondertussen enkele parkings voorzien, recent nog is in Boorsem (E314) waar het oude douanekantoren tegen de grond gegaan en er zo extra parkeerplaatsen zijn voorzien, maar deze ontberen elke vorm van faciliteiten”, aldus Marino Keulen.
Voor de toekomst van de ontwikkeling van de autosnelwegparkings in Zolder en Zonhoven is het wachten op het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

maandag 15 juni 2015

#Persbericht Lokale Politie Lanaken-Maasmechelen 12 juni 2015#:ANPR-camera’s in politiezone Lanaken-Maasmechelen speelden een belangrijke rol in een dossier van de federale politie#

De federale gerechtelijke politie heeft onlangs een bende autodieven kunnen klissen die in Lanaken en Maasmechelen tientallen BMW’s en Landrovers hebben ontvreemd. Deze bende pleegde autodiefstallen zowel in Nederland, Duitsland als in België. Ook “onze” ANPR-camera’s hebben ertoe bijgedragen dat zeven mensen konden worden aangehouden.
Door het screenen van de beelden van de camera's met automatische nummerplaatherkenning kregen rechercheurs vrij snel zicht op mogelijke verdachten. In de politiezone Lanaken-Maasmechelen zijn er momenteel meerdere ANPR-camera’s operationeel. Een ANPR-camera registreert alle voorbijrijdende voertuigen. Dit betekent dat de politie kan opzoeken welke voertuigen op welk tijdstip voorbij de camera reden. De politiezone Lanaken-Maasmechelen gebruikt de camera vooral om gerechtelijke dossiers op te lossen: het opsporen van verdachte personen, het terugvinden van gestolen voertuigen en het opsporen van rondtrekkende daderbendes. Drugs, woninginbraken en verkeersonveiligheid zijn belangrijke prioriteiten die de politiezone wil aanpakken met onder andere camera-inzet.
Op termijn zal er op het ganse grondgebied van de politiezone ANPR-toezicht georganiseerd worden zodanig dat ALLE toegangswegen naar de politiezone gecontroleerd worden met ‘slimme’ camera’s. Dit betekent dat de politiezone Lanaken-Maasmechelen een aanzienlijke bijdrage levert aan het ANPR-cameranetwerk in de provincie Limburg.

#Persbericht Marino Keulen# 14 juni 2015 : “Werk maken van de beschikbaarheid van de terreinen van de voormalige Ford-Fabriek in Genk”#

“De toekomst van de terreinen van Ford-Genk is belangrijk voor de onze provincie en het is positief dat de Vlaamse Regering hier werk van maakt,” stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) vast. Uit een schriftelijke vraag van Keulen aan Vlaams minister van Economie Muyters blijkt dat de minister bezig is met een integrale visie en plan van aanpak voor de terreinen van de voormalige Ford-fabriek in Genk te ontwikkelen zodat er zich nieuwe bedrijven kunnen vestigen die voor nieuwe arbeidsplaatsen zorgen.
Uit het antwoord van de minister is duidelijk gebleken dat geen enkel bedrijf bereid gevonden is om de volledige site over te nemen. Bijgevolg zal de Vlaamse regering werk maken van een gefaseerde herontwikkeling om het terrein klaar te maken voor meerdere afzonderlijke bedrijven. Hiervoor dienen wel eerst enkele werken plaats te vinden op het terrein zelf: sanering, sloopwerken van sommige bestaande gebouwen en aanleg van nieuwe wegen. Enkel voor de saneringswerken is een raming bekend: deze zullen tussen de 10 tot 12 miljoen euro kosten. De minister wil spoedig het Masterplan rond hebben zodat het vestigingskader voor geïnteresseerd bedrijven duidelijk is.
“Het moet de ambitie van de politici zijn om ervoor te zorgen dat op relatief korte termijn de terreinen van de voormalige Ford-fabriek klaar zijn voor gebruik en we op die manier nieuwe bedrijven aantrekken in onze provincie die zorgen voor duurzame werkgelegenheid,” besluit Marino Keulen. “Zeker omdat de terreinen een aantal troeven in handen hebben: veel ruimte en mogelijkheid van een trimodale ontsluiting via de weg, het spoor en het water.”

woensdag 10 juni 2015

#Persbericht Lokale Politie Lanaken-Maasmechelen 10 juni 2015#:Nieuwe korpschef voor de politiezone Lanaken-Maasmechelen#

