Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

woensdag 3 april 2013

Interpellatie van Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport en van minister Crevits Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken

Vernieting Noord-Zuid Limburg door de Raad van State

Vlaanderen en haar regering is vastgelopen in haar eigen regeltjes enerzijds en het gebrek aan daadkrachtige beslissingen anderzijds.  Het dossier van de Noord-Zuid Limburg is hier het zoveelste bewijs van nu de Raad van State beslist heeft tot vernietiging.

Een ondertussen zeer oud dossier waarin de politiek de laatste 10 jaar de indruk heeft gewekt met oplossingen te komen of op zijn minst verklaarde in staat te zijn om met een oplossing te komen :

Op 16/04/2005 verkondigde toenmalig Vlaams minister van Openbare Werken Kris Peeters in Het Belang van Limburg zijn definitief plan over de Noord-Zuid Limburg die vanaf 2007 volledig zal afgewerkt worden.  In één adem liet hij weten dat er met deze beslissing een eind kwam aan 35 jaar discussies, overleg en studiewerk.

Begin april 2006 ontvangen de ondernemers van de Grote Baan in Helchteren een brief met de mededeling dat de Grote Baan (N74) wordt heraangelegd en een eerste fase zal starten eind 2007 vanaf de rotonde in Hechtel tot aan de kruising van de Grote Baan met de Peerse Dijk.

In dit schrijven wordt ook vermeld dat “mogelijk” “een deel” van het perceel zal worden aan-gekocht. In de loop van 2007 zou het Comité van Aankoop daarover inlichten (exacte afme-tingen). Nadien zou een persoonlijk onderhandelingsgesprek over de verkoopsom met een medewerker van het Centraal Comité van Aankoop volgen. Bij een akkoord zou een akte worden opgesteld en zou men overgaan tot aankoop.

Op 21/02/2008 was het de beurt aan Vlaams minister Crevits, opvolgster van minister Peeters op het domein Openbare Werken en verkondigde zij in Het Belang van Limburg : "Half juli zal ik aan de Vlaamse regering het definitieve tracé voorleggen, want ik heb absoluut geen zin in nog eens 24 studies. Voor mij primeert de realisatie van deze belangrijke verkeersader.  Het milieueffectenrapport (MER) zal in mei-juni klaar zijn. Dat onderzoek wordt nu met open vizier en zonder voorkeur voor tunnels dan wel omleidingsweg gevoerd. Maar eens de keuze gemaakt, hoop ik dat iedereen consequent achter die keuze zal staan, en dat de aanbesteding in 2009 kan worden opgestart.”

Op 3 oktober 2008 besloot de Vlaamse regering te kiezen voor een omleidingsweg en tegen eind 2009 zou alles aanbesteed moeten zijn, moet de bouwvergunning aangevraagd worden en zouden de werken kunnen starten in 2011.

Op 6 september 2010 staat op de website www.denoordzuid.be het volgende over de onteigeningen:

10. Wat betekent de omleiding voor onteigeningen?
Onteigeningen zijn onoverkomelijk bij dergelijke ingrijpende werken. Momenteel be-staat er echter nog geen 100% duidelijkheid over de exacte afmetingen en voor welke percelen onteigening noodzakelijk zal zijn. Dit maakt deel uit van de vervolgstudie. Van zodra daarover duidelijkheid bestaat, zullen gesprekken met de betrokkenen plaatsvinden.

Een beslissing van de regering werd nog wat verder uitgesteld omdat de minister van ruimtelijke ordening de termijn voor het behandelen van de bezwaarschriften nog eens verlengde met 60 dagen.  Dit omdat de administratie de 563 bezwaarschriften die binnen gekomen zijn tot 13 mei 2010 niet verwerkt kreeg.

Maar op de Vlaamse regering van 21 januari 2011 gaf de Vlaamse regering haar principiële goedkeuring aan het besluit houdende de definitieve  vaststelling van het gewestelijk ruimtelijke uitvoeringsplan (GRUP) “Noord-Zuid verbinding N74.

De Limburgse Milieukoepel, Natuurpunt en Limburgs Landschap verzetten zich tegen de Noord-Zuidverbinding en stapten naar de Raad van State.

