Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

dinsdag 24 mei 2011

Slecht HR-beleid kost Vlaanderen tientallen miljoenen

24/05/2011 - Uit personeelscijfers van de agentschappen die onder minister Crevits ressorteren, blijkt dat de vooropgezette streefcijfers voor personen met een handicap, allochtonen en vrouwen nog mijlenver van de doelstellingen liggen. Bovendien tiert het absenteïsme bij dit Vlaams overheidspersoneel welig. Vlaams Volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld) meent dat een goed HR-beleid een besparing zou opleveren van minstens 28 miljoen euro op jaarbasis.


De Vlaamse overheid legt zichzelf streefcijfers op: ze wil 33% vrouwen in middenkaderfuncties tegen 2010 en 33% vrouwen in topfuncties tegen 2015. In dat jaar zouden er ook 4% allochtonen en 4,5 personen met een handicap voor de Vlaamse overheid moeten werken. De Vlaamse overheid heeft nog veel werk aan de winkel, leren de gegevens die Keulen verzamelde.

Een klein agentschap heeft het natuurlijk moeilijker dan een groot om de streefcijfers te halen. Maar zelfs bij een grote organisatie als De Lijn zijn er 3,07% allochtonen, 0,19% personen met een handicap en 17,79% vrouwen tewerkgesteld. Marino Keulen: “Als je dan weet dat veel jobs bij De Lijn zich lenen voor mensen met een lage opleiding, schrik je toch van het lage cijfer voor allochtonen. En De Lijn is toch niet zo’n vrouwonvriendelijke omgeving dat we blij moeten zijn dat ze nog géén één op vijf vrouwen tewerk kan stellen? Maar vooral de cijfers over personen met een handicap zijn ronduit schandalig!”

Een belangrijke parameter om vast te stellen of er sprake is van een goed HR beleid is het absenteïsme. Aan afwezige medewerkers is bovendien een kost verbonden. Voor de Vlaamse overheid zijn ook deze cijfers “ronduit schokkend”, zegt Keulen. " Waar de privésector voor bedienden een absenteïsmecijfer van 2,1% van de arbeidsdagen per kalenderjaar hanteert en voor arbeiders 3,5% zien we bij de overheid pieken boven de 10%." Concreet betekent dit voor De Lijn dat een personeelslid er gemiddeld 18 dagen per jaar afwezig is, terwijl dit voor de private sector voor een bediende gemiddeld 4,5 dagen en voor een arbeider gemiddeld 7,5 dagen per jaar bedraagt.

Wat betekent dit nu naar cijfers? De agentschappen MOW (Mobiliteit en Openbare Werken) hadden samen in 2010 196.757 dagen waarop niet gewerkt werd. Als we een absenteïsmecijfer van 2,8 toepassen (de helft tussen 2,1 en 3,5), wat heel schappelijk is omdater bij deoverheid weinig arbeiders zijn, merken we dat er 122.231 dagen meer absenteïsme is bij de agentschappen dan wat als normaal aanzien wordt in de privé. Omgerekend komt dit neer op 28,56 miljoen euro op jaarbasis die men zou kunnen besparen aldus Marino Keulen. Indien we enkel zouden rekenen met het cijfer voor de bedienden in de privésector spreken we over een jaarbedrag van net geen 33 miljoen euro.

Maar ook de vergelijking tussen de verschillende niveaus doet je toch even de wenkbrauwen fronsen. De overheid werkt met 4 niveaus in de hiërarchie (van het hoogste niveau A naar het laagste niveau D). Normaal verwacht je dat op een hoger niveau het absenteïsme lager zal liggen dan bij de mensen die werken op een lager niveau maar ook dit is dikwijls niet het geval.

Marino Keulen: "Deze cijfers zijn zo schokkend dat ik aan Vlaams minister Bourgeois gevraagd heb mij de cijfers te bezorgen van de ganse Vlaamse overheid. Want ofwel, laten we hopen, gaan deze geruststellend zijn en trof ik bij de agentschappen onder minister Crevits uitzonderingen aan waar ze dringend iets aan moet doen, ofwel scheelt er iets bij de ganse Vlaamse overheid en moet minister Bourgeois heel dringend in gang schieten om zijn HR-beleid op punt te zetten."