De politieraad van de politiezone Lanaken-Maasmechelen heeft op dinsdag 9 juni 2015 het mandaat van de nieuwe korpschef toegewezen aan de heer Jacques Philippaerts. Hij zal de huidige korpschef Jos Schepers opvolgen die op 01 juli met pensioen gaat.
De 55-jarige Jacques Philippaerts uit Alken zal de komende jaren het derde grootste politiekorps van Limburg leiden. De eedaflegging is in principe voorzien voor 6 juli 2015.
Na zijn opleiding tot rijkswachtofficier heeft Jacques Philippaerts terreinervaring opgedaan in het toenmalig rijkswachtdistrict Leopoldsburg. Hij volgde de opleiding Master Integrale Kwaliteitszorg aan het Limburgs Universitair Centrum te Diepenbeek en maakte vervolgens deel uit van het team dat het project Basispolitiezorg met Kwaliteit in de Rijkswacht heeft ingevoerd evenals het Community Policing Pilot Project in de Zuid-Afrikaanse politiedienst.
Gedurende twee jaren deed hij ervaring op inzake kwaliteits- en organisatieontwikkeling in de privésector.
Na de hervorming vervoegde hij de Directie Relaties met de Lokale Politie (hij werd er uiteindelijk ook directeur) en droeg bij aan de in plaatsstelling en de organisatieontwikkeling van de lokale politiezones. Hij werkte mee aan de visietekst “Naar een excellente politiezorg” en de organisatie van de themadagen “excellente politiezorg”. In diezelfde periode heeft hij meerdere politiekorpsen (mee) doorgelicht m.b.v. het EFQM Excellence Model, zowel in Nederland (o.a. Limburg-Zuid) als in België (waaronder de politiezone Lanaken-Maasmechelen in 2012, een jaar na de fusie).
Als coördinator van het project schaalvergroting ondersteunde hij de gouverneur van de provincie Limburg bij meerdere projecten inzake samenwerking en fusie van politiezones.
Het laatste jaar was hij directeur van het Communicatie- en Informatiecentrum te Hasselt en als tijdelijke coördinator van de Communicatie- en Informatiedienst hielp hij mee aan de optimalisatie van de Coördinatie- en Steundienst van de Federale Politie Limburg.
Hij is gehuwd, heeft vier kinderen en drie kleinkinderen. Woonachtig te Alken, verkent hij regelmatig de provincie Limburg, zowel te paard (ook de bossen van Lanaken en Maasmechelen), als per fiets.
“Het creëren van een duurzame toekomst voor onze kinderen en de kinderen van onze kinderen” is een streefdoel en hij hecht hierbij veel belang aan “dienstverlening”, “ethiek en integriteit”, “enthousiasme”, “gezin en familie”, “geven”, “persoonlijke ontwikkeling”, “kwaliteit”, “creativiteit en innovatie”.
Hij wil de politie Lanaken-Maasmechelen verder helpen ontwikkelen als een dienstverlenende, gemeenschapsgerichte politiedienst die, ondanks de opgelegde besparingen, erin slaagt het kwaliteitsniveau van de politiezorg minstens te bewaren. En dit met aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een slimme (en dus informatiegestuurde) politie, met goed opgeleide politiemedewerkers, met inzet van nieuwe technologie (o.a. ANPR-camera’s) en sociale media, dat is de uitdaging!

maandag 8 juni 2015

#Persbericht Marino Keulen#08-06-2015 : “Homologatie voor aangepaste voertuigen blijft een zorgenkind, maar de minister onderneemt actie”#

Door de zesde staatshervorming is Vlaanderen bevoegd geworden voor de homologatie van aangepaste voertuigen. “De overdracht is niet in de meest optimale omstandigheden verlopen, daar er momenteel een wachttijd in Vlaanderen is van drie tot vier maanden. Naar dienstverlening toe is dit niet positief,” stelt Vlaams Volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld). Afgelopen donderdag ondervroeg hij minister van Mobiliteit Weyts hierover in de commissie Mobiliteit van het Vlaams Parlement.
Onder aangepaste voertuigen verstaat men zowel ziekenwagens, brandweerwagens als legerjeeps opgekocht door particulieren, koelwagens en aangepaste voertuigen voor wegenbouw (bv. met een kraan of een laadbak). Deze voertuigen hebben een homologatie nodig doordat er een aanpassing plaats heeft gevonden aan het voertuig. “Doordat deze voertuigen zo lang moeten wachten, zorgt dit voor een economisch verlies. Bedrijven kopen een voertuig aan en kunnen deze niet onmiddellijk gebruiken,” aldus Keulen.

De minister noemt de bevoegdheidsoverdracht een mismatch, omdat er te weinig personeel is overgedragen voor het aantal dossiers dat er in Vlaanderen behandeld worden. Bovendien is er een historische achterstand die mee is overgedragen. Deze achterstand is echter steeds verder opgelopen. De minister heeft reeds een aantal acties ondernomen om dit terug te dringen. Zo is de cel homologatie versterkt door een externe consulent en binnenkort wordt er externe ondersteuning structureel verankerd. Vijf extra personeelsleden worden aangenomen op korte termijn na een aanwervingsprocedure. Zo ontstaat er een verdubbeling van de capaciteit.

Ook zet men in op een vereenvoudiging van de procedure. Zo wou de minister de iFAST-procedure voor voertuigen categorie M1 (ziekenwagens, lijkwagens, …) gebruiken, maar deze procedure kan nog niet opgestart worden. Op korte termijn wil de minister deze procedure implementeren om zo een deel dossiers sneller te kunnen behandelen.

De minister stelt zich de vraag of dit een kerntaak is en wil dit uitbesteden aan een externe firma. Momenteel zijn er erkende technische diensten ingeschakeld om mee te helpen. De komende tijd zal onderzocht worden of dit volledig overgedragen kan worden aan private firma’s. Evenwel binnen een duidelijk kader door de Vlaamse overheid gecreëerd. Op termijn wil de minister naar een termijn van twee weken voor eenvoudige aanvragen.

“Het is duidelijk dat de minister er een prioriteit van heeft gemaakt om de termijn naar een acceptabel niveau te brengen. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de minister hierin zal slagen,” besluit Marino Keulen.

woensdag 3 juni 2015

#Persmededeling Marino Keulen 03-06-2015# : “Meer weefstroken verhogen de verkeersveiligheid op onze snelwegen”#

“Vlaanderen onderzoekt de mogelijkheid om meerdere weefstroken aan te leggen op de autosnelwegen en dit zou een goede zaak zijn vanuit het oogpunt van de verkeersveiligheid,” stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) vast. Hierover stelde hij een schriftelijke vraag aan Vlaams minister van Mobiliteit Weyts. Uit het antwoord blijkt dat het Vlaams Verkeerscentrum een aantal microsimulatiestudies heeft uitgevoerd en dat hiermee op enkele plaatsen aan de slag gegaan zal worden. De eerste plaats die een weefstrook zal krijgen is de A12 tussen Ekeren en Leugenberg. Deze plaats zal in het najaar van 2015 alvast voorzien worden van een weefstrook.
Een weefstrook is een verbinding tussen een invoegstrook en een uitvoegstrook (die kort volgt op de invoegstrook) op een autosnelweg zodat automobilisten niet eerst moeten invoegen om bij de volgende afrit terug af te slaan. “Wie veelvuldig de Vlaamse autosnelwegen gebruikt moet vaststellen dat er vele weefbewegingen plaatsvinden, waarbij auto’s steeds van rijbaan wisselen om bijvoorbeeld in te voegen. Het zijn deze bewegingen die voor ongevallen zorgen. Een manier om dit te verhelpen is bij een concentratie van op – en afritten weefstroken te voorzien. Op deze manier ontstaan er minder conflicterende weefbewegingen, vergroot dit de doorstroming en verhoogt het de verkeersveiligheid,” aldus Keulen.

