Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

donderdag 29 april 2010

Marino Keulen steunt motorrijders voor meer verkeersveiligheid op Vlaamse wegen

29/04/2010 - Marino Keulen hield sterk pleidooi in plenaire vergadering van het Vlaams Parlement voor meer verkeersveiligheid op Vlaamse wegen voor motorrijders en andere weggebruikers.

Jaarlijks vallen er meer dan 120 dode motards te betreuren op onze gewestwegen en autostrades. Heel pijnlijk is dat 1/3e van de dodelijke slachtoffers te wijten is aan de slechte staat van onze wegen. Vooral onaangepaste vangrails kosten mensenlevens. Marino Keulen wil dat er een inhaalbeweging gebeurt om de verkeersveiligheid van motorrijders en andere weggebruikers te verzekeren.

Hieronder vindt u de woordelijke bespreking in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement.

De heer Marino Keulen: 
  • Voorzitter, collega’s, minister, uit de media vernamen we dat volgens de meest recente gegevens, namelijk die van 2008, 122 dodelijke slachtoffers te betreuren vielen bij motorrijders op de weg. Minister, het gaat dan over onze wegen: gewestwegen en autostrades. Dat is uiteraard heel pijnlijk voor de nabestaanden van die slachtoffers, maar evenzeer voor de overheid. Eén derde van die dodelijke slachtoffers is te wijten aan de slechte staat van de wegen. Dat heeft dan te maken met putdeksels, met glad materiaal voor wegmarkeringen. Met stip genoteerd staan echter de onaangepaste vangrails.
  • Minister, ik moet u niet zeggen dat het om een oud en bekend zeer gaat. U hebt in het verleden al een aantal inspanningen geleverd om aan die toestand te verhelpen. Maar er moet nog altijd heel veel gebeuren. Mensen van de Motorcycle Action Group (MAG), de koepelorganisatie van de motards, zeggen dat u met hen een aantal zaken hebt afgesproken en dat daar ook aan voldaan is. Een aantal zaken die werden afgesproken, zijn echter nog niet gerealiseerd.
  • Collega’s, het joodse volk heeft een heel mooie uitdrukking, die ook hier absoluut van toepassing is: ‘Wie één mensenleven redt, redt de hele wereld’. Op die manier wordt iedereen op zijn verantwoordelijkheid voor deze samenleving gewezen. Minister, verkeersveiligheid is natuurlijk een zaak van iedereen, en op de eerste plaats van de weggebruikers zelf, dus ook van de motorrijders. Ze is dat echter ook van de wegbeheerder. Dat zijn wij, de overheid en u als Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken. Wat zult u doen om de situatie voor de motorrijders, en bij uitbreiding voor alle weggebruikers, verkeersveiliger te maken?
De voorzitter:
  • Minister Crevits heeft het woord.
Minister Hilde Crevits:
  • Mijnheer Keulen, de cijfers waar u naar verwijst en die in de krant gepubliceerd werden, dateren inderdaad van 2008. Niet geheel toevallig is dat ook het jaar waarin ik een vademecum heb voorgesteld en uitgewerkt, dat de richtsnoeren bevat om de weginfrastructuur op een voor de motorrijders veilige manier aan te leggen. Ik heb dat niet alleen gedaan: dat is gebeurd in zeer nauwe samenwerking met de Motorcycle Action Group, waar u naar verwezen hebt.
  • Het vademecum legt de focus op drie punten. We zijn nu halfweg 2010. Ik geef er nu uitvoering aan. Ik zal ze toelichten. U hebt terecht verwezen naar een aantal pijnpunten. In het vademecum gaat het over het aanbrengen van vangplanken op die plaatsen die ongevalgevoelig zijn. Ik denk dan aan de bochten. Vandaag heeft 41 percent van de knelpuntplaatsen een vangplank. Er is een inhaalbeweging nodig. Dit jaar zal dat in ruime mate gebeuren.
  • Daarnaast zijn er de wegmarkeringen. In dat verband is er een hele weg afgelegd. Vroeger had men daar heel weinig aandacht voor. Alle overbodige wegmarkeringen moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Bij het aanleggen van nieuwe infrastructuur wordt daar absoluut rekening mee gehouden. 
  • Tot slot zijn er de deksels voor nutsvoorzieningen die vroeger vaak werden aangebracht op zo’n manier dat ze een hindernis of put vormden voor motorrijders. Bij nieuwe infrastructuur wordt ervoor gezorgd dat die zo vlak of zo hinderloos mogelijk wordt aangelegd.
  • Het is absoluut mijn bedoeling om eind dit jaar een substantiële verbetering te hebben en om alle knelpunten, zeker voor wat de vangplanken betreft, tegen 2011 weg te werken.
