Marino Keulen | Open VLD Lanaken
Burgemeester Lanaken & Parlementslid Vlaams Parlement

GOESTING IN DE TOEKOMST!
E-mail | Facebook | Twitter | Google+ | Video

vrijdag 29 augustus 2008

Alle Vlaamse gemeenten mogen deelnemen aan lokaal pact

29/08/2008 - Alle 308 Vlaamse gemeenten hebben groen licht gekregen voor de schuldovername van 100 euro per inwoner in het kader van het lokaal pact tussen de gemeenten en de Vlaamse Gemeenschap. Dat heeft Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen vandaag bekendgemaakt.

De Vlaamse regering trekt 612 miljoen euro uit om de schulden van de gemeenten die toetreden tot het lokaal pact over te nemen a rato van 100 euro per inwoner. In ruil moesten die gemeenten wel hun belastingdruk bevriezen, hun fiscaliteit bedrijfsvriendelijker maken en de forfaitaire huisvuilbelasting afschaffen of vervangen door een belasting volgens het principe ‘de vervuiler betaalt'.

In juni had minister Keulen al bekendgemaakt dat alle Vlaamse gemeenten een aanvraag tot toetreding tot het lokaal pact hadden gedaan. In alle gemeenten was dit door de gemeenteraad beslist.

Wat met huisvuilbelasting?

Vooral over de voorwaarde om de forfaitaire huisvuilbelasting af te schaffen of te vervangen door een belasting volgens het principe ‘de vervuiler betaalt', bestond voor een aantal gemeenten discussie. Er is vandaag immers geen enkele gemeente die nog een zuivere forfaitaire huisvuiltaks heeft. Overal heeft men een gemengd systeem met een forfaitaire component in een aparte belasting of via de algemene middelen, en een niet-forfaitaire component met bijvoorbeeld stickers, huisvuilzakken, diftar of betalende containerparken. Bovendien brengt, onder meer, Ovam argumenten aan om een minimale forfaitaire sokkel te behouden. Om de administratie Binnenlands Bestuur toe te laten het criterium "de vervuiler betaalt" te toetsen, heeft de Vlaamse regering daarom begin juli afgesproken dat elke gemeente die tegen einde 2010 het forfaitaire karakter van haar huisvuilbelasting heeft verlaagd tot maximaal 55 euro, toegelaten wordt tot het lokaal pact.

Een aantal gemeenten voldoet vandaag nog niet aan de voorwaarden met betrekking tot de huisvuilbelasting. Deze gemeenten hebben een schriftelijk engagement genomen om dat voor de deadline van 2010 in orde te brengen en aan de diensten van minister Keulen hun planning en werkwijze voorgelegd. De administratie Binnenlands Bestuur heeft die plannen nu onderzocht en vastgesteld dat alle 308 gemeenten tot het pact toegelaten kunnen worden. De schuldovername van 100 euro per inwoner wordt nu voor alle gemeenten een feit. De concrete realisatie daarvan gebeurt in samenspraak tussen de gemeente en de diensten van de minister van Financiën en Begroting, Dirk Vanmechelen, de geestelijke vader van het idee van de schuldovername.

Volwaardig partnerschap tussen Vlaanderen en gemeenten

Minister Keulen wijst er op dat het lokaal pact het symbool is van een nieuwe samenwerking tussen de gemeenten en de Vlaamse Gemeenschap. Dit is een samenwerking tussen volwaardige partners. In dit geval legt de Vlaamse Gemeenschap niet eenzijdig nieuwe regels aan de gemeenten op, maar heeft zij een aanbod aan de gemeenten gedaan waarop die gemeenten al dan niet kunnen ingaan. De gemeentelijke autonomie werd ten volle gerespecteerd. Tegelijkertijd bereikt de Vlaamse regering dat de lokale fiscaliteit een stuk bedrijfsvriendelijker en milieuvriendelijker wordt. Dat alle gemeenten nu meedoen beschouwt de minister van Binnenlands Bestuur als een groot succes. "Ons aanbod was te goed voor de gemeenten om het te laten liggen", aldus Keulen.

Keulen reikt diploma's uit in Gentse zomerschool

29/08/2008 - Vlaams minister van Inburgering Marino Keulen steekt zijn enthousiasme voor de zomerscholen niet onder stoelen of banken. Nadat hij eerder al de kinderen in Maasmechelen, Liedekerke en Aalst een hart onder de riem ging steken, trok hij nu naar de kleine taalknobbels van Gent waar taalzwakke kinderen op een plezierige en speelse manier Nederlands tijdens de vakantieperiode.