In Vlaanderen zijn er in het recente verleden al een aantal weefstroken aangelegd (onder andere op de E40 en de E314) en voorlopig is er één concreet project voor dit jaar voorzien: een weefstrook op de A12 tussen Ekeren en Leugenberg in het kader van de Quick Wins rond Antwerpen.

Eén andere mogelijke site die wordt onderzocht: de E313 Lummen in de richting van Hasselt, vanaf het klaverblad en de afrit 26 Zolder-Lummen een weefstrook aanleggen tot en met afrit 27 Hasselt-West. Momenteel is het vaak moeilijk om hier de snelweg op te rijden door het grote aantal vrachtwagens. Dit bemoeilijkt het invoegen, met behulp van een weefstrook is dit niet langer noodzakelijk en kan de automobilist doorrijden tot aan afrit 27 zonder in te voegen. Deze weefstrook kan dan eveneens dienen als een spitsstrook tijdens de verkeersdrukte.

“Het is positief om vast te stellen dat de minister verder werk maakt van weefstroken. Met een relatief kleine ingreep verhoogt men de doorstroming en de verkeersveiligheid. Dat is een win-winsituatie,” besluit Marino Keulen.

dinsdag 2 juni 2015

#Persmededeling 2 juni 2015# : “Vakantieregeling De Lijn treft scholieren in Limburg”#

Vanaf 25 juni start De Lijn in Limburg met de vakantieregeling voor bussen. Dit heeft gevolgen voor de schoolgaande jeugd die in de meeste gevallen na 25 juni op school moeten geraken zonder dat er voldoende bussen rijden bij aanvang en einde van de schooluren. “Het is onaanvaardbaar dat De Lijn de scholieren op deze manier aan hun lot overlaat de laatste dagen van het schooljaar,” stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld). “In Oost-Vlaanderen is er door media-aandacht een mouw gepast aan deze situatie, maar voor Limburg is dit nog niet het geval. Ik hoop dat De Lijn tot inkeer komt en alsnog een aanpassing tot en met 30 juni doet.”
Van woensdag 8 juni tot en met vrijdag 19 juni kunnen de scholieren genieten van een examenregeling van De Lijn. Nadien volgen enkele dagen de gewone dienstregeling en vanaf 25 juni start de vakantieregeling. “De examenregeling is een positief gegeven, alleen is het jammer dat De Lijn de dienstverlening naar de schoolgaande jeugd niet doorzet tot en met 30 juni,” vindt Keulen.

In Oost-Vlaanderen is er een directeur van een secundaire school geweest die de kat de bel aanbond en nadien volgde er een reactie van de katholieke onderwijskoepel en pikte de media dit bericht op. Vervolgens heeft De Lijn in Oost-Vlaanderen de dienstregeling aangepast zodat er extra bussen rijden tot en met 30 juni. “Ik hoop dat De Lijn een dergelijk initiatief ook neemt voor Limburg om zo de ongemakken voor de ouders en de scholieren tot een minimum te beperken,” besluit Marino Keulen.

donderdag 7 mei 2015

#Belga#07-05-2015#Weyts maakt zich weinig zorgen om klacht Aetis tegen kilometerheffing vrachtwagens#

De klacht van Aetis tegen het geplande Belgische systeem voor de kilometerheffing voor vrachtwagens is ongegrond. Dat heeft Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts donderdag in het Vlaams Parlement geantwoord op vragen van Marino Keulen (Open Vld), Björn Rzoska (Groen) en Paul Van Miert (N-VA). Volgens Weyts staat het gekozen systeem van Satellic voldoende open voor andere operatoren en is de kritiek van Aetis ongegrond.
Aetis, een Europese beroepsorganisatie van toloperatoren, meent dat de toekomstige kilometerheffing voor vrachtwagens in ons land niet in overeenstemming is met de Europese regelgeving. De kritiek is dat Satellic, het privébedrijf dat het systeem mag uitwerken, een monopolie zou hebben. Aetis diende daarvoor een klacht in bij de Europese Commissie.
Volgens Vlaams minister Weyts is die kritiek echter ongegrond. "Het in België uitgerolde systeem zou volgens Aetis niet compatibel zijn met de EETS-specificaties (EETS = European Electronic Toll Service, red.). Maar dat klopt niet. Wat in het lastenboek staat, is wel degelijk conform die EETS-specificaties". Met andere woorden, het in België gebruikte systeem staat volgens Weyts wel degelijk open voor andere operatoren.
De N-VA-minister benadrukt ook dat de klacht van Aetis niet de reden is geweest om de startdatum voor de kilometerheffing op te schuiven naar 1 april 2016.
In zijn antwoord voegde minister Weyts er nog aan toe dat er een testfase komt met 1.500 gebruikers. Voorts zullen de On-Board Units (OBU's, de elektronische registratiebakjes) verdeeld worden vanaf 1 oktober 2015. Volgens minister Weyts zullen er bij de start zo'n half miljoen gebruikers zijn en wordt voor de volledige uitrol gerekend op 800.000 OBU's.