  • Bij het aantal ongevallen zien we wel dat de letselongevallen bij motorrijders minder zwaar zijn geworden. Dat is een positieve evolutie. Wanneer we nieuwe infrastructuur plaatsen, moeten we er vooral voor zorgen dat wanneer een motorrijder een uitschuiver maakt – en vespa’s behoren daar niet toe – hij niet onder de vangrail terecht komt en daardoor zware, dodelijke kwetsuren oploopt. Dat is een zaak die ik zeer consequent wil regelen.
  • Kortom, er is nog werk aan de winkel, maar ik hoop u volgend jaar op het vlak van infrastructuur een zeer goede balans te kunnen voorleggen.
De heer Marino Keulen:
  • Minister, u kunt hier letterlijk mensenlevens redden. We praten over een derde op een totaal van 122. Het gaat dus meer dan veertig mensenlevens die te betreuren zijn door de slechte staat van de wegen. Het is belangrijk dat u dat samen met de MAG blijft doen, de koepelorganisatie van de motards.
  • Dit jaar was er een specifieke campagne van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid over de motorrijders op onze openbare weg. Voor de eerste keer heeft Vlaanderen daar niet aan deelgenomen. Wallonië heeft dat wel gedaan. Er is een aantal initiatieven van de MAG die voor de eerste keer niet werden gesubsidieerd. Met die initiatieven wil de MAG de motorrijders goed informeren opdat zij zich op een veilige manier op de weg zouden begeven.
  • Minister, we zullen u aan uw woord houden. De nodige kredieten moeten worden uitgetrokken om daadwerkelijk verkeersveiligheidswerken uit te voeren ten voordele van de motorrijders en van de andere weggebruikers. Het gaat dan niet alleen over beleidskredieten, maar ook over betaalkredieten. Zo niet, doen we beloftes maar kunnen aannemers niet betaald worden voor de uitgevoerde werken. En dan gebeurt er op het terrein niets. Dat kan nog een pittig debat worden in het kader van de begrotingscontrole.
De voorzitter:
  • De heer Caron heeft het woord.
De heer Bart Caron:
  • Minister, ik ben een dagelijkse gebruiker van de maxi-scooter, niet om naar Brussel te rijden maar wel naar het dichtstbijzijnde station. De toename van het aantal motorrijders levert ook een belangrijke bijdrage tot een vlottere mobiliteit.
  • Wij steunen u wanneer het gaat over de veiligheid. Uw federale collega heeft ook een aantal andere maatregelen in petto waar we niet zo gelukkig mee zijn. Die komen er nu gelukkig niet. De problematiek van de vangplanken, de wegmarkeringen en de deksels gelden niet alleen voor motorrijders, maar ook voor fietsers en bromfietsers. Op natte wegmarkeringen glijdt men sneller uit.
  • Ik pleit ervoor om die kredieten volop in te zetten en om de veiligheid van de motorrijders te vergroten. Zij zorgen voor een toenemend aandeel op de weg en ze verzekeren de mobiliteit.
De voorzitter:
  • De heer Roegiers heeft het woord.
De heer Jan Roegiers:
  • De vraag van de heer Keulen is op zijn plaats. Het is al een tweetal weken mooi weer. Dat is een fijne vaststelling. Het spijtige neveneffect is wel dat er de voorbije weken, en dat is geen toeval, meer motorrijders om het leven zijn gekomen dan in andere periodes van het jaar.
  • Dat heeft vooral te maken met de eerste zon. Veel motorrijders gaan nu de baan op. Ze moeten zich opnieuw aanpassen, net zoals de chauffeurs van personenwagens die maanden lang geen motorrijders gezien hebben. Ik pleit ervoor om in de lente via spotjes op tv zoals ‘Kijk uit!’ en via andere kanalen beide groepen te wijzen op de nieuwe situatie. Klaarblijkelijk komen bij het eerste lenteweer jaar na jaar nogal wat motorrijders om het leven. Ik vraag uw specifieke aandacht daarvoor.
De voorzitter:
  • De heer Reekmans heeft het woord.
De heer Peter Reekmans:
  • Minister, dames en heren, mijnheer Keulen, de cijfers die u aanhaalt, zijn van 2008. Ik zou zeggen: gelukkig maar. Een debat over de cijfers van 2010 – na deze winter en met de huidige toestand van de wegen – zou wellicht nog veel verder gaan.
  • Mijnheer Roegiers, ik hoor het u graag zeggen, spotjes op tv om de motorrijders te waarschuwen als de eerste zon begint te schijnen. Maar ik denk dat we ons geld in tijden van crisis beter kunnen gebruiken. Ik zal voortgaan op uw beeldspraak. Misschien kunnen we de gaten in de weg fluorescerend maken. Misschien helpt dat voor de zichtbaarheid.
