Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

donderdag 29 april 2010

Marino Keulen steunt motorrijders voor meer verkeersveiligheid op Vlaamse wegen

29/04/2010 - Marino Keulen hield sterk pleidooi in plenaire vergadering van het Vlaams Parlement voor meer verkeersveiligheid op Vlaamse wegen voor motorrijders en andere weggebruikers.

Jaarlijks vallen er meer dan 120 dode motards te betreuren op onze gewestwegen en autostrades. Heel pijnlijk is dat 1/3e van de dodelijke slachtoffers te wijten is aan de slechte staat van onze wegen. Vooral onaangepaste vangrails kosten mensenlevens. Marino Keulen wil dat er een inhaalbeweging gebeurt om de verkeersveiligheid van motorrijders en andere weggebruikers te verzekeren.

Hieronder vindt u de woordelijke bespreking in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement.

De heer Marino Keulen: 
  • Voorzitter, collega’s, minister, uit de media vernamen we dat volgens de meest recente gegevens, namelijk die van 2008, 122 dodelijke slachtoffers te betreuren vielen bij motorrijders op de weg. Minister, het gaat dan over onze wegen: gewestwegen en autostrades. Dat is uiteraard heel pijnlijk voor de nabestaanden van die slachtoffers, maar evenzeer voor de overheid. Eén derde van die dodelijke slachtoffers is te wijten aan de slechte staat van de wegen. Dat heeft dan te maken met putdeksels, met glad materiaal voor wegmarkeringen. Met stip genoteerd staan echter de onaangepaste vangrails.
  • Minister, ik moet u niet zeggen dat het om een oud en bekend zeer gaat. U hebt in het verleden al een aantal inspanningen geleverd om aan die toestand te verhelpen. Maar er moet nog altijd heel veel gebeuren. Mensen van de Motorcycle Action Group (MAG), de koepelorganisatie van de motards, zeggen dat u met hen een aantal zaken hebt afgesproken en dat daar ook aan voldaan is. Een aantal zaken die werden afgesproken, zijn echter nog niet gerealiseerd.
  • Collega’s, het joodse volk heeft een heel mooie uitdrukking, die ook hier absoluut van toepassing is: ‘Wie één mensenleven redt, redt de hele wereld’. Op die manier wordt iedereen op zijn verantwoordelijkheid voor deze samenleving gewezen. Minister, verkeersveiligheid is natuurlijk een zaak van iedereen, en op de eerste plaats van de weggebruikers zelf, dus ook van de motorrijders. Ze is dat echter ook van de wegbeheerder. Dat zijn wij, de overheid en u als Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken. Wat zult u doen om de situatie voor de motorrijders, en bij uitbreiding voor alle weggebruikers, verkeersveiliger te maken?
De voorzitter:
  • Minister Crevits heeft het woord.
Minister Hilde Crevits:
  • Mijnheer Keulen, de cijfers waar u naar verwijst en die in de krant gepubliceerd werden, dateren inderdaad van 2008. Niet geheel toevallig is dat ook het jaar waarin ik een vademecum heb voorgesteld en uitgewerkt, dat de richtsnoeren bevat om de weginfrastructuur op een voor de motorrijders veilige manier aan te leggen. Ik heb dat niet alleen gedaan: dat is gebeurd in zeer nauwe samenwerking met de Motorcycle Action Group, waar u naar verwezen hebt.
  • Het vademecum legt de focus op drie punten. We zijn nu halfweg 2010. Ik geef er nu uitvoering aan. Ik zal ze toelichten. U hebt terecht verwezen naar een aantal pijnpunten. In het vademecum gaat het over het aanbrengen van vangplanken op die plaatsen die ongevalgevoelig zijn. Ik denk dan aan de bochten. Vandaag heeft 41 percent van de knelpuntplaatsen een vangplank. Er is een inhaalbeweging nodig. Dit jaar zal dat in ruime mate gebeuren.
  • Daarnaast zijn er de wegmarkeringen. In dat verband is er een hele weg afgelegd. Vroeger had men daar heel weinig aandacht voor. Alle overbodige wegmarkeringen moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Bij het aanleggen van nieuwe infrastructuur wordt daar absoluut rekening mee gehouden. 
  • Tot slot zijn er de deksels voor nutsvoorzieningen die vroeger vaak werden aangebracht op zo’n manier dat ze een hindernis of put vormden voor motorrijders. Bij nieuwe infrastructuur wordt ervoor gezorgd dat die zo vlak of zo hinderloos mogelijk wordt aangelegd.
  • Het is absoluut mijn bedoeling om eind dit jaar een substantiële verbetering te hebben en om alle knelpunten, zeker voor wat de vangplanken betreft, tegen 2011 weg te werken.
  • Bij het aantal ongevallen zien we wel dat de letselongevallen bij motorrijders minder zwaar zijn geworden. Dat is een positieve evolutie. Wanneer we nieuwe infrastructuur plaatsen, moeten we er vooral voor zorgen dat wanneer een motorrijder een uitschuiver maakt – en vespa’s behoren daar niet toe – hij niet onder de vangrail terecht komt en daardoor zware, dodelijke kwetsuren oploopt. Dat is een zaak die ik zeer consequent wil regelen.
  • Kortom, er is nog werk aan de winkel, maar ik hoop u volgend jaar op het vlak van infrastructuur een zeer goede balans te kunnen voorleggen.
De heer Marino Keulen:
  • Minister, u kunt hier letterlijk mensenlevens redden. We praten over een derde op een totaal van 122. Het gaat dus meer dan veertig mensenlevens die te betreuren zijn door de slechte staat van de wegen. Het is belangrijk dat u dat samen met de MAG blijft doen, de koepelorganisatie van de motards.
  • Dit jaar was er een specifieke campagne van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid over de motorrijders op onze openbare weg. Voor de eerste keer heeft Vlaanderen daar niet aan deelgenomen. Wallonië heeft dat wel gedaan. Er is een aantal initiatieven van de MAG die voor de eerste keer niet werden gesubsidieerd. Met die initiatieven wil de MAG de motorrijders goed informeren opdat zij zich op een veilige manier op de weg zouden begeven.
  • Minister, we zullen u aan uw woord houden. De nodige kredieten moeten worden uitgetrokken om daadwerkelijk verkeersveiligheidswerken uit te voeren ten voordele van de motorrijders en van de andere weggebruikers. Het gaat dan niet alleen over beleidskredieten, maar ook over betaalkredieten. Zo niet, doen we beloftes maar kunnen aannemers niet betaald worden voor de uitgevoerde werken. En dan gebeurt er op het terrein niets. Dat kan nog een pittig debat worden in het kader van de begrotingscontrole.
De voorzitter:
  • De heer Caron heeft het woord.
De heer Bart Caron:
  • Minister, ik ben een dagelijkse gebruiker van de maxi-scooter, niet om naar Brussel te rijden maar wel naar het dichtstbijzijnde station. De toename van het aantal motorrijders levert ook een belangrijke bijdrage tot een vlottere mobiliteit.