woensdag 6 mei 2015

#Woensdag 6 mei# @plenaire vergadering van het Vlaams Parlement#

Marino Keulen is deze middag in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement tussengekomen op een actuele vraag van Jos Lantmeeters (N-VA) over de eventuele impact van het Strategisch Actieprogramma Limburg in het Kwadraat (SALK) op de reguliere middelen die Limburg ontvangt. Door SALK krijgt Limburg heel wat impulsmiddelen (uit Europa, Vlaanderen, provincie Limburg en Genk) om de impact van de sluiting van Ford Genk op te vangen. “Het is een bezorgdheid van elke Limburgse volksvertegenwoordiger dat de SALK-middelen bovenop de reguliere middelen naar onze provincie komen, maar niet een deel van die reguliere middelen vervangen,” stelt Keulen. “Geert Bourgeois, de Vlaamse minister-president, stelde ons gerust dat de SALK-middelen impulsmiddelen zijn die bovenop de reguliere middelen komen en dienen om de provincie te ontsluiten, te investeren in onderwijs en de economie te ondersteunen om extra jobs te creëren. Daar liggen ook de uitdagingen voor onze provincie in de komende maanden en jaren en daarvoor zijn de SALK-middelen broodnodig om een inhaalbeweging te realiseren.”
Bekijk hier mijn tussenkomst.

maandag 4 mei 2015

#Persbericht 4 mei 2015:“Noodzaak voor meer spitsstroken in Vlaanderen”#

Uit een schriftelijke vraag van Marino Keulen (Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open Vld) aan Vlaams minister van Mobiliteit Weyts (N-VA) blijkt dat de haalbaarheidsstudie rond spitsstroken uit 2012 geactualiseerd zal worden. “Meer dan ooit is er nood aan een doordachte en onderbouwde aanpak van de fileproblematiek in Vlaanderen,” stelt Marino Keulen. “Daarom pleit Open Vld al langer voor meer spitstroken en ik ben dan ook verheugd vast te stellen dat de minister dit signaal oppikt en de studie gaat actualiseren. Het is te hopen dat op relatief korte termijn dit zal leiden tot meerdere spitsstroken.”
Momenteel zijn er drie spitsstroken op Vlaamse autosnelwegen: op de E313 (Antwerpen-Oost tot Ranst), op de E19 (Antwerpen-Noord tot Sint-Job-in-‘t-Goor) en op de E40 (Sterrebeek tot Heverlee). “De positieve impact van de bestaande spitsstroken bewijst dat dit het pad is dat men moet bewandelen om de fileproblematiek op Vlaamse wegen aan te pakken,” stelt Keulen. “Ik neem het voorbeeld van de E40 waar door de extra rijstrook tijdens de spitsuren de files gevoelig verminderd zijn.”

“Toch zijn er nog wel enkele filegevoelige plaatsen die nood hebben aan een extra rijstrook - spitsstrook, ik denk hierbij aan de E314 van Lummen tot Leuven (in de richting van Leuven) en dan vooral de problematische zone rond Holsbeek. Daarom wacht ik de actualisatie van de studie af om te kijken wat de specifieke noden van het Vlaamse wegennet zijn. Daarnaast is er nood aan een performant collectief vervoer waardoor mensen de auto thuislaten en bijvoorbeeld de bus nemen om zich te verplaatsen. Zowel de spitsstroken als het collectief vervoer zijn essentiële middelen om de filedrukte op onze wegen te verlichten,” aldus Keulen.

“Door kort op de bal te spelen met de actualisatie van de studie naar spitsstroken, slaagt minister Weyts erin om iets structureels te doen aan de fileproblematiek,” besluit Marino Keulen.

woensdag 29 april 2015

#Persbericht 29-04-2015#: “Vlaanderen zet maximaal in op trajectcontrole”#

De komende maanden zullen er langs de Vlaamse autosnelwegen twee bijkomende trajecten met trajectcontrole gepland worden en langs gewestwegen komen er acht installaties met trajectcontrole. Dit blijkt uit een schriftelijke vraag die Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) stelde aan Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts (N-VA). De eerder aangekondigde mogelijkheid van mobiele trajectcontroles wordt nog verder onderzocht. “In het kader van het verhogen van de verkeersveiligheid is trajectcontrole een dankbaar hulpmiddel. Niet om de Vlaming te bestraffen, maar juist om de mentaliteit te wijzigen en de overtuiging dat hard rijden niet altijd sneller is,” stelt Marino Keulen vast. “Het is positief om vast te stellen dat de minister de komende maanden enkele trajecten en installaties langs Vlaamse wegen gaat uitrollen.”
Bij trajectcontrole wordt de automobilist gedwongen om constant aan eenzelfde snelheid te rijden daar er voor het hele traject een gemiddelde genomen wordt. Bij een flitscamera volstaat het om op het juiste moment op de rem te gaan staan en te voldoen aan de snelheidsnorm. “Op het vlak van mentaliteitswijziging in het verkeer liggen er heel wat kansen voor trajectcontrole. De stijgende verkeersdoden, evenwel niet allemaal te wijten aan overdreven snelheid, duiden de urgentie van het probleem. Trajectcontrole is hiervoor een hulpmiddel,” volgens Keulen.

Op de autosnelwegen bestaan er momenteel drie trajecten met trajectcontrole (op de E17 Gent richting Kortrijk en Gent richting Antwerpen en op de E40 tussen Erpe-Mere en Wetteren in beide richtingen. Minister Weyts wil hier nog twee trajecten aan toevoegen: op de E313 tussen Antwerpen-oost en Ranst (in de richting van Luik) en op de E40 tussen Sint-Stevens-Woluwe en Heverlee (eveneens in de richting van Luik). In juli 2015 wordt dit project aanbesteed en tegen de zomer van 2016 zouden beide installaties operationeel moeten zijn. Hiervoor is een budget van 365 000 euro voorzien.

Daarnaast staan er op gewestwegen voor 2015 acht nieuwe installaties op stapel, telkens in beide richtingen. De besprekingen hieromtrent lopen nog met de desbetreffende politiezones en mogen nog niet vrijgegeven worden. Wat mobiele trajectcontrole betreft, is men nog bezig met studiewerk vooraleer hier concrete projecten rond gedaan zullen worden.