Minister Keulen feliciteerde de veertig ‘afgestudeerden' met zeer uiteenlopende nationaliteiten, die in het inburgeringscentrum Kom-Pas in Gent de zomerschool afmaakten. Het project van de zomerscholen startte in 2007 in Antwerpen. Dit jaar lopen gelijkaardige initiatieven in 16 steden en gemeenten in Vlaanderen. Keulen steunt de projecten met een bedrag van 200.000 euro.

"Veel Vlaamse gemeenten, en zeker de grotere steden, hebben te maken met nieuwkomers vanuit alle continenten", legt hij uit. "De kinderen leren vaak op enkele maanden vlot Nederlands praten, maar in de zomervakantie gaat die kennis verloren. Met de ouders wordt meestal alleen in de moedertaal gesproken, en veel families gaan op vakantie naar het thuisland, waar ze al helemaal niet met Nederlands geconfronteerd worden."

Zo starten de kinderen het nieuwe schooljaar volgens Keulen met een taalachterstand, en dus ook met een leerachterstand. "De zomerscholen zijn een soort van speelpleinwerking, met spel en animatie in een taalsfeer", voegt hij eraan toe.

Keulen ziet Gent bovendien als een modelstad wat diversiteit betreft. "Gent kent een goed bestuur, waar soms lastige kwesties zonder spanningen worden opgelost. De stad is ook een loyale partner voor integratieprojecten. Hier klop je nooit tevergeefs aan", klinkt het.

De minister hoopt dat zijn opvolger in 2009 met de zomerscholen zal doorgaan."We moeten blijven investeren in de nieuwe Vlamingen", vindt Keulen. "Investeren in mensen, zowel kinderen als volwassenen is investeren in de toekomst van de welvaart van Vlaanderen en het welzijn van alle Vlamingen."

Vlaams minister van Inburgering Marino Keulen steekt zijn enthousiasme voor de zomerscholen niet onder stoelen of banken. Nadat hij eerder al de kinderen in Maasmechelen, Liedekerke en Aalst een hart onder de riem ging steken, trok hij nu naar de kleine taalknobbels van Gent waar taalzwakke kinderen op een plezierige en speelse manier Nederlands tijdens de vakantieperiode.

dinsdag 26 augustus 2008

Keulen start tuchtprocedure tegen veroordeelde Aarschotse schepenen Pelgrims en Vinckx

26/08/2008 - Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen heeft de provinciegouverneur van Vlaams-Brabant gevraagd een tuchtonderzoek te starten tegen de voor corruptie veroordeelde schepenen van Aarschot, Herman Pelgrims en Els Vinckx.

Het Brusselse Hof van Beroep heeft onlangs hun veroordeling in een fraudezaak wegens onregelmatigheden bij openbare aanbestedingen bevestigd. De h. Pelgrims en mevr. Vinckx kregen een gevangenisstraf van respectievelijk 18 maanden en 2 maanden met uitstel.

Nu de rechter de strafbare feiten heeft gekwalificeerd, is het logisch dat ook een tuchtonderzoek wordt gelast door minister Keulen. Tuchtsancties, zoals een schorsing of ontzetting uit het ambt, kunnen worden opgelegd op grond van grove nalatigheid of kennelijk wangedrag. Gesjoemel bij overheidsopdrachten valt onder die laatste categorie.

De tuchtprocedure waarborgt alle rechten op een eerlijke verdediging. Het is de eerste keer dat minister Keulen een tuchtprocedure start ingevolge een gerechtelijke veroordeling.

maandag 25 augustus 2008

Opinie: Investeren in nieuwe Vlamingen

25/08/2008 - Vlaanderen is een open en verdraagzame samenleving. Vlaanderen verwelkomt niet alleen de nieuwkomers, maar investeert ook effectief in deze mensen. Investeren in mensen, zowel kinderen als volwassenen, is investeren in de toekomst van de welvaart van Vlaanderen en in het welzijn van alle Vlamingen. Dat zegt Vlaams minister van Inburgering Marino Keulen.

Diversiteit in Vlaanderen is vandaag een feit. De internationale politieke ontwikkelingen en de globalisering die kenmerkend zijn voor de afgelopen decennia hebben verscheidene soorten migratiestromen op gang gebracht en hebben de Vlaamse bevolkingssamenstelling danig gewijzigd. Vandaag leven in onze steden en gemeenten mensen die afkomstig zijn uit alle hoeken van de wereld. De Vlaamse steden en gemeenten komen hierdoor steeds meer in aanraking met nieuwe culturen, tradities, levensbeschouwingen, maar ook met nieuwe talen.