  • Wij steunen u wanneer het gaat over de veiligheid. Uw federale collega heeft ook een aantal andere maatregelen in petto waar we niet zo gelukkig mee zijn. Die komen er nu gelukkig niet. De problematiek van de vangplanken, de wegmarkeringen en de deksels gelden niet alleen voor motorrijders, maar ook voor fietsers en bromfietsers. Op natte wegmarkeringen glijdt men sneller uit.
  • Ik pleit ervoor om die kredieten volop in te zetten en om de veiligheid van de motorrijders te vergroten. Zij zorgen voor een toenemend aandeel op de weg en ze verzekeren de mobiliteit.
De voorzitter:
  • De heer Roegiers heeft het woord.
De heer Jan Roegiers:
  • De vraag van de heer Keulen is op zijn plaats. Het is al een tweetal weken mooi weer. Dat is een fijne vaststelling. Het spijtige neveneffect is wel dat er de voorbije weken, en dat is geen toeval, meer motorrijders om het leven zijn gekomen dan in andere periodes van het jaar.
  • Dat heeft vooral te maken met de eerste zon. Veel motorrijders gaan nu de baan op. Ze moeten zich opnieuw aanpassen, net zoals de chauffeurs van personenwagens die maanden lang geen motorrijders gezien hebben. Ik pleit ervoor om in de lente via spotjes op tv zoals ‘Kijk uit!’ en via andere kanalen beide groepen te wijzen op de nieuwe situatie. Klaarblijkelijk komen bij het eerste lenteweer jaar na jaar nogal wat motorrijders om het leven. Ik vraag uw specifieke aandacht daarvoor.
De voorzitter:
  • De heer Reekmans heeft het woord.
De heer Peter Reekmans:
  • Minister, dames en heren, mijnheer Keulen, de cijfers die u aanhaalt, zijn van 2008. Ik zou zeggen: gelukkig maar. Een debat over de cijfers van 2010 – na deze winter en met de huidige toestand van de wegen – zou wellicht nog veel verder gaan.
  • Mijnheer Roegiers, ik hoor het u graag zeggen, spotjes op tv om de motorrijders te waarschuwen als de eerste zon begint te schijnen. Maar ik denk dat we ons geld in tijden van crisis beter kunnen gebruiken. Ik zal voortgaan op uw beeldspraak. Misschien kunnen we de gaten in de weg fluorescerend maken. Misschien helpt dat voor de zichtbaarheid.
  • Minister, u wilt tegen het eind van dit jaar een substantiële verbetering. Ik vraag me alleen af waar u die middelen gaat halen. Een tijdje terug zei u in de media dat u middelen wou voor een inhaalbeweging voor de Vlaamse wegen. Minister Muyters heeft nu laten weten hoeveel dat is. Dat is één vijfde van wat u vroeg. Ik zal u een tip geven, minister. Misschien kunt u het vademecum dat enkele jaren geleden is opgesteld, ter beschikking stellen van de lokale besturen. Dan kunnen zij daar rekening mee houden bij de heraanleg van wegen. Er is een vademecum gemaakt voor de gewestwegen, maar er gebeurt weinig omdat er geen geld is. Stuur het onmiddellijk door aan de gemeenten. Misschien kunnen we mensenlevens redden, mijnheer Keulen, als de gemeenten hun wegen herstellen.
Minister Hilde Crevits:
  • De sensibilisering waar de eerste sprekers naar verwijzen, lijkt me zeer interessant. We moeten een samenwerking met de MAG onderhouden. De MAG had een project ingediend. Dat is op een negatief advies van de Inspectie van Financiën gestoten. Ik vind het heel spijtig, maar het project moet worden herwerkt. We bekijken momenteel hoe we een samenwerking IF-conform kunnen maken. Daarvoor moet een nieuw project worden ingediend. Voor sensibilisering kunnen we inderdaad spotjes laten maken, maar ik denk dat nauw contact met de organisatie die in nauw contact staat met de motorrijder, meer leidt tot samenwerking. Dat gesprek loopt. Ik zal het contact koesteren.
  • Niet alleen de motors maar ook de fietsen worden weer van stal gehaald. We moeten eens uitzoeken wat we aan de rijvaardigheid kunnen veranderen.
  • Toch wil ik de cijfers nuanceren. Mijnheer Reekmans, aan de motorrijders zelf is gevraagd wat zij het grootste gebrek vinden of wat hun prioriteiten zijn. Slechts 6 percent stelde dat het hoofdzakelijk de infrastructuur was die hun parten speelde. Dat is belangrijk, maar er zijn ook nog heel veel andere dingen.
  • Ik wil nog iets anders verduidelijken. De heer Keulen heeft ernaar verwezen: een op drie ongevallen is te wijten aan infrastructuur. Met infrastructuur wordt echter ook elke hindernis die men ontmoet bedoeld. Ik verwijs naar het ongelooflijk ellendige ongeval van vorige week of 2 weken geleden, waarbij een motorrijder gewoon tegen een draad is gereden. Dat is verschrikkelijk. Een mens zou bang zijn om de motorfiets te nemen. Ook dat wordt beschouwd als een gebrek qua infrastructuur. Daarop kan de overheid echter natuurlijk niet meteen anticiperen. Ze moet daarop reageren.
  • Mijnheer Reekmans, de allereerste vangplank is in 2007 geplaatst. Dat is nog niet zo lang geleden. We zijn volop bezig om 10 kilometer per jaar uit te rusten. We hebben nog een 20-tal kilometer voor de boeg. U stelt dat we niets doen voor de Vlaamse infrastructuur. Ik ben het daar absoluut niet mee eens, maar ik vind het wel van belang dat we geleidelijk aan die infrastructuur volledig conform maken. (Opmerkingen van de heer Peter Reekmans)
  • Daartoe engageer ik me hier dan ook. Dat was ook de teneur van de vraag van de heer Keulen: investeer daar voort in, op het terrein, in samenwerking met de vereniging van motorrijders. De heer Caron vraagt dat we, als we nieuwe infrastructuur aanleggen, zouden vermijden materiaal te gebruiken dat ervoor zorgt dat motorrijders of fietsers slippen en vallen en zo op het wegdek terechtkomen. Daar proberen we gestructureerd aan te werken. Ik verbind me daar vandaag in deze plenaire vergadering absoluut voort toe.
De heer Marino Keulen:
  • Voorzitter, dit is een van die momenten dat links en rechts en alles wat daartussen zit in een assemblee het eigenlijk unaniem eens zijn. Iedereen staat achter de inspanningen om de verkeersveiligheid voor de motorrijders op de Vlaamse wegen te vergroten. Sensibilisering is inderdaad belangrijk, maar ook infrastructurele ingrepen zijn dat. Minister, wat dat betreft, zit ik op uw golflengte. U staat voor een grote inhaalbeweging om putten en gaten en andere problemen die voortspruiten uit de langdurige winterperiode op te lossen. In diezelfde beweging zult u een aantal werken kunnen uitvoeren die bijdragen tot meer verkeersveiligheid voor de motorrijders, en bij uitbreiding voor alle weggebruikers. Dat is een prioritaire plicht: mensenlevens redden, ervoor zorgen dat mensen geen risico’s lopen die kunnen worden vermeden.