  • Minister, u wilt tegen het eind van dit jaar een substantiële verbetering. Ik vraag me alleen af waar u die middelen gaat halen. Een tijdje terug zei u in de media dat u middelen wou voor een inhaalbeweging voor de Vlaamse wegen. Minister Muyters heeft nu laten weten hoeveel dat is. Dat is één vijfde van wat u vroeg. Ik zal u een tip geven, minister. Misschien kunt u het vademecum dat enkele jaren geleden is opgesteld, ter beschikking stellen van de lokale besturen. Dan kunnen zij daar rekening mee houden bij de heraanleg van wegen. Er is een vademecum gemaakt voor de gewestwegen, maar er gebeurt weinig omdat er geen geld is. Stuur het onmiddellijk door aan de gemeenten. Misschien kunnen we mensenlevens redden, mijnheer Keulen, als de gemeenten hun wegen herstellen.
Minister Hilde Crevits:
  • De sensibilisering waar de eerste sprekers naar verwijzen, lijkt me zeer interessant. We moeten een samenwerking met de MAG onderhouden. De MAG had een project ingediend. Dat is op een negatief advies van de Inspectie van Financiën gestoten. Ik vind het heel spijtig, maar het project moet worden herwerkt. We bekijken momenteel hoe we een samenwerking IF-conform kunnen maken. Daarvoor moet een nieuw project worden ingediend. Voor sensibilisering kunnen we inderdaad spotjes laten maken, maar ik denk dat nauw contact met de organisatie die in nauw contact staat met de motorrijder, meer leidt tot samenwerking. Dat gesprek loopt. Ik zal het contact koesteren.
  • Niet alleen de motors maar ook de fietsen worden weer van stal gehaald. We moeten eens uitzoeken wat we aan de rijvaardigheid kunnen veranderen.
  • Toch wil ik de cijfers nuanceren. Mijnheer Reekmans, aan de motorrijders zelf is gevraagd wat zij het grootste gebrek vinden of wat hun prioriteiten zijn. Slechts 6 percent stelde dat het hoofdzakelijk de infrastructuur was die hun parten speelde. Dat is belangrijk, maar er zijn ook nog heel veel andere dingen.
  • Ik wil nog iets anders verduidelijken. De heer Keulen heeft ernaar verwezen: een op drie ongevallen is te wijten aan infrastructuur. Met infrastructuur wordt echter ook elke hindernis die men ontmoet bedoeld. Ik verwijs naar het ongelooflijk ellendige ongeval van vorige week of 2 weken geleden, waarbij een motorrijder gewoon tegen een draad is gereden. Dat is verschrikkelijk. Een mens zou bang zijn om de motorfiets te nemen. Ook dat wordt beschouwd als een gebrek qua infrastructuur. Daarop kan de overheid echter natuurlijk niet meteen anticiperen. Ze moet daarop reageren.
  • Mijnheer Reekmans, de allereerste vangplank is in 2007 geplaatst. Dat is nog niet zo lang geleden. We zijn volop bezig om 10 kilometer per jaar uit te rusten. We hebben nog een 20-tal kilometer voor de boeg. U stelt dat we niets doen voor de Vlaamse infrastructuur. Ik ben het daar absoluut niet mee eens, maar ik vind het wel van belang dat we geleidelijk aan die infrastructuur volledig conform maken. (Opmerkingen van de heer Peter Reekmans)
  • Daartoe engageer ik me hier dan ook. Dat was ook de teneur van de vraag van de heer Keulen: investeer daar voort in, op het terrein, in samenwerking met de vereniging van motorrijders. De heer Caron vraagt dat we, als we nieuwe infrastructuur aanleggen, zouden vermijden materiaal te gebruiken dat ervoor zorgt dat motorrijders of fietsers slippen en vallen en zo op het wegdek terechtkomen. Daar proberen we gestructureerd aan te werken. Ik verbind me daar vandaag in deze plenaire vergadering absoluut voort toe.
De heer Marino Keulen:
  • Voorzitter, dit is een van die momenten dat links en rechts en alles wat daartussen zit in een assemblee het eigenlijk unaniem eens zijn. Iedereen staat achter de inspanningen om de verkeersveiligheid voor de motorrijders op de Vlaamse wegen te vergroten. Sensibilisering is inderdaad belangrijk, maar ook infrastructurele ingrepen zijn dat. Minister, wat dat betreft, zit ik op uw golflengte. U staat voor een grote inhaalbeweging om putten en gaten en andere problemen die voortspruiten uit de langdurige winterperiode op te lossen. In diezelfde beweging zult u een aantal werken kunnen uitvoeren die bijdragen tot meer verkeersveiligheid voor de motorrijders, en bij uitbreiding voor alle weggebruikers. Dat is een prioritaire plicht: mensenlevens redden, ervoor zorgen dat mensen geen risico’s lopen die kunnen worden vermeden.