Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

woensdag 30 april 2014

Verantwoord bosbeheer

Laatste tijd word ik vaak aangesproken door burgers-natuurliefhebbers over de kappingen in onze bossen. Vooral dan in de bossen van Gellik. Deze kappingen zijn onderdeel van een groot ecologisch plan waarbij uitheemse boomsoorten zoals Amerikaanse vogelkers en Corsicaanse den fors worden gekapt om nadien te worden vervangen door inheemse bomen en struiken (Zomereik, Beek, Ruwe berk, ...).
Het geheel kadert in een goed uitgebalanceerd bosbeheersplan. De uitvoering wordt opgevolgd door de gemeentelijke diensten, het Agentschap voor Natuur en Bos en het Instituut voor Bos en Natuuronderzoek.
Hierbij vindt u een tekst waar het geheel - visie en maatregelen - uitgebreid worden geduid.

De laatste jaren vinden tal van kappingen plaats in onze bossen. We beseffen dat dit voor veel inwoners vreemd overkomt. Waarom worden er bomen gekapt in een beschermd natuurgebied? Waarom laat men de natuur niet spontaan ontwikkelen?

De bossen in het Nationaal Park Hoge Kempen bestaan voor het overgrote deel uit aangelegde productiebossen. Gedurende de twintigste eeuw, tot omtrent de jaren zeventig, was het bosbeheer hoofdzakelijk gericht op het produceren van hout voor de industrie. Natte gebieden werden hiervoor drooggelegd, er werd geëxperimenteerd met exoten zoals Amerikaanse eik, Corsicaanse den en Amerikaanse vogelkers, een dicht boswegennet werd aangelegd (dambordpatroon), bossen werden kaalgekapt en herbeplant met vaak eenzelfde boomsoort. Soorten die hier van nature thuishoorden zoals Zomereik, Ruwe berk en Beuk waren destijds voor de mijnbouw niet interessant. Ze groeiden te traag of hadden geen economische waarde. Dit heeft voor gevolg dat een groot aantal van onze huidige bossen eenvormig en structuurarm zijn.

Actueel vraagt de samenleving veel meer van het bos dan enkel hout. Het moet er aangenaam wandelen, fietsen en paardrijden zijn. Ook de aandacht voor ecologie droeg er toe bij dat we op korte termijn (enkele tientallen jaren) helemaal anders zijn gaan kijken naar onze bossen.

Het streefbeeld voor veel van onze bossen is dan ook serieus bijgesteld en een omvormingsbeheer is dan ook aan de orde. Er is gekozen voor een gericht ingrijpen. Dit houdt in dat er op korte termijn meer bosbeheerwerken worden uitgevoerd dan pakweg 10 jaar geleden. Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik zullen op grote schaal gekapt worden en er zullen open plekken in het bos gecreëerd worden zodat inheemse boomsoorten zich kunnen vestigen en een ongelijkjarig structuurrijk bos ontstaat. Dit alles gebeurt volgens de richtlijnen van het uitgebreid bosbeheerplan. De effecten van de ingrepen worden opgevolgd. Dit gebeurt in samenwerking met verschillende universitaire instellingen, het Agentschap voor Natuur en Bos en het Instituut voor Bos en Natuuronderzoek.

In de gemeentebossen van Gellik en Lanaken betreft het dunningen van naaldbos. Hier wordt er door de kapping meer ruimte gegeven aan oude dennen, berken en inlandse eiken. Deze boomsoorten krijgen dan voldoende licht en ruimte om uit te groeien tot zware bomen met een mooi ontwikkelde kruin. Dit voorjaar werden vooral Corsicaanse dennen en Amerikaanse eiken gekapt.

In de gemeentebossen van Rekem vonden recent kappingen plaats, in het bijzonder op de hellingen aansluitend aan de Vallei van de Ziepbeek. De eerstkomende jaren zal hier nog gekapt worden. Dit gebeurt overeenkomstig het uitgebreid bosbeheerplan en het natuurrichtplan. Uit onderzoek is gebleken dat naaldbomen de bodem verzuren. Vandaar dat er op grote schaal dennen gekapt worden rond de vallei. Het bos komt ijl te staan waardoor er ruimte ontstaat voor spontane verjonging van streekeigen loofbomen en struiken. Op deze wijze ontstaat een structuurrijk bos met oude en jonge bomen en open plekken.

De kappingen lijken op het eerste zicht heel wat schade toe te brengen aan het bos. Het zijn echter vooral de wegen (en bijgevolg ook de bezoeker) die schade ondervinden. In het bosperceel waar de kapping plaatsvindt, wordt de schade zoveel mogelijk beperkt. De harvester en uitrijcombinatie rijden enkel op de aangeduide pistes, dit om zo weinig mogelijk bodemverdichting te veroorzaken. Het gekapte hout wordt getransporteerd over de bestaande boswegen. Dit brengt zeker ’s winters in periodes met neerslag schade toe aan het wegdek. Een gedeelte van de inkomsten van de houtverkoop wordt gebruikt om deze wegen te herstellen.

Meer info