woensdag 28 april 2010

Spartacusplan - Overleg met Nederland

28/04/2010 - Via de pers konden we op 15 februari 2010 vernemen dat de stad Maastricht in 2012 wellicht niet klaar is om de sneltramlijn Hasselt – Maastricht op Maastrichts grondgebied te laten rijden. Dit wordt zowel bevestigd door de Veolia-directeur, de Nederlandse partner van De Lijn in het Spartacusproject, als door gedeputeerde Ben Kersten van Nederlands Limburg.

Op mijn vraag om uitleg betreffende een stand van zaken in het Spartacusproject, antwoordde de minister in deze commissie dat zij kort en bondig kon zijn en kon meedelen dat alles volgens planning verliep. De eerste sneltramlijn, Hasselt – Maastricht, zou in 2012 operationeel zijn.

Ik veronderstel dat de uitspraken van de Nederlands-Limburgse partners roet in het eten gooien en de vooropgestelde planning in de war sturen.
  • Wat is nu de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering en ingebruikname van de eerste sneltramlijn, Hasselt – Maastricht, in het Spartacusplan? 
  • Kan de minister haar belofte, ingebruikname van het traject Hasselt – Maastricht in 2012, nog volhouden?
De Lijn is momenteel nog bezig met de uitwerking van de geactualiseerde timing. Ze is nog niet beschikbaar.
  1. Heeft de minister overleg gevoerd met de Nederlandse partners? 
  2. Welke knelpunten zijn er bij hen die het project vertragen? 
  3. Welke conclusies zijn uit de eventuele gesprekken getrokken met betrekking tot de timing van de ingebruikname van het vermelde traject?
  4. Indien de uitvoering van het eerste traject vertraging oploopt, welke zijn dan de gevolgen voor de uitbouw en ingebruikname van de andere trajecten (Hasselt – Genk – Maasmechelen en Hasselt – Neerpelt)? 
  5. Zal de uitvoering en ingebruikname van deze trajecten ook vertraging oplopen?

Er wordt door De Lijn met de Nederlandse partners overlegd hoe de planning gelijk kan blijven lopen (zie ook 1.).

De planning van de twee andere sneltramassen verloopt autonoom. De timing voor lijn 1 heeft daardoor slechts in beperkte mate een mogelijke impact op de planning en uitvoering van de lijnen 2 en 3.

woensdag 21 april 2010

Schriftelijke vraag van Marino Keulen aan minister Crevits over carpoolparkings in Vlaanderen.

21/04/2010 - In de beleidsnota Mobiliteit en Openbare werken 2009-2014 staat 'het gemeenschappelijk gebruik van private voertuigen stimuleren" als één van de vele beleidsprioriteiten. Het verhogen van het gebruik van private voertuigen kan men o.a. verkrijgen door carpooling te ondersteunen.