“Mobiele trajectcontrole is een interessante piste, maar moet eerst grondig onderzocht worden voordat het in de praktijk gebracht mag worden. Buitenlandse voorbeelden, uit Flevoland (Nederland) bijvoorbeeld, tonen aan dat de technische problemen niet onderschat mogen worden. Het is beter dat de minister hier zijn tijd voor neemt en op korte termijn inzet op vaststaande trajectcontroles,” besluit Marino Keulen.

woensdag 22 april 2015

#Mijn actuele vraag #aan Vlaams minister, Ben Weyts, over het uitstellen van de invoering van een kilometerheffing voor vrachtwagens in België#

Bekijk hier het beeldfragment van mijn tussenkomst vandaag in de plenaire vergadering in het Vlaams Parlement.

#Persbericht 22-04-2015 : “Zwaar aangedaan over jobverlies bij Celanese”#

De aangekondigde afdanking van 95 medewerkers bij filtersigarettenfabrikant Celanese, van de 241 werknemers, komt hard aan in Lanaken.

Ik ben deze ochtend om half elf ingelicht geworden over de afdanking van 95 medewerkers bij Celanese in Lanaken. Celanese is een belangrijke werkgever waar vele Lanakenaren aan het werk zijn. Het staat bekend als een betrouwbaar bedrijf. Celanese heeft bijgedragen aan de welvaart in Lanaken en omstreken.

De oorzaak van de afdanking zou het verminderd roken zijn, zeker binnen Europa. Er zijn wereldwijd drie producenten van sigarettenfilters die gevestigd zijn in de Verenigde Staten, Mexico en Europa (Lanaken). Nu blijkt dat door de daling in de sigarettenconsumptie en door het feit dat wij op vlak van energiekosten en bruto loonkosten, minder performant zijn dan de vestingen in de VS en Mexico. Mede daardoor vallen hier de ontslagen te betreuren.

Het komt erop aan om alsnog zo veel mogelijk jobs in de vestiging Lanaken te redden. Voor de mensen die spijtig genoeg afgedankt worden is er nood aan bijzondere begeleiding door de VDAB.

Dit is een zwarte dag voor Lanaken. Iedereen leeft mee met de getroffen gezinnen.

#Persbericht 22-04-2015# : “Uplace betaalt jaarlijks 500 000 euro aan De Lijn voor eigen ontsluiting”#

Uit een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) blijkt dat Uplace jaarlijks 500 000 euro (excl. BTW) zal bijdragen voor de bediening door De Lijn. Dit zal resulteren in een hoogfrequente busverbinding tussen Vilvoorde IC-Station, Uplace en Zaventem Luchthaven. Dit bedrag is voor een periode van vier jaar voorzien. “Men gaat uit van 25% van de bezoekers die het shoppingcenter zullen bezoeken door gebruik te maken van openbaar vervoer. Dat is een ruim cijfer en uit de realiteit zal moeten blijken of dit haalbaar is. Dat neemt niet weg dat er wel een goede ontsluiting moet voorzien worden. Daarom is het positief om vast te stellen dat Uplace hier zelf aan meebetaalt,” stelt Marino Keulen.
De match tussen Uplace en openbaar vervoer is cruciaal om de zware verkeerscongestieproblemen in het betrokken gebied niet nog verder te verergeren. De afgelopen maanden zijn er verschillende studies gepubliceerd om te bewijzen dat er bijna niemand of juist heel veel mensen het openbaar vervoer gaan gebruiken om te gaan shoppen in Machelen. “Het project is voorzien in een zone die zeer congestiegevoelig is, bijgevolg is een goede ontsluiting met het openbaar vervoer broodnodig,” oordeelt Marino Keulen. “Toch blijft het moeilijk om in te schatten hoeveel mensen gebruik zullen maken van het openbaar vervoer om er te geraken. Het gegeven dat Uplace hier zelf aan wil meebetalen is wel positief.”

Van zodra het Brabantnet gerealiseerd is met drie tramlijnen in en rond Brussel, zal Uplace ontsloten worden per (snel)tram en niet langer per bus. Bijgevolg vervalt de bijdrage van 500 000 euro per jaar dan ook. “De realisatie van Brabantnet is een investering van 494 miljoen euro die De Lijn via Publiek-Private Samenwerking hoopt te realiseren en die per jaar 32 miljoen euro aan exploitatiekosten zal genereren,” aldus Keulen. “Dit zou, volgens De Lijn, resulteren in 30 000 nieuwe openbare vervoersgebruikers op deze lijnen.”

“Deze investeringen in het openbaar vervoersnet zijn positief en dienen niet enkel voor de ontsluiting van Uplace, maar passen in een bredere aanpak van de files in en rond Brussel”, besluit Marino Keulen.

Bekijk hier de schriftelijke vraag alsook het antwoord.

dinsdag 21 april 2015

#Persmededeling 21 april 2015#: “Aanpak zwarte punten Rijksweg (N78) Maasmechelen”#

Uit recente cijfers viel te vernemen dat er nog vier zwarte kruispunten zijn op de N78 te Maasmechelen. Marino Keulen, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open Vld, peilde in een schriftelijke vraag naar de timing en het plan van aanpak hieromtrent. “Voor drie kruispunten (N78 met Weg naar Zutendaal, N78 met Windmolenweg en N78 met Breitwaterstraat) verloopt de aanbesteding in één dossier en worden binnenkort de onteigeningen afgerond en de werken gestart in het voorjaar 2016. Het vierde kruispunt (N78 met Ringlaan) wordt gekoppeld met werken aan een ander kruispunt (N78 met Industrielaan) en hier is nog geen timing voor vastgelegd,” stelt Marino Keulen.
De aanpak van zwarte punten is destijds nog opgestart door wijlen Steve Stevaert. Momenteel zijn er nog 74 over in heel Vlaanderen, waarvan 4 in Maasmechelen, allen gelegen op de Rijksweg (N78). Deze worden nu ook op korte tijd aangepakt. Zo krijgt het kruispunt N78 en de Weg naar Zutendaal een rotonde, komt er op de kruising N78 en Windmolenweg een aanpassing van het verkeerslichtengeregeld kruispunt en zal er aan de Breitwaterstraat enkel nog rechts in – en rechts uitgereden kunnen worden. Daarbij wordt er ook nog een fietstunnel voorzien om veilig de Rijksweg over te kunnen steken voor de zwakke weggebruikers. Deze drie dossiers zijn goed voor een kostprijs van 4,8 miljoen euro. Na het afronden van de onteigeningen, zullen deze werken mogelijk uitgevoerd worden in het voorjaar van 2016.

