Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

dinsdag 30 september 2008

Betaalbaar wonen is nog mogelijk

30/09/2008 - Jongeren die het ouderlijk huis verlaten hebben het niet moeilijker om een huis te kopen dan in de periode 1995-1999. Ze kopen wel kleinere huizen met minder comfort. Dat blijkt uit een nieuwe studie in opdracht van Vlaams minister Marino Keulen.

De gemiddelde prijs van woningen en appartementen is tussen 1995 en 2005 verdubbeld, die van bouwgronden zelfs verdrievoudigd. Vlaams minister van Wonen Marino Keulen wilde daarom weten voor welke groepen in onze samenleving wonen nog betaalbaar is. Het Steunpunt Wonen lichtte de starters door. Dat zijn mensen jonger dan 30 die in 2000-2005 het ouderlijk huis verlieten voor een eigen stulpje. Zij vormen zo'n vier procent van de Vlaamse woningmarkt.

1. Weinig problemen

Op vlak van inkomen, woonuitgaven en betaalbaarheid werd geen verschil vastgesteld tussen starters en niet-starters. Het jonge leeftijdsprofiel van starters zorgt er voor dat deze groep socio-economisch sterker staat dan de groep niet-starters (met daarin veel gepensioneerden en laag opgeleiden). De betaalbaarheid komt wel veel sterker in het gedrang voor de 1,6 procent starters die recht hebben op een sociale lening.

2. Meer in steden

Ondanks het feit dat starters in het buitengebied maandelijks gemiddeld 100 euro meer moeten afbetalen, komt de betaalbaarheid sterker in het gedrang voor starters in het stedelijk gebied. Logisch want daar komen meer alleenstaanden, éénverdieners en lage inkomens wonen.

3. Niet meer uitgeven

Starters-eigenaars kenden in de periode 2000-2005 gemiddeld geen significante hogere woonuitgaven dan in de periode 1995-1999. Ook de bedragen die werden neergeteld voor de aankoop van de woonst verschillen niet significant.

Het gemiddeld ERI (equivalent resterend inkomen of het inkomen dat overblijft na het betalen van de woonuitgaven, rekening houdend met de gezinssamenstelling) blijkt ook even hoog te zijn. Dat wijst erop dat de betaalbaarheid van de starter-eigenaar in 2000-2005 er niet op achteruit is gegaan.

4. Wel kleiner wonen

De starters-eigenaars betrokken in de periode 2000-2005 wel woningen met minder comfort, minder woonvertrekken en een kleinere oppervlakte dan diegene die in 1995-1999 kochten. Voor de bouwers geldt dat de bouwgronden aanzienlijk kleiner zijn geworden.

5. Eerder koopwoning

Om alles betaalbaar te houden kiezen starters sneller voor een koopwoning dan voor een nieuwbouwproject. Een gevolg van deze trend is dat minder huishoudens hun eerste eigendomswoning als hun definitieve woning beschouwen, en tussen hun 35 en 50 jaar het eerste woning verkopen om een groter huis te kopen.

6. Eerst huren

In de periode 2000-2005 werd 41 procent van de starters onmiddellijk eigenaar van een woonst. 54 procent van de starters werd huurder en vijf procent mocht gratis wonen (bijvoorbeeld in een huis of appartement van de ouders).

7. Meer lenen

Door de lage hypotheekrentes in de periode 2000-2005 werd een groter deel van de kostprijs geleend dan in 1995-1999. Het ERI bleef evenwel hetzelfde, wat erop wijst dat starters niet meer uitgeven dan nodig.

"Je hoort steeds dat een huis kopen vandaag onbetaalbaar is geworden, zeker voor jongeren. Deze studie ontkracht dit", meent minister Marino Keulen. "Veertig procent van onze jongeren blijkt voor zijn dertigste al eigenaar te zijn van een huis of appartement. Dat zegt veel over hun werkkracht, maar ook over onze welvaart."

Keulen erkent ook dat hun aankoopgedrag noodgedwongen veranderd is. "Omdat hun aankoopbudget verhoudingsgewijs niet veel hoger is, kopen ze kleinere woonsten met minder vertrekken en minder comfort. De lage intrestvoeten en de maatregelen van de diverse overheden geven hen het noodzakelijke duwtje in de rug. Denk maar aan de fiscale aftrekbaarheid, de lagere registratierechten, de Vlaamse renovatiepremie, enzovoort. Betaalbaar wonen is voor de meeste Vlaamse jongeren anno 2008 dus nog mogelijk, wat men ook moge beweren."

Yves LAMBRIX
Bron: Het Belang van Limburg