Op 6 juli 2008 waren er 60 carpoolparkings aangelegd (met een totale capaciteit van 4000 wagens). In een behoefteanalyse (1998) omtrent carpoolparkings werd een doorlichting uitgevoerd van zowat 150 potentiële carpoolparkings. Uiteraard is de locatie van groot belang, maar ook de kwaliteitsvolle inrichting ervan.

Bekijk hier desbetreffende vragen

dinsdag 20 april 2010

‘De mythe van het glazen plafond’ van Marike Stellinga


20/04/2010 - Recensie door Dirk Verhofstadt | ‘Vrouwen stuiten op hun weg naar de top nog steeds op een ondoordringbaar glazen plafond’, zo bleek uit een onderzoek van de Volkskrant onder 29 beeldbepalende Nederlandse bedrijven.

‘Alle pogingen van de overheid of het bedrijfsleven zelf om meer vrouwen te laten doorstromen naar de top, stranden steeds op dezelfde hardnekkige vooroordelen. Werkgevers zeggen dat ze geen geschikte – oftewel écht ambitieuze – vrouwen kunnen vinden, ambitieuze vrouwen op hun beurt zeggen dat ze hun vinger wel degelijk opsteken, maar stelselmatig worden overgeslagen’, zo luidde het commentaar.

Het is een problematiek die niet alleen in Nederland voorkomt, maar in zowat de hele ontwikkelde wereld. Vrouwen geraken moeilijk aan de top. Maar ook op andere vlakken blijven ze met problemen kampen. Zo zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in politieke functies en ontvangen ze gemiddeld minder loon dan mannen. Dat komt voor een groot deel omdat vrouwen, ondanks allerhande campagnes, vaak als enige de zorg blijven dragen voor de kinderen, geconfronteerd worden met een gebrek aan (betaalbare) kinderopvang, en minder tijd hebben dan mannen om te netwerken. Vrouwenorganisaties blijven op elk van die terreinen dan ook actie voeren. Zo klinkt de roep naar quota voor vrouwen in topfuncties van grote (beursgenoteerde) bedrijven en bij de overheid steeds luider.

Lees hier de volledige recensie

Actuele interpellatie van de heer Marino Keulen over de praktijken van sommige gemeentebesturen in de Vlaamse Rand inzake de toewijzing van bouwkavels op hun grondgebied

20/04/2010 - Commissie voor Bestuurzaken, Binnenlands Bestuur, Decreetsevaluatie, Inburgering en Toerisme

Laat het duidelijk zijn :
  • Wie zich in Vlaanderen vestigt moet Nederlands leren.
  • Dit geldt ook voor de Franstaligen.
  • De taal leren is belangrijk om zich te integreren en om werk te vinden
Vlaming die naar Luik of Charleroi verhuist doet twee zaken, leert Frans en kiest voor zijn toekomst. Hij vindt dit evident en dit zou andersom, Franstaligen die naar Vlaanderen verhuizen, ook moeten zijn.

vrijdag 16 april 2010

5e Jobmarkt komt er aan in Lanaken

16/04/2010 - In maart van dit jaar waren er 954 werkzoekenden in Lanaken, 8,49% van de beroepsbevolking.

Voor de vijfde maal organiseert de Lokale Werkwinkel, i.s.m. de Gemeente Lanaken, een Jobmarkt in het Cultureel Centrum van Lanaken op dinsdag 20 april van 10u tot 18u.

Werkzoekenden, schoolverlaters en jobstudenten kunnen er terecht bij een 60-tal standhouders : werkgevers, uitzendkantoren en allerlei andere partners van de Lokale Werkwinkel.

Tevens worden er ook workshops gegeven met de volgende thema’s: “Werken met interim”, “Solliciteren”, “Mijn CV opstellen” en “Tewerkstellingsmaatregelen”.

Ook voor werkgevers loont het de moeite om een bezoek te brengen aan deze Jobmarkt of aan de Werkwinkel. Zij kunnen er vacatures plaatsen en krijgen informatie over tewerkstellingsmaatregelen.

Speciaal voor deze gelegenheid komt er een Jobmarktkrant uit, die de dag zelf aan het onthaal zal verdeeld worden met oa. de gegevens van de standhouders, zaalplan, vacatures.

De toegang tot deze Jobmarkt is gratis. Dit jaar verwachten wij ongeveer 1500 bezoekers

Tot slot nog dit: in maart van dit jaar waren er 954 werkzoekenden in Lanaken, 8,49% van de beroepsbevolking..

Enkele standhouders: VDAB, Defensie, Politie, Academisch ziekenhuis Maastricht, Ziekenhuis ZO-Limburg, Meulenberg transport (NL), Partena, …

Contactpersoon : Anne-Pascale Willemaers – Gemeente Lanaken
tel. 089/73 92 66 email anne-pascale.willemaers@lanaken.be


maandag 12 april 2010

Europese regio’s van de toekomst

12/04/2010 - Rangschikking Vlaanderen | In september stelde ik reeds een schriftelijke vraag (nr. 4, Websitebulletin publicatiedatum 26-11-09) aan minister-president Kris Peeters over onze verder dalende exportcijfers. 

Een deel daarvan is te verklaren door de crisis, maar we verliezen ook marktaandeel op de exporterende markt. Hier dingen maken en exporteren, zorgt voor een toegevoegde waarde die op haar beurt zorgt voor meer welvaart.

De andere grote mogelijkheid om meer welvaart te verwerven, is het aantrekken van investeringen en een toekomstregio te zijn. Ondertussen blijkt ook hier het schoentje te knellen.

Cushman & Wakefield zetten de provincie Luik op de eerste plaats, de provincie Henegouwen op de derde plaats en de provincie Namen op de vijfde plaats in hun lijstje voor logistiek interessante regio. Zij baseerden die onder meer op de kostprijs van de grond, de kostprijs van de arbeidskrachten, de geografische ligging of de transportinfrastructuur. Een ranking van 61 regio’s waarbij Vlaanderen voorbijgestoken werd door Wallonië.