Het vierde zwarte kruispunt is de Rijksweg met de Ringlaan. Dit zwarte punt zal samen aangepakt worden met de kruising N78 en Industrielaan een beetje verderop. Het verkeerslichten geregeld kruispunt van de Ringlaan met de Rijksweg zal dan een aanpassing ondergaan. De kostprijs hiervan is 366 909,40 euro. Wanneer deze werken aanvatten is nog niet bekend, maar dit zal waarschijnlijk gebeuren nadat de andere drie kruispunten aangepakt zijn.

“De aanpak van deze zwarte punten op de Rijksweg is cruciaal voor een vlottere doorstroming en een betere verkeersveiligheid. De werken zullen wat ongemak met zich meebrengen voor de automobilist en de omwonenden, maar nadien kan men de vruchten plukken van een veiligere Rijksweg,” besluit Marino Keulen.

Hierbij de parlementaire vraag alsook het antwoord.

vrijdag 17 april 2015

#Persbericht 17-04-2015#:“Tracéstudie IJzeren Rijn eerste stap in de goede richting”#

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Weyts (N-VA), kondigde in februari aan dat hij een studie besteld heeft om de haalbaarheid van het IJzeren Rijntracé te onderzoeken. Met deze studie, waarvoor Europese subsidies aangevraagd worden, wil de minister drie mogelijke tracés onderzoeken om de IJzeren Rijn tussen Antwerpen en het Ruhrgebied te reactiveren. Uit een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) blijkt dat de scope van de studie drie elementen bevat: technische, economische en ruimtelijke haalbaarheid. De totale kostprijs van de studie bedraagt 1 miljoen euro.
“Het reactiveren van de IJzeren Rijn is ontzettend belangrijk voor de haven van Antwerpen en de Vlaamse economie”, stelt Marino Keulen. “Daarom sta ik ook achter de minister en de geplande studie.” De studie zal voor elk tracé nagaan of het tracé ruimtelijk haalbaar is zonder schade te berokkenen aan het milieu, of het technisch haalbaar is en of de kostprijs binnen de perken blijft na een kosten – en batenanalyse (de economische haalbaarheid).

“De studie kost 1 miljoen euro. Voor deze studie rekent de minister op 50% Europese subsidies in het kader van het Trans European Transport Network en de overige 50% zal verdeeld worden over Nederland, Duitsland en Vlaanderen”, aldus Keulen. “Deze verdeling zal op korte termijn vastgelegd worden.”

Het uiteindelijke doel van de studie is om één voorkeurtracé voor de IJzeren Rijn over te houden en dit te realiseren. “Deze studie is een eerste stap, de realisatie van de IJzeren Rijn moet het einddoel worden. Ik vertrouw erop dat dit zal lukken wanneer Vlaanderen het voortouw blijft nemen in dit euregionale dossier”, besluit Keulen.

De uiteindelijke timing van de studie zal afhangen van de toekenning van Europese subsidies en het overleg tussen de drie partners.

woensdag 15 april 2015

#De Morgen opinie 15 april 2015#: "Geen openbaar vervoer meer, maar collectief vervoer"#

Vanaf 1 mei zal het aanbod van De Lijn, de Vlaamse openbare vervoersmaatschappij er anders uitzien. In het kader van besparingen worden een aantal lijnen geschrapt. Het gaat dan vooral om belbussen en vroege en late zondagsdiensten, waar weinig reizigers gebruik van maken, die niet langer ingericht zullen worden. Dit past in de door de Vlaamse Regering gevraagde besparingen. Besparingen die elk Vlaams beleidsdomein treffen en waar mijn partij volledig achter staat.

Het probleem is niet de afschaffing van enkele diensten, al is dit voor de getroffen reiziger allerminst een pretje, maar wel de performantie van De Lijn zelf. Ondanks een jaarlijkse overheidsdotatie van om en bij het miljard euro, is De Lijn er niet in geslaagd een modal shift tot stand te brengen. Er zitten vandaag niet minder mensen in de wagen ten voordele van het openbaar vervoer en de files blijven groeien. Het afschaffen van enkele diensten en het verhogen van het tarief is een kaasschaafmethode; er is echter nood aan een grondige hervorming van ons collectief vervoer.

De komende weken en maanden wordt er in het Vlaams parlement gedebatteerd over de toekomst van het collectief vervoer in Vlaanderen. Er dient een nieuwe beheersovereenkomst opgesteld te worden tussen de overheid en De Lijn en de regering heeft een nieuw begrip gelanceerd waaraan de organisatie van het collectief vervoer in Vlaanderen dient te voldoen: basisbereikbaarheid, een collectief vervoer op basis van de vraag.

Waarom spreek ik over collectief vervoer en niet over openbaar vervoer? Omdat dit gezamenlijk vervoer niet noodzakelijk georganiseerd moet worden met publieke middelen. Is het een kerntaak van een overheid is om het collectief geregeld vervoer te organiseren? Met minder geld is het niet evident om een aanbod op maat van elke Vlaming te voorzien. Daarom is het goed om te kijken naar alternatieven.