De hoopvolle stemming van de beslissing van de Vlaamse regering van 21 januari ebt snel weg bij het horen van het nieuws dat de Raad van State het ruimtelijk uitvoeringsplan en het milieueffectenrapport schorste.  De minister van Ruimtelijke Ordening liet in antwoord op meerdere parlementaire vragen weten een ijzersterk dossier te hebben om de Raad van State te overtuigen.

Maar de ministers en hun raadgevers, juristen, ingenieurs en advocaten faalden en de Raad van State vernietigde het ruimtelijk uitvoeringsplan.  Na twee jaar bijkomende stilstand zijn we terug bij af.

Het symbolisch belang van dit dossier is enorm.  Het is spijtig genoeg een voorbeelddossier geworden dewelke aantoont dat het quasi onmogelijk is geworden om grote infrastructuurprojecten te realiseren in Vlaanderen.  Omdat we Vlaanderen willen promoten als een logistieke regio krijgt dit dossier een extra symbolische dimensie want we falen met dergelijke dossiers om onze ambitie waar te maken.

Voor Limburg is de realisatie van dit dossier geen noodzaak maar een zaak van levensbelang voor de ganse regio om eindelijk de ontsluiting van Noord-Limburg te krijgen via de E314.  Iets wat zodanig belangrijk is dat het werd opgenomen in het Limburgplan dat dateert van midden 2005.  Maar dit is ook van enorm belang om Limburg de ontwikkelkansen te geven terug op de kaart te geraken zodra de sluiting van Ford Genk een feit is.  Niet voor niks staat dit als één van de speerpunten in het SALK-rapport.

Waar vroeger het dossier kon aanzien worden als een geschenk voor Limburg is het op dit moment een vergiftigd geschenk.  Elke handelaar, bedrijfsleider, middenstander die rechtstreeks betrokken is met dit tracé is een slachtoffer geworden.  Elk van deze betrokkenen neemt terecht een afwachtende houding aan totdat er definitieve duidelijkheid is en zekerheid over de onteigeningen.  Het gevolg is dat er geen investeringen meer gebeuren om hun zaak of bedrijf te moderniseren of uit te breiden.  Dit dossier verlamd niet alleen een ganse regio maar duwt deze regio verder achteruit.

Vanuit alle kanten vraagt men deze keer zeker geen beloftes, geen verklaringen maar enkel en alleen een snelle en vooral definitieve oplossing van de Vlaamse regering.  De reacties bij de mensen in Limburg liegen er niet om, zijn scherp en het onbegrip is groot, heel groot omdat zaken waar reeds zo veel geld aan studies, onderzoek, planning, … besteed werden en waar het algemeen belang zo duidelijk is op deze manier mislukt.  De boodschap is simpel : “Lost het op en neem de maatregelen, wat ze ook zijn, om hier voor te zorgen!”.

De huidige situatie vraagt om een krachtdadige definitieve oplossing en dit is ook voor handen als de Vlaamse regering wilt.  In de wetgeving is immers een moderne variant van het Nooddecreet Deurganckdokdecreet voorzien.  Men kan een Besluit van de Vlaamse regering immers voorleggen aan het parlement die dit besluit dient te bekrachtigen.  Hierdoor worden de mogelijkheden om dit dossier door wie dan ook nog verder te vertragen enorm beperkt.

Bovendien moeten we in Vlaanderen er durven over nadenken om ook een aantal andere dossiers op deze wijze terug vlot te krijgen


Hierover had ik de volgende vragen voor de ministers :

-       Hoe komt het dat ondanks alle studies, planningen er toch nog een geldige reden werd gevonden door de actiegroepen om naar de Raad van State te stappen?
-       Hoe komt het dat ondanks alle studies, planningen en vooral juridisch werk het keiharde dossier dat de minister van Ruimtelijke ordening ingediend had na het advies van de auditeur de Raad van State niet kon overtuigen?
-       Welke zijn de stappen die de Vlaamse regering nu gaat nemen specifiek in dit dossier maar ook in het algemeen?
-       Wat houdt de Vlaamse regering tegen om met een Besluit van de Vlaamse regering naar het parlement te komen en dit te laten bekrachtigen zodat we verder kunnen met dit dossier?



Marino Keulen