Maar ook het gespecialiseerde magazine “fDi Magazine”, uitgebracht door de Financial Times, maakt jaarlijks een ranglijst op van de 25 Europese steden en regio’s van de toekomst. Hiervoor baseert men zich op de globale aantrekkelijkheid voor buitenlandse investeerders, de levenskwaliteit, infrastructuur, kostenefficiëntie, human resources, …

Vlaanderen stond in 2008 Vlaanderen op de 2de plaats, maar zakt op twee jaar tijd met vijf plaatsen terug naar de huidige 7de plaats.

Betreffende deze laatste opgestelde ranglijst had ik dan ook een aantal vragen voor de minister-president.
  • Kan hij een overzicht bezorgen van de score van Vlaanderen op de verschillende onderdelen in 2008? Graag ook een overzicht van de score van Vlaanderen op de verschillende onderdelen in de nieuwe rangschikking?
  • Welk plan heeft de minister of welke concrete maatregelen heeft hij genomen, is hij aan het nemen of zal hij nemen om ervoor te zorgen dat de scores in de nieuwe rangschikking die minder waren dan in 2008, terug worden gebracht naar het niveau van 2008?
Het antwoord van de ministerpresident:
1-2. Uit navraag bij het onderzoeksteam van fDi Magazine naar aanleiding van deze studie, blijkt dat het niet mogelijk is om alle scores voor Vlaanderen te ontvangen. De meeste gegevens komen uit de real time databases fDi Benchmark en fDi Market. De informatie aangeleverd door de regio’s zelf, werd enkel ter beschikking gesteld aan fDi voor interne berekeningen en mag niet verder verspreid worden.

Aangezien we geen inzicht kunnen krijgen in de gekozen verwerkingsmethode, dienen we de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen om conclusies te trekken uit zulke rankings. Welke gewichten werden aan de indicatoren toegekend? Welk cijfermateriaal werd er gebruikt? Hoe werden bepaalde kenmerken en criteria gedefinieerd? Ik geef hierbij één voorbeeld. In de Top 10 Large Regions: fDi Strategy bevinden zich de volgende regio’s: Catalonië (32,114 km2/ 7,5 miljoen inw), Ile-de-France (12.012 km² / 11,7 miljoen inw) en Brussels Capital Region (161 km² / 1,2 miljoen inw).

Toch ben ik, net als u erg geïnteresseerd in de aantrekkelijkheid van Vlaanderen als regio ten opzichte van andere gelijkaardige Europese regio’s. Daarom liet ik de Studiedienst binnen het Departement Diensten voor Algemeen Regeringsbeleid een benchmark uitwerken. Voor de resultaten verwijs ik naar de ViA-website http://ikdoe.vlaandereninactie.be/. Men gebruikt de volgende criteria om Vlaanderen te vergelijken met andere Euro-regio’s: BBP per inwoner, werkgelegenheidsgraad, werkzaamheidgraad, aandeel werkenden met hogere opleidingsniveau, werkloosheidsgraad, arbeidsproductiviteit, O&O-uitgaven in % BBP, aandeel werkenden kennisintensieve sectoren, deelname levenslang leren, aandeel bevolking 15-64 jaar. Alle data zijn afkomstig van de Eurostat-database, veelal volgens ESR95-rekenstelsel opgemaakt en daardoor internationaal goed vergelijkbaar.

3. Vlaanderen in Actie (ViA) heeft duidelijk gemaakt dat internationaal ondernemen naast innovatie een essentiële component is om van Vlaanderen een Europese topregio te maken. Buitenlandse Directe Investeringen (BDI) zorgen voor een instroom van kapitaal, technologie en kennis, en voor de creatie van werkgelegenheid. Dergelijke investeringen dragen bij tot de welvaartscreatie in de hele economie, zoals u zelf ook aangeeft. Daarom is het nodig BDI aan te trekken en te verankeren. Onze strategie op vlak van BDI zal gericht zijn op bepaalde targetbedrijven of activiteiten die een duidelijke, duurzame meerwaarde creëren in Vlaanderen. Als referentiekader gelden de zes clusters en hun tien speerpunten die door de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) geïdentificeerd zijn: logistech, i-healthtech, meditech, nano-tech, sociotech en ecotech. Om economische wereldspelers in deze sectoren te ontwikkelen zal clustervorming actief ondersteund en aangemoedigd worden. Dit betekent dat de Vlaamse overheid, de bedrijfswereld en de academische wereld de handen in elkaar zullen slaan om meerwaarde te creëren.

Daarnaast zal ook bijzondere aandacht besteed worden aan internationale logistieke spelers, die ten volle toegevoegde waarde en werkgelegenheid creëren.

Het beleid rond BDI moet in een breed kader geplaatst worden. Daarom willen we het onder-nemersklimaat in ons land en de aantrekkelijkheid van onze markt nog aanzienlijk verbeteren, zowel op vlak van de tangible assets, zoals fiscale maatregelen, ruimtelijke ordening en administratieve procedures, als op vlak van de intangible assets zoals veiligheid en leefkwali-teit. Ook al heeft Vlaanderen vanuit haar bevoegdheden niet alles in eigen handen, toch zal het zich tijdens de volgende jaren maximaal inzetten om haar concurrentiepositie en vestigings-klimaat op alle mogelijke manieren te verbeteren.