Een mogelijkheid waar ik voor pleit is het Nederlandse model. Hierbij is er een gebiedsgerichte werking waarbij voor elk gebied een concessie met één aanbieder afgesloten wordt. Op deze manier ontstaat er een marktwerking waarbij er om de markt concurrentie mogelijk is. De reiziger zelf zal niet tussen twee bussen kunnen kiezen om zijn traject af te werken, maar de (private) aanbieder die de gunning wil binnenhalen zal concurrentieel uit de hoek moeten komen.

Zowel naar service, tarifering als dienstverlening toe levert dit niets dan voordelen op voor de reiziger. Daarbij komt ook nog dat er een kleinere overheidsdotatie nodig is. Zodoende kan de Vlaamse overheid een deel van de huidige dotatie aan De Lijn spenderen aan andere domeinen. In Nederland werkt dit en voor Vlaanderen is dit zeker een mogelijkheid waar ik in geloof.

De overheid heeft in dit verhaal een controlerende en regulerende functie. Van het zorgen voor afstemming tussen gebieden tot het sociaal corrigeren van tarieven voor doelgroepen; hiervoor blijft de overheid bevoegd. De overheid organiseert en de partner opereert.

Is hierin dan geen ruimte meer voor De Lijn? Zeker wel, de bestaande knowhow hoeft niet verloren te gaan. De Nederlandse VSN heeft zichzelf ook geprivatiseerd tot Connexxion en opereert als private partner in een aantal regio’s van Nederland en concurreert hiermee met grote Europese spelers als Arriva, Keolis en Veolia.

Het is daarom dat Open Vld gelooft in marktwerking. Binnen de Europese Unie wordt er gewerkt aan een nieuwe richtlijn die tegen 2019 verdere stappen zal zetten naar de liberalisering van het publieke collectieve vervoer. Dit is een kans om de stap naar de toekomst niet te missen. De reiziger is niet gebaat bij het schrappen van lijnen, maar verdient stipte verbindingen en een aantrekkelijke en betaalbare service. Zoiets is enkel mogelijk wanneer de Vlaamse markt opengesteld wordt.

In de schoot van de regering en het parlement zal deze discussie gevoerd worden. Hieruit moet blijken op welke manier het collectief streekvervoer georganiseerd kan worden. Het enige juiste uitgangspunt moet de reiziger zijn en blijven.

donderdag 9 april 2015

#Persbericht Marino Keulen 9 april 2015#: “Europese subsidies voor verhogen 33 bruggen over het Albertkanaal aangevraagd”#

In het kader van het Trans European Transport Networks (TEN-T) heeft Vlaanderen subsidies aangevraagd voor de verhoging van de resterende 33 bruggen over het Albertkanaal en de verbreding van het stuk tussen Antwerpen en Wijnegem. Dit blijkt uit een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) aan Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Weyts (N-VA).
Volgens een Europese richtlijn dient de doorvaarhoogte onder elke brug 9m10 te zijn. NV De Scheepvaart heeft de afgelopen jaren reeds een heel aantal bruggen aangepast aan deze minimumhoogte. Er blijven echter nog 33 bruggen over tussen Antwerpen en Kanne (het Vlaamse deel van het Albertkanaal) die niet beantwoorden aan deze minimum doorvaarhoogte. Om deze noodzakelijke verhoging te realiseren rekent men op Europese subsidies. In het kader van TEN-T kan men maximaal 40% van de totale kostprijs gesubsidieerd krijgen. Voor de 33 bruggen gaat het over een bedrag van maximaal 94,5 miljoen euro (op een totale kostprijs van 236,2 miljoen euro).
Voor de verbreding van het Albertkanaal tussen Antwerpen en Wijnegem werd een Europese subsidie van 30,7 miljoen euro (op een totale kostprijs van 76,7 miljoen euro) aangevraagd. In de loop van de komende weken en maanden beslist de Europese Unie over alle dossieraanvragen en kent men de subsidies toe. Op basis van deze toekenning zal ook door Vlaanderen een timing en planning opgemaakt worden.

“Het Albertkanaal is een logistieke ader voor Vlaanderen en Europa”, stelt Marino Keulen. “De verhoging van de laatste bruggen over het Albertkanaal is noodzakelijk om de Europese doorvaarhoogte van 9m10 te bereiken en laat grote binnenscheepvaart (tot vier lagen containers) toe. Dit is belangrijk voor de ontsluiting van de Antwerpse haven over het water en past ook in de verkeersveiligheid: om meer vrachtwagens van onze drukke snelwegen te halen.”

dinsdag 7 april 2015

#Persbericht#07 april 2015 : “Trambus kan interessante optie zijn, maar werpt heel wat vragen op”#

Vandaag lanceerde CD&V een voorstel van resolutie om de geplande sneltrams in Vlaams-Brabant (Brabantnet) en Limburg (Spartacus) te vervangen door trambussen. “CD&V stelt een alternatief voor omdat de projecten van Brabantnet en Spartacus steeds weer vertraging oplopen”, stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld). “Het is een interessant voorstel, maar roept heel toch wat bedenkingen op en zal de beide tramprojecten alleszins niet versnellen. Integendeel, CD&V wil dat De Lijn opnieuw gaat studeren en de trambus als alternatief bekijkt. In plaats van tijdswinst, zal dit studiewerk voor de verschillende tramprojecten minstens maanden duren.”
CD&V haalt de mosterd van de trambus onder andere in Metz waar in het stadscentrum in eigen bedding deze moderne bussen rondrijden in een tramachtige opstelling. In het voorstel van resolutie willen ze dat De Lijn voor Brabantnet en Spartacus ook de trambus als alternatief vervoermiddel bestudeert in plaats van de voorziene sneltram. Volgens CD&V is het idee van een trambus nooit serieus bekeken, maar wel goedkoper dan een sneltram.

Beide tramprojecten passen in de visie van de Vlaamse regering om het openbaar vervoer te verknopen en stedelijke gebieden te verbinden met de buitenstedelijke gemeenten. Daarom is Brabantnet en Spartacuslijn 1 (Hasselt-Maastricht) ook opgenomen in het Vlaamse regeerakkoord en maakt Spartacus tevens deel uit van het Strategisch Actieprogramma Limburg in het Kwadraat (SALK).