Het gevolg is dat steden maar ook kleine gemeenten zoals Liedekerke meer en meer geconfronteerd worden met nieuwkomers, volwassenen en minderjarigen, die de Nederlandse taal onmachtig zijn. Voor volwassen nieuwkomers is er een inburgeringsbeleid uitgewerkt waarbij deze mensen de kans krijgen het Nederlands als tweede taal op maat te volgen. Voor kinderen is er het zogenaamd onthaalonderwijs waar ze zo snel mogelijk Nederlands leren en geïntegreerd worden in het reguliere basis- of secundair onderwijs.

Zomerscholen: belangrijke schakel voor inburgering

Voor kinderen en jongeren die pas op het einde van het schooljaar in Vlaanderen toekomen, zijn de zomerscholen een ideale voorbereiding op hun integratie in het reguliere onderwijs en vrijetijdsaanbod. Naar aanleiding van mijn bezoek vorig jaar aan de zomerschool Nederlands in Antwerpen waar de vrijwilligersorganisatie "Meters en Peters" al 8 jaar lang een taalbubbelbad organiseert voor anderstalige nieuwkomers van 6 tot 12 jaar, heb ik een oproep gelanceerd naar alle Vlaamse steden en gemeenten die inspanningen willen doen om taalzwakke kinderen beter voor te bereiden op hun integratie in het onderwijs en binnen het reguliere vrijetijdsaanbod.

Minderjarigen die reeds in Vlaanderen onderwijs gevolgd hebben, kunnen in de zomerscholen hun Nederlands verder oefenen zodat zij niet opnieuw van nul moeten beginnen in het nieuwe schooljaar. Vrije tijd en onderwijs zijn immers bij uitstek de plekken waar kinderen elkaar ontmoeten en waar vriendschappen worden gesmeed. De vakantieperiode wordt hier benut om anderstalige kinderen een extra duwtje in de rug te geven en hun kennis van het Nederlands opmerkelijk te verbeteren. Zonder dergelijke initiatieven is de vakantie voor deze kinderen doorgaans een periode die tot een toegenomen taalachterstand leidt. En taalachterstand betekent ook leerachterstand!

Verschillende steden en gemeenten zoals Maasmechelen, Aalst en Ronse die geconfronteerd worden met steeds meer leerlingen die de Nederlandse taal onmachtig zijn, hebben dit jaar een zomerschoolproject georganiseerd waarbij gedurende een drietal tot zevental weken anderstalige kinderen en jongeren op een speelse en plezierige manier het Nederlands verwerven.

Deze zomerschoolprojecten zijn geen betutteling door macro-organisaties van bovenaf. Het gaat om een evenwichtige samenwerking tussen vrijwilligers, de ouders van de kinderen zelf, het onthaalbureau, het lokale bestuur, socio-culturele organisaties en het beleid. Het is die samenwerking tussen de verschillende partners die heeft geleid tot een gedragen kwalitatieve uitvoering van het project. Het leefbaar samenleven in diversiteit kan maar versterkt worden, als de verschillende actoren op het terrein samenwerken en elk gewaardeerd worden. Dat is ook het kenmerk van een participatieve democratie.

Een pluim voor Liedekerke

Vandaag geeft Liedekerke mee het voorbeeld, met haar speelpleinwerking in combinatie met een taalbad. Inderdaad, hetzelfde Liedekerke dat een paar maand geleden nog de voorpagina's van de gerenommeerde International Herald Tribune haalde omdat alleen Nederlandstalige kinderen welkom waren op het speelplein. "If Belgium vanishes one day, it will be because of little towns like this one, where Flemish politicians are riding a new wave of nationalism". Vlaanderen stond symbool voor onverdraagzaamheid en bekrompenheid.

Open en verdraagzaam Vlaanderen

De internationale kranten hebben ongelijk. Vlaanderen is een open en verdraagzame samenleving. Vlaanderen blijft ook in zijn beleid de openheid en verdraagzaamheid koesteren. Dat betekent ook inspanningen blijven leveren om anderstaligen en nieuwkomers zoveel mogelijk kansen te geven om volwaardig aan de Vlaamse samenleving deel te nemen. Nieuwkomers beschikken over een groot potentieel, talent en veel motivatie om snel in onze samenleving mee te draaien. Vlaanderen moet deze mensen voldoende kansen geven om te tonen wat ze kunnen en wat ze waard zijn. Daarom is het van belang dat hun vaardigheden benut worden en dat de meegenomen competenties vanuit het land van herkomst zo snel mogelijk vertaald worden naar een Vlaamse context, en dit voor de arbeidsmarkt en voor de samenleving in het algemeen. Vlaanderen verwelkomt niet alleen de nieuwkomers, maar investeert ook effectief in deze mensen. Investeren in mensen, zowel kinderen als volwassenen is investeren in de toekomst van de welvaart van Vlaanderen en in het welzijn van alle Vlamingen.