Buitenlandse bedrijven die in aanmerking komen, zullen aangetrokken worden door middel van een individuele trajectbegeleiding op maat, waarbij het bedrijf snel doorheen de administratieve verplichtingen wordt geloodst. Het is echter net zo belangrijk om deze investeringen in Vlaande-ren te verankeren. Door een goede nazorg te bieden kunnen deze bedrijven gestimuleerd worden om hun investeringen uit te breiden of over te gaan naar andere activiteiten.

Vlaanderen kan zich ten volle profileren op economisch en innovatief vlak, en moet die kans maximaal benutten. Dat aspect van het imago van Vlaanderen is immers uitermate belangrijk om potentiële investeringen aan te trekken. Flanders Investment & Trade (FIT) heeft daarbij een onmiskenbare troef in handen met zijn buitenlandse netwerk. De vertegenwoordigers van FIT kunnen een regionale vertaling geven van het (gewenste) imago in die landen die er voor Vlaanderen op economisch en innovatief vlak toe doen. Daarom is het noodzakelijk dat FIT een vooraanstaande rol speelt in de verdere invulling en verspreiding van het imago van Vlaanderen in het buitenland.

In de komende jaren zullen systematisch rondetafels georganiseerd worden met de betrokken actoren, met grote en kleine bedrijven uit diverse sectoren die in Vlaanderen geïnvesteerd hebben. Op basis van hun ervaringen zullen de noden van en potentiële drempels voor buiten-landse investeerders nog beter in kaart gebracht kunnen worden, opdat de nodige maatregelen kunnen worden voorgesteld. FIT en het Agentschap Ondernemen beschikken over sterke com-plementaire netwerken om deze acquisitie- en onthaalfunctie efficiënt en effectief te organi-seren. Wij zullen er op toezien dat FIT en het Agentschap Ondernemen hun krachten bundelen om dit acquisitie- en begeleidingsproces optimaal op elkaar af te stemmen.

Subsidiëring afgeschaft in het kader van de verschillende besparingsoperaties

12/04/2010 - Infrastructuursubsidies aan verenigingen - Stand van zaken | Wanneer een sociaal-culturele vereniging een ondersteuning wil voor éénmalige infrastructuurwerken aan verenigingslokalen kan zij een beroep doen op het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen van de Vlaamse Gemeenschap.

Voor het toekennen van mogelijke subsidies werd een reglement opgesteld, de administratie kijkt alle aanvragen na en deze worden dan voor advies voorgelegd aan een commissie samengesteld uit externe deskundigen.

Er werd reeds een subsidiëringsronde afgewerkt eind 2008 waarbij er meer aanvragen waren dan beschikbare middelen. Degenen die aan alle criteria voldeden maar achter het net visten, werden automatisch opnieuw in overweging genomen bij de tweede beoordelingsronde voor de middelen van 2009.

Nu blijkt echter dat dossiers die automatisch in overweging werden genomen voor de middelen van 2009 opnieuw uit de boot vallen en dat nieuwe dossiers wel gesubsidieerd werden.

Europese regio’s van de toekomst

12/04/2010 - Rangschikking Vlaanderen en Infrastructuursubsidies aan verenigingen - Stand van zaken | Parlemenatire vragen aan Kris Peeters en Pascal Smet

Ik ondervroeg de minister-president over het feit dat Vlaanderen steeds verder wegzakt op de rankings van exportlanden en minister Smet vroeg ik een stand van zaken betreffende de subsidiëring van infrastructuur voor verenigingen.

Gastspreker Liberalismeavond Tweede-Kamerverkiezingen


12/04/2010 - Als campagneaftrap voor de komende Tweede-Kamerverkiezingen organiseert de VVD Limburg op maandag 12 april a.s. een liberalismeavond in Maastricht. De avond biedt kandidaat-Tweede Kamerleden uit Limburg de mogelijkheid om zichzelf te presenteren aan de gasten en de pers. Er volgt daarna een discussie over het VVD-verkiezingsprogramma.

vrijdag 9 april 2010

Vlaamse overheid kent haar bezit niet

09/04/2010 - De Standaard | De Vlaamse overheid heeft geen volledig overzicht van haar vastgoed. Daardoor kan ze haar 'portefeuille' niet echt 'actief beheren'.

De Vlaamse overheid heeft geen bruikbaar en volledig overzicht van haar 'onroerend patrimonium', de gebouwen en gronden die ze bezit. In de vorige regeerperiode beloofde ze al daaraan te werken. Maar ze is er nog niet mee rond.

Hoeveel gebouwen leeg staan of ondermaats gevuld zijn, weet ze dus niet zeker. Daarom weet ze ook niet of ze sommige gebouwen van de hand kan doen of verhuren, of er meer van haar diensten in kan huisvesten.

De minister van Bestuurszaken, Geert Bourgeois (N-VA), gaf dit toe aan oppositielid Marino Keulen (Open VLD), die ook voormalig minister is. Keulen kwam op het idee er vragen over te stellen toen hij zag dat de kantoren van zijn vroegere kabinet aan de Kreupelenstraat leeg stonden. Dat kabinetsgebouw is intussen ter beschikking gesteld van het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) dat het gebruikt voor 'noodopvang' voor daklozen.

Keulen herinnerde zich ook dat in de vorige regeerperiode al eens gevraagd was naar de inventarisatie van het patrimonium van de Vlaamse overheid.

Geert Bourgeois zegt dat de regeerverklaring én de beleidsbrief uitdrukkelijk voorzien in de opstelling van een volledige inventaris en dat, eens die er is, gestart wordt met een 'proactief beheer' van de 'vastgoedportefeuille'.

Daarvoor is het nodig iets meer te weten dan 'gebouw X is onze eigendom'. De Vlaamse overheid wil alles professioneel in kaart brengen, tot en met de energieprestaties van de gebouwen. En dat vergt tijd. Het gaat ook niet alleen over kantoorgebouwen. De diensten van het Zeewezen, de Wegen en Waterwegen, De Lijn, Bloso,... hebben nog andere soorten vastgoed in bezit. Dat maakt de zaak complex.