Een trambus is een bus op wielen, maar met de eigenschappen van een tram (een afgescheiden bestuurderscabine, meer comfort, …) en dient in een eigen bedding te rijden. “Daarin ligt mogelijk een probleem voor deze trambus”, aldus Marino Keulen. “In Limburg zal het moeilijk worden om de trambus in een volledig vrijliggende busbaan te laten rijden, daar het originele Spartacusconcept een oude spoorbedding volgt. Dit zal betekenen dat er extra geld geïnvesteerd zal moeten worden in het storten van beton, het aanleggen van funderingen en dergelijke. Daar de verschillende trajecten gewestwegen volgen, zal hier een vrijliggende busbaan aangelegd dienen te worden. Door plaatsgebrek zal dit niet overal mogelijk zijn. Daarnaast neemt een trambus de problemen waar men in Maastricht mee worstelt niet weg. Ook de trambus (die kleiner en minder zwaar is dan een sneltram, maar nog steeds 22 ton weegt) zal problemen hebben met de stabiliteit van de Wilhelminabrug. Bovendien is dit een slecht signaal naar onze Nederlandse partners toe, alsof er nog tijd is om alles eens opnieuw te bekijken. Er is tijd genoeg verloren.”

“Dit neemt niet weg dat CD&V een interessante piste voorstelt, alleen is de timing slecht gekozen”.

vrijdag 3 april 2015

#Persbericht Marino Keulen# 3 april 2015 : “Het aantal klachten bij De Lijn stijgt: een kans voor de overheid om bij te sturen”#

Op 1 april stelt de Vlaamse Ombudsdienst traditiegetrouw zijn klachtenboek van het afgelopen jaar voor. Hierin worden alle klachten statistisch verzameld door de Vlaamse Ombudsdienst en geanalyseerd. Hieruit blijkt dat het aantal klachten toegenomen is, maar dat de afhandeling ervan ook steeds professioneler aangepakt wordt door de Vlaamse administraties. “Dat het aantal klachten stijgt is niet zorgwekkend, want de Vlaamse bevoegdheden staan nu eenmaal dichtbij de mensen,” stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld). “Het is eveneens positief om vast te stelen de mensen die een klacht indienen, geholpen worden en gehoor krijgen. Dit kan de dienstbaarheid van de overheid alleen maar vergroten.”
De Vlaamse Ombudsdienst verzamelde voor alle Vlaamse bevoegdheden in 2014 51.110 klachten. Dit is een stijging ten opzicht van 2013 met een 4.000-tal klachten. De hoofdmoot hiervan komt op naam van het departement Mobiliteit en Openbare Werken (35.168 klachten) en dan voornamelijk bij de openbare vervoersmaatschappij De Lijn (34.826 klachten). Voor De Lijn is dit een stijging met 6,54% van het aantal klachten ten opzichte van 2013. Deze stijging wordt door de Vlaamse Ombudsman verklaard door de laagdrempelige manier waarop reizigers een klacht kunnen formuleren. Zo is er in 2014 een forse toename (van 9%) van het aantal klachten via sociale media. De Vlaamse Ombudsdienst beschouwt dit als positief, want een sterk verhaal van een overheid start met een overheid die durft rapporteren over de eigen tekortkomingen.

“Het is belangrijk dat wanneer iemand een klacht neerlegt, deze persoon ook gelooft in een oplossing. Het is positief dat de drempel laag is om klachten neer te leggen, bv. via sociale media, en dat de gevoeligheid rond klachten is gegroeid”, aldus Keulen. “De overheid is hier ontvankelijk voor en wil met de klachten iets doen. Toch is het goed dat de ombudsdienst klachten filtert om de echte klachten te distilleren.”

“Wat betreft het aantal klachten bij De Lijn en de stijging ervan valt op dat het vooral de traditionele domeinen zijn zoals de stiptheid, het aanbod en de service die hoog scoren. Toch valt niet te ontkennen dat De Lijn werk hiervan maakt. Zowel door het opstarten van een centrale klantendienst die de klachten behandeld als door het evalueren van de klachten. Op termijn kan dit enkel positief zijn voor de werking van De Lijn,” besluit Marino Keulen.

maandag 30 maart 2015

#Persbericht Marino Keulen 27 maart# “Vlaamse regering keurt GRUP Noord-Zuid definitief goed”#

Vandaag heeft de Vlaamse regering tijdens de wekelijkse ministerraad het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) voor de Noord-Zuid (N74) definitief goedgekeurd. “Nadat ze begin februari de principiële goedkeuring aan het dossier gegeven had, ligt nu alles in een definitieve plooi,” stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld). “Indien er nu geen juridische procedures opgestart worden, kan men beginnen met de bouw – en milieuvergunningen aan te vragen en de aanbesteding opstarten. Dat zou betekenen dat binnen één jaar de werken aan de Noord-Zuid eindelijk kunnen aanvatten.”
De Noord-Zuid in Limburg kent een lange lijdensweg, zeker nadat het vorige GRUP uit 2011 vernietigd is door de Raad van State. “Dit nieuwe GRUP houdt rekening met de aanbevelingen en geeft ruimte aan een aantal bekommernissen omtrent landbouw en natuur. Belangrijker nog is dat de Raad van State na de principiële goedkeuring een positief advies heeft verleend zodat het vandaag definitief goedgekeurd is kunnen worden,” aldus Marino Keulen.

“Dit dossier kent reeds een lange lijdensweg en wanneer iedereen het gezonde verstand gebruikt en de energie niet verspilt in nodeloze procedures, kan dit de definitieve opstap naar de realisatie van de Noord-Zuidverbinding in Limburg zijn. Hierdoor wordt een belangrijk element uit het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat (SALK) gerealiseerd en een mobiliteitsnood in het noorden van onze provincie aangepakt,” besluit Keulen.