Marino Keulen,
Vlaams minister van Inburgering

woensdag 20 augustus 2008

'Inburgering is goed besteed belastinggeld'

20/08/2008 - Het Onthaalbureau Inburgering Antwerpen opent een nieuwe vestiging aan de Sint-Bernardsesteenweg in Hoboken. Bewoners en inburgeraars van Antwerpen-Kiel, Hoboken en Wilrijk kunnen er met al hun vragen terecht. Dit lijkt op het eerste zicht een banaal nieuwtje, maar in werkelijkheid bewijst de opening van het nieuwe lokaal het succes van het Vlaamse inburgeringsbeleid in Antwerpen.

Het Vlaamse inburgeringsbeleid liep niet direct van een leien dak. Politici hadden er de mond van vol, maar bleven zeer zuinig met het vrijmaken van geld. De gevolgen lieten zich in Antwerpen snel voelen. De stad werd geconfronteerd met lange wachtlijsten voor de inburgeringscursussen, vooral bij de lessen Nederlands voor laaggeschoolden. Nieuwkomers wachtten tussen de zes maanden en de twee jaar voor ze met de lessen Nederlands konden starten.

Als samenleving eisten we een reeks inspanningen van de nieuwkomers, maar we bleven zelf zwaar in gebreke. De retoriek van rechten en plichten bleef steken in loze woorden.

Vlaams minister van Inburgering Marino Keulen (Open Vld) bracht daar verandering in. Hij verhoogde het budget voor inburgering. Vorig jaar stegen de Vlaamse inburgeringssubsidies met 167 procent. Het Antwerpse inburgeringsproject beschikt nu over zeven miljoen euro per jaar. Dankzij die financiële injectie zijn er in Antwerpen geen wachtlijsten meer. Vlaanderen steunt Antwerpen royaal en terecht. Van de totale instroom van nieuwkomers in Vlaanderen belandt 45 procent in de provincie Antwerpen. Eén op de vier Vlaamse nieuwkomers vestigt zich in de stad Antwerpen.

Vorig jaar sloten bijna 12.000 inburgeraars in Vlaanderen een inburgeringscontract af. Dat is een verdubbeling in vergelijking met 2006. Dit jaar zullen er maar liefst 15.000 inburgeringscontracten worden afgesloten. Bijna 65 procent van de inburgeraars volgt verplicht een traject. Een groot deel schrijft zich dus vrijwillig in. In Antwerpen volgen iets meer dan 6.000 anderstaligen een inburgeringscursus. Nog geen tien procent haakt onderweg af. Een ander goed teken is dat de meerderheid vrouwen zijn. Zij spelen een belangrijke rol in de opvoeding van de kinderen.

Het inburgeringsbeleid zit op kruissnelheid, maar er is nog steeds ruimte voor verbetering. Niet iedereen die verplicht is om een inburgeringscursus te volgen, wordt bereikt. Soms staan er praktische problemen in de weg, zoals gebrek aan kinderopvang of niet te combineren met het werk. Hier dringt zich een oplossing op maat op. Een kleine groep weigert gewoon. Hopelijk brengen de boetes tot 5.000 euro daar vanaf september verandering in.

In Nederland krijgen nieuwkomers 600 lesuren Nederlands. In Vlaanderen is dat 120 uur. Het beleid wil de nieuwkomers wel een duwtje in de rug geven, maar daarna hoort de betrokkene zelf zijn nieuwe taal te onderhouden. De realiteit is spijtig genoeg anders. 120 uur is echt wel te weinig.

Uiteindelijk is werk de beste manier om zich te integreren. Veel nieuwkomers stromen na een loopbaantraject ook door naar een job. Op zich niet zo verwonderlijk. Dit zijn ondernemende mensen die geen schrik hebben om risico's te nemen. Wie laat anders zijn hebben en houden achter en riskeert soms zijn leven om een nieuwe toekomst op te bouwen in een ander continent? Het inburgeringsbeleid zorgt dat deze mensen een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan onze maatschappij. Elke eurocent belastinggeld is dan goed besteed

door Sacha VAN WIELE
bron: Gazet van Antwerpen