De gebouwen van de departementen en centrale diensten zijn al in kaart gebracht en worden min of meer actief beheerd. Er is weinig leegstand (zie inzet). Het departement Bestuurszaken, het Agentschap Facilitair Management en de Vlaamse Bouwmeester zijn nu bezig met de Agentschappen en de buitendiensten.

Bourgeois denkt dat de operatie tegen de jaarwisseling rond is.

donderdag 8 april 2010

Actuele interpellatie inzake de toewijzing van bouwkavels in de Vlaamse Rand

08/04/2010 - Over de praktijken van sommige gemeentebesturen in de Vlaamse rand inzake de toewijzing van bouwkavels op hun grondgebied.

Het is in het belang van iedereen dat al wie zich in Vlaanderen vestigt Nederlands leert omdat het de zoektocht naar werk vergemakkelijkt, een teken is van bereidheid tot inburgering, het maakt het voor de kinderen gemakkelijk om hun onderwijs te doorlopen, oudercontacten in onderwijsinstellingen worden begrijpelijk en sociale contacten en deelnemen aan het gemeenschapsleven worden veel eenvoudiger. De taal van de gemeenschap spreken en begrijpen is een noodzaak en geeft voorsprong om in te burgeren. Je moet als overheid dan ook een beleid voeren dat dit zoveel mogelijk promoot en bevordert. Maar je hoort bij het uittekenen van dit beleid te kleuren binnen de lijnen die de wetten en de decreten hebben vastgelegd.

Dat een college van Burgemeester en Schepenen bekommerd is over de betaalbaarheid van het wonen in hun gemeente, is een absoluut normale bekommernis. Maar zoals dat geldt voor ieder beleid, dienen ook hier de grenzen van de wettelijkheid door alle beleidsverantwoordelijken gerespecteerd te worden.

Het moge duidelijk zijn dat de praktijken waarbij gemeentebesturen in de Vlaamse Rand informele afspraken maken met private verkavelaars om hun gronden enkel te verkopen aan kandidaten die door het College of de Burgemeester zijn geselecteerd, botsen met de wettelijke bepalingen. Het feit dat de afspraken trouwens informeel worden gemaakt, doet vermoeden dat de onwettelijkheid ook wordt erkend. En desondanks vernemen we dat in Gooik onwillige verkavelaars in de toekomst nieuwe projecten worden ontzegd.

Het is aan de Vlaamse Regering en in het bijzonder de Vlaamse Minister die bevoegd is voor het Binnenlands Bestuur om toe te zien op de wettelijkheid van de aan zijn of haar toezicht onderworpen besturen, in deze dus de gemeentebesturen. Daarom vind ik een reactie van de functioneel bevoegde Minister, die deze manifest onwettelijke praktijken aanmoedigt, totaal ongepast.

Daarom zou ik van de Minister, bevoegd voor het binnenlands bestuur, willen vernemen waarop hij zich baseert om zijn steun uit te spreken voor de geciteerde praktijken. Waarom hanteert de Minister de ene keer terecht wel het legaliteitsprincipe, en de andere keer niet ?

Van de Minister, bevoegd voor het woonbeleid, wens ik te vernemen of zij de visie van de Minister van Binnenlands Bestuur deelt ?

woensdag 7 april 2010

Reactie op Panoramauitzending : Randburgemeesters handelen ontwettig

07/04/2010 - Afspraken van randburgemeesters met verkavelaars en promotoren om enkel bouwgronden te verkopen aan Nederlandstaligen, zijn ontwettelijk. “Het feit dat de gemeenten dit allemaal informeel regelen met de verkopers van vastgoed, bewijst dat zij beseffen dat ze de wet overtreden”, zegt Marino Keulen.

De Wooncode biedt geen enkele rechtsbasis om aan kopers van vastgoed (bouwgronden en woningen) taalvoorwaarden op te leggen. In de sector van de sociale huur biedt de Wooncode deze mogelijkheid wel.

Het gaat daar om een permanente relatie tussen huurder en verhuurder en de huisvestingsmaatschappij die wettelijk verplicht zijn het Nederlands te gebruiken als werktaal. Ze zijn onderworpen aan de zo genaamde Bestuurstaalwetgeving.

Daarom is het in het belang van de huurders dat zij in het Nederlands kunnen communiceren met de medewerkers van de huisvestingsmaatschappij. Om die reden kreeg deze regeling groen licht van de Raad van State en het Grondwettelijk Hof waarin ook Franstalige rechters zetelen. Doorslaggevend argument was het feit dat huisvestingsmaatschappijen onderworpen zijn aan de taalwetgeving en dus het Nederlands moeten gebruiken als werktaal en daarnaast nog aan een sociaal voordeel (een goedkope sociale huurwoning) inspanningsverbintenissen worden gekoppeld.

In de koopsector spelen deze elementen niet : Er is daar bijvoorbeeld geen permanente relatie “huuder en verhuuder”. Daar gaat het om een één-malig moment bij het sluiten van het verkoopsconctract en daar kan je geen taalvoorwaarden opleggen.

In de loop van de vorige legislatuur heb ik hierover veel discussie gehad met Eric Van Rompuy (CD&V). “Dat hij nu de randburgemeesters terecht wijst vind ik betekenisvol”, zegt Keulen. Vroeger zat Van Rompuy op dezelfde golflengte als die burgemeesters. Maar blijkbaar beseft hij nu dat er een duidelijk verschil bestaat tussen de huursector en de koopsector, als het gaat over het toepassingsgebied van de Wooncode. Of zou het te maken hebben met het feit dat zijn broer Europees-president geworden is en dat hij zich meer Europees opstelt?

Ik begrijp dat burgemeesters bekommert zijn over de betaalbaarheid van de woningen in hun gemeenten maar men moet zich wel aan de wetgeving houden. Wat nu informeel gebeurt kan niet en is slecht voor het imago van Vlaanderen in Europa en de wereld.

dinsdag 6 april 2010

Er komt een tweede editie van het Stripfestival in Lanaken

Zondag 17 oktober 2010 - Cultrueel Centrum Lanaken | Na het succesverhaal van vorig jaar hebben de diensten cultuur, evenementen, de Academies voor woord en muziek en beeldende kunsten en Stripwinkel Wonderland opnieuw de handen in elkaar geslagen om een tweede editie van stripfestival te organiseren in Lanaken.

Deze gaat door op zondag 17 oktober 2010 in het Cultureel Centrum. De ganse zondag staat het Cultureel Centrum in het teken van strips.

Er is een grote stripbeurs met nieuwe en tweede handsstrips en minstens 5 bekende en beloftevolle tekenaars zullen er signeren. De hele dag lang zijn er filmvertoningen, voorstellingen (met o.m. Het Stripconcert van Kim Duchateau en Jan De Smet) en workshops en elke bezoeker, jong of oud, kan zich laten onderdompelen in de wereld van de strip en animatie. ‘Het enthousiasme en aantal bezoekers was vorig jaar zo groot dat het nu opnieuw moet lukken’: zegt schepen van cultuur Mark Curvers. De stripfiguur ‘Jan van Pietersheim’ wordt dit jaar het uithangbord van het stripfestival.

Neem alvast een kijkje op www.stripfestivallanaken.be

donderdag 1 april 2010

V-eldwezelt Cultuurdorp 2010

01/04/2010 - De opvolger van Kesselt als cultuurdorp is dit jaar Veldwezelt.
Het symbool en logo van Veldwezelt Cultuurdorp 2010 is het “V-teken”. Er staat heel wat te gebeuren. Een jaar lang zullen culturele activiteiten mensen bij elkaar brengen voor boeiende ontmoetingen: inwoners ontmoeten elkaar, buren buurten, nieuwe inwoners ontmoeten geboren Veldwezeltenaars en hun erfgoed, amateurs/liefhebbers ontmoeten cultuurprofessionals,…

CULTUURDORP V plaatst de bestaande activiteiten van de culturele verenigingen extra in de aandacht. Al het nieuws over CULTUURDORP V is te lezen in de regelmatige uitgave van

de Postiljon, dat nieuw leven wordt ingeblazen. Ook is er een V-website: www.vcultuurdorp.be eneen V-STICKER-ACTIE.

Daarnaast worden er tot het eind van het jaar bijzondere activiteiten georganiseerd op gekende of op verrassende locaties. Onder de slogan “GEBUUR CULTUUR?” organiseert de werkgroep CULTUURDORP V en CC Lanaken verschillende culturele activiteiten in Veldwezeltse woonkamers, tuinen, garages, kelders, ...

Geen CULTUURDORP V zonder de verenigingen! Naast het extra in de kijker zetten van de activiteiten worden de verenigingen ook uitgenodigd om ism gemeentebestuur (C.C. Lanaken) een bijzondere activiteit mét een meerwaarde te organiseren. De meest boeiende initiatieven worden ondersteund.

Ondertussen wordt de Veldwezeltse bevolking en de verenigingen over al deze initiatieven gebrieft.

Een concrete invulling van deze bijzondere activiteiten volgt later!

Er staat in “V” dus heel wat te gebeuren in 2010 en dit met ondersteuning van het Gemeentebestuur/Cultureel Centrum Lanaken.

Limburg logistieke draaischijf van Euregio / Europa

01/04/2010 - Inzetten op slimme logistiek is werken aan de toekomst | Maar, de Vlaamse overheid moet wel meewillen en niet, zoals nu gebeurt, de budgetten voor onderzoek en ontwikkeling inkrimpen. Daarom ondervroeg ik vandaag minister Crevits daarover in de Commissie Openbare Werken en Mobiliteit.

De minister bleef heel vaag in haar bewoordingen en gaf geen concrete antwoorden op de verschillende vragen. Ik noteerde wel dat ook de minister van Mobiliteit gelooft in de logistieke roeping van de provincie Limburg.

Volgens de minister is er in de logistieke sector in Vlaanderen veel versnippering van middelen en krachten. Hier zou zij willen komen tot meer samenwerking en synergie tussen de verschillende spelers op het terrein zoals daar zijn : VIM, VIL, POM’s, havenbedrijven, LPL, …

Het is niet haar intentie alles centraal aan te sturen, te centraliseren of in één geheel te gieten maar er wel voor te zorgen dat diegenen die beleidsmatig met logistiek bezig zijn meer op één lijn te krijgen en dit rond een aantal doelstellingen om versnippering en dubbel werk tegen te gaan.

Hierin ziet zij een centrale rol voor Flanders Logistics waarin rond zeven strategische thema’s gewerkt wordt:
  • Capaciteit van multimodale infrastructuur optimaliseren
  • Wetgeving stroomlijnen
  • Logistieke clusters opzetten
  • Infrastructuur op alternatieve wijze financieren
  • Onderwijs en arbeidsmarkt activeren
  • Onderzoek en ontwikkeling bevorderen
  • Doelgericht communiceren
De uiteindelijke bedoeling zou zijn dat alle spelers rond dezelfde strategische thema’s zouden werken waardoor in plaats van versnippering men een versterking krijgt. Indien het Logistiek Platform Limburg (LPL) zich hierin wil inschrijven is er ook voor hun en voor Limburg nog een mooie toekomst weggelegd.